Wie mag er straks draaien aan de aardse thermostaat?

Ethiek Het dimmen van de zon kan een snelle oplossing zijn voor klimaatopwarming, denken wetenschappers. Wat zijn de ethische vragen?

Illustratie Roland Blokhuizen

Zou het niet handig zijn als de aarde een soort thermostaat had? Een manier om als mensheid de temperatuur een paar graadjes hoger of lager te zetten? Het klinkt op het eerste gezicht als een extreem en levensgevaarlijk idee, maar door de snelle opwarming van de aarde komen tot voor kort ondenkbare ingrepen in het klimaatsysteem steeds meer in beeld. Technieken voor geo-engineering, het op grote schaal expres beïnvloeden van het klimaat, ontwikkelen zich snel en daardoor zwelt ook de discussie aan of en hoe we die zouden moeten benutten.

„Geo-engineering is natuurlijk een megalomaan idee”, zegt Peter-Paul Verbeek, hoogleraar techniekfilosofie aan de Universiteit Twente. „Ik heb altijd gedacht: hoe dúrf je er überhaupt aan te denken? Maar nu gaan er bij de Verenigde Naties toch wel stemmen op om het serieuzer te onderzoeken.” Verbeek is voorzitter van de ethische commissie Comest van wetenschapsorganisatie Unesco. „Het is nu nog vooral wandelgangenpraat, maar dit gaat binnenkort veel groter worden.” Hij sluit niet uit dat COMEST op afzienbare termijn een rapport over geo-engineering opstart. „Heel interessant, want wat betreft ethische kaders staan we met lege handen.” In het klimaatrapport van klimaatpanel IPCC uit 2018 stond al wel een passage over geo-engineering, maar alleen als plan B.

Ook Behnam Taebi, die aan de TU Delft onderzoek doet naar de ethiek van geo-engineering, denkt dat het binnenkort een serieus onderwerp gaat worden op de politieke agenda. „Geo-engineering zou misschien een quick fix kunnen zijn voor klimaatverandering. Maar de onvoorspelbare gevolgen zetten wel aan het denken over wanneer, hoe, met welk doel en op welke schaal je het moet inzetten, als dat al gewenst is. Een maatschappelijke discussie is onvermijdelijk.”

Tijd dus voor een serieus debat, vinden technologie-onderzoekers en klimaatwetenschappers. Wat zijn de grote morele vragen over geo-engineering?

1 Wie beslist erover?

Wie mag er straks aan de knop van de thermostaat draaien? Geo-engineering vindt potentieel plaats op mondiale schaal, heeft gevolgen voor miljarden mensen en ecosystemen, nu en in de toekomst. Wie is er beschermwaardig, hoe kan de mensheid hier een verantwoord besluit over nemen? De kernvragen die opdoemen zijn: hoe bepaal je welke risico’s acceptabel zijn? Wie heeft het recht om mee te praten en wie niet?

Verbeek: „Hoe kunnen we hier democratisch mee omgaan? Wie kan er hier worden gerepresenteerd en door wie dan wel? Je moet niet alleen de mensen van nu vertegenwoordigen, maar ook de mensen in de toekomst, en eigenlijk ook planten en dieren. Je moet de hele problematiek representeren. Het klimaatsysteem is zo moeilijk te voorspellen en de gevolgen kunnen zo gigantisch zijn. Wie moet hier in hemelsnaam over beslissen?” Hij heeft het antwoord niet, en erkent dat de geijkte middelen voor wereldwijde coördinatie zwaar onder druk staan, bijvoorbeeld internationale verdragen zoals het klimaatakkoord en mondiale overlegstructuren zoals de WHO.

„Er moet duidelijk mondiale controle en monitoring zijn van deze technieken”, zegt ook Behnam Taebi. „Maar zover zijn we helaas nog lang niet. Tot nu toe wordt die discussie eigenlijk helemaal niet gevoerd.”

2 Is het omkeerbaar?

De million dollar question is volgens Taebi of geo-engineering omkeerbaar uit te voeren is. Daar doen onder meer wetenschappers van Harvard onderzoek naar. Zij trekken met vliegtuigjes boven een Amerikaanse woestijn piepkleine sluiertjes van zwaveldeeltjes voor de zon om te modelleren wat het effect is. „Het is nog te vroeg voor conclusies, maar in de eerste onderzoeken naar die techniek wijzen de modellen erop dat het niet zomaar terug te draaien is, zeker als je het op grote schaal uitvoert”, zegt Taebi. „Je moet de zwaveldeeltjes waarschijnlijk blijven injecteren, en als je ermee stopt dan voorspellen sommige modellen dat de opwarming nog sterker terugkeert dan voorheen.”

Beginnen met geo-engineeren verplicht mogelijk om er oneindig mee door te gaan

Beginnen met geo-engineeren creëert mogelijk de verplichting om er oneindig mee te blijven doorgaan. Dat is nogal een verantwoordelijkheid waarmee je volgende generaties opzadelt. Het is een beetje alsof je een enorme pleister ergens opplakt die je nooit meer kunt lostrekken.

De onvoorspelbaarheid geldt ook voor de op het eerste gezicht milieuvriendelijker varianten van geo-engineering, zoals de groei van algen stimuleren die CO2 opnemen, zegt Verbeek. „Zit er ook een uitknop op die algjes? Wat betekent dat voor de vissen, de ecosystemen?” De onvermoede effecten zijn op die schaal en in zo’n chaotisch en complex systeem als het mondiale klimaat amper te overzien. Er zijn volgens Verbeek nog maar weinig kaders om daar ethisch over na te denken: hoe weeg je kosten en baten, hoe moet je daarover nadenken?

3 Leidt het af van CO2-reductie?

En dan heb je nog de mogelijke gevolgen van geo-engineering voor de transitie naar duurzame energie. „Het beschikbaar hebben van een quick fix kan tot inertie leiden in de politiek wat betreft klimaatafspraken”, zegt Behnam Taebi.

Als er straks misschien een technologie is die de aarde kan afkoelen, waarom zou je dan nu nog allerlei dure maatregelen nemen? „In de Verenigde Staten maakte de regering-Bush junior die redenering al een-op-een in beleidsstukken: we hoeven niet te stoppen met economische groei en fossiele brandstoffen, want ooit in de toekomst komen er technologische mogelijkheden om het probleem op te lossen.”

Maar om daarom nou een hele technologische ontwikkeling af te serveren? Het tegenargument is dat we de laatste eeuw al even megalomaan de atmosfeer hebben volgestampt met broeikasgas. Mensen zijn zo bezien eigenlijk al lang aan het geo-engineeren. Blijft het idee dat je het niet mag doen wel overeind, gezien het feit dat we al zo onbezonnen hébben ingegrepen in het klimaat?

Volgens Taebi is het daarbij wel van belang om onderscheid te maken tussen intentionele en niet-intentionele klimaatverandering. „Maar het is zeker zo: vanaf de jaren 90 hebben we geweten wat het effect was van al die fossiele brandstoffen, dus zou je het willens en wetens blijven verstoken daarvan als geo-engineering kunnen beschouwen. Je kunt beredeneren dat daardoor ook de verantwoordelijkheid ontstaat naar volgende generaties om het klimaat nu weer intentioneel de góéde kant op te veranderen. Maar je moet ook zeker weten dat je daarmee niet andere grote problemen veroorzaakt voor de toekomstige generaties. Daar zit de crux van de ethische discussie.”

4 Wat als geo-engineering als wapen wordt ingezet?

Nieuwe technologieën kunnen misbruikt te worden door mensen die er een manier in zien om hun macht te vergroten: dat was al zo met het vuur, buskruit en kernsplitsing en straks misschien ook met geo-engineering. Misschien kan het als oorlogsmiddel worden ingezet, bijvoorbeeld om droogte te creëren in een vijandig land? Dat blijft voorlopig science fiction: technieken om het klimaat te beïnvloeden zijn nu nog niet zo specifiek inzetbaar en goed door te rekenen dat ze ingezet kunnen worden als wapen. De thermostaat is nog onprecies.

„Maar er is zeker een conflict denkbaar tussen oost en west over de vraag hoeveel de aarde dan moet afkoelen,” zegt Verbeek. „Denk aan grote geopolitieke belangen zoals de vaarroutes die ijsvrij worden. Er komt zeker een geopolitieke dimensie aan deze discussie.”

Volgens Taebi zorgt die dimensie voor een moreel en politiek vraagstuk zoals we dat eigenlijk nog niet goed kennen. „Het dichtst in de buurt komt kernenergie. Ook dat heeft door het kernafval grote nadelen voor volgende generaties, maar we móéten het nu wel gebruiken om erger te voorkomen, vinden de voorstanders. Zeker uit de discussie over kernafval, over de intergenerationele aspecten ervan kunnen we misschien zinnige ideeën halen over hoe we geo-engineering kunnen reguleren. Al zijn de onzekerheden rondom geo-engineering een stuk grilliger.” Veel van de morele dilemma’s zijn volgens Taebi terug te voeren op de grote overkoepelende vraag wat rechtvaardigheid is: wat is een rechtvaardige verdeling van de lusten en de lasten, en welke onrechtvaardigheden worden door geo-engineering mogelijk versterkt?

Hoe dan ook: het wegwuiven van ideeën als de zon dimmen of op industriële schaal broeikasgas uit de lucht zuigen, kan steeds minder makkelijk. Het is onontkoombaar om er serieus over na te denken, zegt Verbeek: „Er zijn nu al klimaatvluchtelingen, hele delen van continenten worden as we speak onbewoonbaar. Het is ook asociaal naar die mensen als we de mogelijkheden en ethische kaders van geo-engineering niet op zijn minst héél goed gaan onderzoeken.”