Opinie

Weerstand tegen generatiecriterium is al te makkelijk

Niet-medische triage

Commentaar

Dinsdag publiceerde de Federatie Medisch Specialisten in samenwerking met de beroepsvereniging van artsen KNMG het draaiboek voor triage op basis van ‘niet- medische overwegingen’. Het moet artsen een handvat bieden in de hypothetische noodtoestand waarin IC’s landelijk vol zijn en patiënten niet langer op medische gronden getrieerd kunnen worden. Artsen toonden zich tevreden met het resultaat; het kabinet reageerde kritisch.

De eerste twee criteria voor de niet-medische triage trokken weinig aandacht: het eerste geeft die patiënt voorrang die naar verwachting het kortst een IC-bed bezet zal houden, naar het uitgangspunt zoveel mogelijk levens te willen redden. Het tweede criterium geeft zorgmedewerkers voorrang die coronapatiënten behandelden met een tekort aan beschermingsmiddelen. Zo blijven zorgmedewerkers bereid ook onder die omstandigheden hun werk te doen, argumenteren de ethici in hun draaiboek.

Het derde criterium is dat van de ‘intergenerationele solidariteit’. Patiënten uit jongere generaties zouden voorrang krijgen boven die uit oudere generaties, met het argument dat ‘iedereen in zijn of haar leven evenveel gelijke mogelijkheden [moet] hebben’.

Dit laatste criterium stuit op politieke weerstand. Minister Martin van Rijn (Medische Zorg en Sport) schreef in een brief aan de kamer: ‘[...] voor dit kabinet is elk leven gelijkwaardig en als een oudere patiënt op medische gronden even veel herstelkansen heeft als een jongere patiënt, kan hem of haar geen aanspraak op levensreddende zorg worden ontzegd.’ Minister De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA) zei eerder in Op1 dat hij een dergelijk criterium desnoods met een wet zou tegenhouden.

Toch is deze politieke reactie overtrokken, en lijkt die vooral de beeldvorming te dienen. De interpretatie dat sommige levens op de tweede plek zouden komen, en dan vooral die van een belangrijk deel van het electoraat, wordt nu eenmaal niet graag vertolkt door politici in een verkiezingsjaar. Terecht wijst het kabinet er op dat code zwart koste wat kost vermeden moet worden, en dat er genoeg IC-bedden voor iedereen zouden moeten zijn.

Dat betwist niemand. Maar het ‘Draaiboek triage’ treedt dan ook pas in werking bij het zwartste scenario, als er ondanks te nemen voorzorgsmaatregelen alsnog te veel patiënten IC-zorg nodig hebben, en als die niet langer op medische gronden geselecteerd kunnen worden.

Van Rijn stelt voor om in plaats van het generatiecriterium een ‘first come, first serve’-criterium te hanteren. Maar dat is in de praktijk al leidend: als patiënten binnendruppelen zullen die worden behandeld als er een bed beschikbaar is. Patiënten die reeds op de IC liggen, worden daar niet afgehaald als een jongere patiënt zich aandient. Het generatiecriterium speelt dan ook pas als patiënten die medisch precies gelijk zijn in korte tijd een ziekenhuis overspoelen. Dat is een absoluut noodscenario.

In zo’n situatie is het de vraag of je kunt of wenst te differentiëren tussen mensen, en op grond waarvan. Als je besluit niet te differentiëren, dan rest het loten om een IC-bed, zoals in Italië tijdens de coronacrisis in enkele ziekenhuizen gebeurde. Daarmee blijft de overlevingskans willekeurig en ligt de verantwoordelijkheid niet bij arts of politiek. Dat is een mogelijke weg, maar het maatschappelijk debat daarover moet gevoerd worden. Roepen om meer bedden, of ieders gelijkwaardigheid benadrukken, voldoet niet.