Opinie

Zet een rem op het toerisme/geef de sector weer de ruimte

Twistgesprek Om de regie over het toerisme terug te winnen, moet eerst de rem erop, zegt . Nee, Zeeland bewijst dat toerisme en natuur goed samengaan, stelt .
Twistgesprek

Of het nu op de Amsterdamse Wallen was of op het water van Giethoorn, wekenlang waren er door de lockdownmaatregelen even geen toeristen te bekennen. Waar die voor overlast zorgden, genoten omwonenden van de rust. Waar ze voor geld in het laatje zorgden, zaten ondernemers met de handen in het haar. Al snel klonk tijdens de crisis de roep om het toerisme rigoureus te veranderen. Maar de toerismesector is zwaar getroffen en dus klinken er ook pleidooien voor stimulering. In Amsterdam tekenden meer dan 25.000 mensen afgelopen week een petitie om het aantal toeristen in de stad te maximeren; in Zeeland snakken ze naar hun terugkeer. De stelling waarover toerismedeskundige Natasja Fortuin en Toeristisch Ondernemend Zeeland-voorzitter Carla Schönknecht met elkaar twisten: zet een rem op het toerisme.

Natasja Fortuin is NF, Carla Schönknecht is CS.

NF: „Wat een kans om de regie over het toerisme terug te pakken. Daar is Amsterdam echt aan toe. De leefbaarheid staat er al jaren onder druk en de meeste bewoners ervaren weinig profijt van het toerisme. Laten we nu ingrijpen en een goede richting geven aan wie ons bezoekt, wanneer en hoe. Dat mag wat kosten.”

CS: „Toerisme is voor Nederland en zeker voor Zeeland een bewezen economische pijler. De afgelopen drie maanden waren in vele opzichten dramatisch. Natuurlijk op de eerste plaats qua gezondheid, met veel persoonlijk leed. Alle begrip voor de beperkende maatregelen die ter bestrijding van het virus zijn genomen. Maar we hebben ook gezien wat dat betekent voor een provincie als Zeeland, voor de leefbaarheid, de voorzieningen en de hele toeristische sector. Die moeten weer de ruimte krijgen!”

NF: „Vanzelfsprekend moet economisch leed zoveel mogelijk voorkomen worden. Maar dat betekent niet dat we zomaar terug moeten naar de oude situatie. Laten we inzichtelijk maken wat de kosten van toerisme zijn en hoe we een betere verdeling krijgen tussen lusten en lasten. Daar valt nog veel te winnen. Niets doen is geen optie.”

CS: „De problemen in Amsterdam begrijp ik. In Zeeland speelde een andere discussie: over het ‘gebruik’ van de kust. Er is in 2017 een kustvisie vastgesteld. Daarin ligt vast hoe bestaande ondernemers de ruimte kunnen krijgen om hun bedrijven toekomstbestendig te houden. Ontwikkeling is mogelijk onder voorwaarden. Prioriteit ligt bij nieuwe concepten en groei in kwaliteit.”

NF: „Er is op dit moment inderdaad nog brede steun voor toerisme onder Zeeuwen. Toch ervaren inwoners ook hier de negatieve effecten en hebben ze het gevoel maar beperkt inspraak te hebben bij toeristische ontwikkelingen. Het ongebreideld stimuleren van toerisme in Zeeland kent dus ook de nodige gevaren. Rem het aantal toeristen eerst af, om daarna op verantwoorde wijze de juiste toerist naar de juiste plek aan te trekken.”

CS: „Het Kenniscentrum Kusttoerisme heeft onderzoek gedaan naar het draagvlak voor toerisme onder de inwoners van de gemeente Veere. Overwegend positieve reacties. Zeeland, ‘Land in Zee’, is bekend om haar ligging: het heeft een kustlijn van 490 km. Brede stranden en een wijds natuurlijk landschap. Dat koesteren we, de inwoners van Zeeland én de ondernemers. Door daarbij te kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit.”

NF: „Bouw vanuit die gedachte het toerisme weer op – met mate. Zet daarbij bewonersbelangen voorop. In Zeeland is het aanbod in verblijfsrecreatie de laatste jaren veel sneller toegenomen (met 24 procent) dan landelijk (12 procent). Het beeld bij bewoners is dat dit ten koste is gegaan van natuur en landschap. In Amsterdam weten we wat het doet als je bezoekersstromen niet tijdig stuurt. Je raakt de binding met je stad kwijt. Bovendien kan de Amsterdammer nu nog op vakantie in Zeeland, omdat niet alles al is volgeboekt door Duitsers en Belgen. Dat bevordert de binding met Zeeland!”

CS: „Het begrip toerisme is breed, de onderlinge verschillen zijn groot. In Amsterdam is er sprake van overtoerisme en komen gasten van over de hele wereld vaak voor een kort verblijf. Dat is in Zeeland echt anders. Wij ontvangen veel vaste gasten die onze Zeeuwse schatten weten te waarderen en in tijden van crises een stabiele factor zijn gebleken. Onze toeristische ruimte is ons grootste Zeeuwse kapitaal. We zetten niet alle poorten open, maar organiseren met ruimte voor creativiteit een goede balans tussen economie en ecologie. Ongeveer de helft van onze gasten komen uit eigen land en daar zitten zeker ook Amsterdammers bij!”

NF: „Het is waar dat er niet zoiets bestaat als de toerist. Gelukkig vinden we elkaar in de stelling dat we niet zomaar alle poorten moeten openzetten en dat er een betere balans tussen lusten en lasten moet komen. Voor Amsterdam is er nu echter wel grote urgentie om effectieve maatregelen te nemen die een herstel van de oude situatie voorkomen. We zouden kunnen beginnen met het invoeren van een flinke vliegtaks. Dat raakt de Duitsers en Belgen die Zeeland bezoeken niet, want die komen grotendeels met de auto.”

CS: „Weet je, het is zoveel eenvoudiger om aan de voorkant zaken goed te regelen dan achteraf te moeten repareren. Combineer de uitdagingen die er voor de crisis al lagen met de opgave die er nu bijkomt: het faciliteren van de sectoren die zwaar getroffen zijn door alle beperkende maatregelen. Het toeristische bedrijfsleven kan en wil aan het herstel een belangrijke bijdrage leveren. Een mooi voorbeeld in Zeeland is het project Waterdunen, waar (water)veiligheid, natuurherstel en -uitbreiding worden gerealiseerd in combinatie met innovatieve vormen van verblijf en beleving.”

Lees ook: Het toerisme is ziek. Het moet echt anders

NF: „Laten we hopen dat het project Waterdunen voldoet aan de eisen die nodig zijn om mee te tellen als compensatie voor natuurschade, en dat het nog te ontwikkelen toeristisch aanbod hier niet weer afbreuk aan doet. De toerismesector kan zeker een belangrijke bijdrage leveren aan economisch herstel, maar er is ook hier weer een groot verschil tussen Zeeland en Amsterdam. Waterdunen omvat kustversterking en natuurherstel. Dat kun je van de ontwikkeling van bierfietsen, rondvaartboten en Nutellawinkels in Amsterdam niet zeggen. Dat mag wel wat minder.”

CS: „Toerisme is geen doel op zich, maar een middel om van te bestaan en om waarde toe te voegen aan de lokale economie en gemeenschap. We laten onze gasten zien dat Zeeland niet alleen geweldig is voor een gezonde vakantie, maar ook heerlijk om te wonen en te werken. In plaats van bierfietsen hebben wij hier een vijfsterrenfietsnetwerk, en in plaats van Nutellawinkels zilte zaligheden.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.