Zal dit goed aflopen?

Iedereen leest Wekelijks schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week het geschenk voor de Spannende Boekenweken, Wat jij niet ziet van M.J. Alridge en zijn bestseller Nog lange niet.

‘De stad is bang”, schrijft M.J. Arlidge in Wat jij niet ziet, het geschenk dat bij de Spannende Boekenweken hoort (en dat nog tot en met zondag gratis te verkrijgen is, want dan zit het er weer op met de Spannende Boekenweken). Het is een goede zin, die in veel thrillers op zijn plaats zou zijn.

Het is ook de enige goede zin in Wat jij niet ziet, waar Arlidge stadsmensen laat opschrikken door de ‘Nightstalker van Manchester’, een psychopaat die de gewoonte heeft mensen met een hamer de kop in te slaan. Hij wil zijn slachtoffers net zo beschadigen als hijzelf is beschadigd nadat hij een bermbom heeft overleefd. Ondertussen bloeit er liefde op tussen hem en een blinde vrouw. Dat komt goed uit.

Het geschenk is helaas niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk flinterdun. Dikker is zijn bestseller Nog lange niet, die deze week van de eerste plek naar de zesde plek moest verhuizen in de CPNB-bestsellerslijst. Wat vooral opvalt aan deze thriller is dat de cliffhangers een stuk beter zijn dan in het geschenk. Waar een typische slotzin in het geschenk is: ‘Ik kan gelukkig met hem zijn, hoe hij er ook uitziet’, sluit hij in Nog lange niet een hoofdstuk af met ‘Je hebt nog één uur te leven’. Dat is een cliffhanger waar je wat mee kan, eentje waar het boek om draait trouwens: de dader in dit boek heeft namelijk de gewoonte om de slachtoffers eerst even te waarschuwen voordat hij/zij zijn belofte waarmaakt. Helen Grace, de vertrouwde inspecteur in de boeken van Arlidge, gaat op zoek naar die dader.

Niet alleen de dader, maar getuigen uit het verleden spreken in cliffhangers: „We hadden geen idee dat we zojuist het hol van de leeuw waren binnengelopen”, blikt een van de slachtoffers terug op de getormenteerde jeugd. Niet alleen flashbacks worden spannend gemaakt met cliffhangers, ook bij vooruitwijzingen wordt het middel niet geschuwd. Wanneer Helen Grace met een verdachte praat, wordt de scène omkleed met: „Keek Helen naar het gezicht van een moordenaar?” Nee, zo makkelijk gaat dat natuurlijk allemaal niet (bovendien zit de lezer dan pas op pagina 87 van de 525). Langzaam maar zeker wordt, zoals dat hoort in een thriller, steeds meer duidelijk. Soms erg duidelijk: „Dit was een zaak van leven en dood”, staat er dan. Dat is niet een echte cliffhanger, maar meer een kenmerk van een thriller waarin wordt gemoord.

Ondertussen loopt de gewetenloze moordenaar honderden pagina’s later nog steeds vrij rond, en laat hij/zij de slachtoffers nog steeds weten dat ze slechts een uur hebben te leven. De mooiste cliffhanger is misschien wel het moment dat een (potentieel) slachtoffer „bewegingloos naar de inktzwarte avond keek en zich afvroeg of ze ooit nog een nieuwe dageraad zou zien.”

Hoe dit afloopt? De lezer van Arldige kent Helen Grace als een moedige, slimme, betrokken vrouw, maar wordt er deze keer niet te veel van haar gevraagd? Of is ze ook nu weer de moordenaar te slim af?

Reacties: boeken@nrc.nl