Analyse

Waarom Nederland zo slecht presteert in het tegengaan van kinderarmoede

Kinderarmoede Richt de politiek zich te veel op ouderen? Een deze week verschenen studie noemt kinderarmoede urgenter.

Flat in de Rotterdamse wijk Zuidwijk.
Flat in de Rotterdamse wijk Zuidwijk. Foto Hans van Rhoon/HH

Vergeten we de kinderen? Als het gaat om het verhelpen van kinderarmoede scoort Nederland internationaal slecht, bleek deze week uit een grote studie van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Planbureau. De publicatie past in een trits andere rapporten met eveneens zorgelijke conclusies over kinderen. Zoals: bijna een kwart van de 15-jarigen kan niet goed lezen. De leesvaardigheid daalde sinds 2015 snel, Nederlandse kinderen scoren plots lager dan het gemiddelde in andere EU landen, bleek uit de internationale PISA-meting. Of: de kansen-ongelijkheid in het onderwijs groeit. De kloof tussen even slimme kinderen van laagopgeleide en hoogopgeleide ouders neemt toe, constateerde de onderwijsinspectie in 2016. Nog zo een: het aantal arme kinderen neemt niet af, concludeerde Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer in 2017. En nu zeggen de planbureaus: 8 procent van de kinderen leefde in 2017 in armoede. Bij ouderen was dat 3 procent.

Lees ook: Planbureaus voorzien sterke groei van armoede door coronacrisis

Bovenop die zorgelijke cijfers komt de coronacrisis. De armoede is er niet alleen zichtbaarder door geworden – kinderen bleken thuis geen computer te hebben voor online onderwijs – maar zal er ook door verergeren, voorspellen de planbureaus. Vijftien burgemeesters waarschuwden deze week in een manifest voor een verloren generatie als we niks doen. Onderwijsachterstanden in ‘kwetsbare buurten’ zijn door corona schrikbarend opgelopen.

Jongeren verliezen hun baan, en „sommigen van hen kiezen juist nu voor het makkelijke geld van de criminaliteit.” Er wordt hier maatschappelijke schade aangericht die nog lang zal doorwerken, denken de burgemeesters. „De tweedeling in onze gemeenschap en de kansenongelijkheid nemen nog verder toe, de binding met de rest van de samenleving neemt nog meer af.” Dat roept herinneringen op aan de financiële crisis: terwijl Nederland in 2016 de recessie achter zich had gelaten, bleek nog lang niet iedereen de vruchten daarvan te plukken. De langdurige armoede bleek zelfs te groeien.

Nederland is kampioen in het verminderen van armoede bij ouderen via sociale regelingen, beter dan Frankrijk, Luxemburg en Duitsland, zo laat de studie van de planbureaus zien. Maar als het gaat om armoede verhelpen bij kinderen, doet Nederland het slechter dan al die landen. Koen Caminada is hoogleraar Empirische analyse van sociale en fiscale regelgeving aan de Universiteit Leiden. Met collega’s deed hij het internationaal vergelijkend onderzoek naar armoedebeleid in 49 landen sinds 1967 waar de planbureaus zich op baseren. Wat hem opviel, is dat een land als het Verenigd Koninkrijk veel beter scoort. „In Angelsaksische landen is de armoede algemeen bezien hoger dan hier. Maar daar richten ze de euro’s echt alleen op arme kinderen. Hier gaan de euro’s naar een veel bredere groep kinderen.”

Is er genoeg aandacht voor armoede onder kinderen? „Er is op zich veel beleid”, zegt onderzoeker Stella Hoff van het Sociaal en Cultureel Planbureau. „In het vorige kabinet heeft Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) veel gedaan om de gevolgen van armoede via de gemeentes te verzachten. Maar de politieke aandacht gaat vaak naar arme ouderen.” Bijvoorbeeld in de vragen van de Tweede Kamer. Is die focus op ouderen nog nodig als het risico op armoede bij kinderen veel groter is, vraagt Hoff zich af. „Kinderen hebben nog een heel leven te gaan.”

Geen direct resultaat

Op korte termijn zijn best maatregelen te nemen, zoals verhoging van het kindgebonden budget. Maar veel investeringen in kinderen, stelt Hoff, betalen zich pas heel laat uit, pas na tien tot twintig jaar. Een kabinet ziet niet direct resultaat. „Het gaat altijd om de volgende verkiezingen, niet over die in tien jaar tijd”, zegt bijzonder hoogleraar Arco Timmermans, die zich in Leiden bezighoudt met politieke agendavorming.

In de „concurrentie om politieke aandacht” leggen kinderen het eerder af, zegt Timmermans. Ouderen mogen stemmen, kinderen niet. Arme kinderen zijn ook minder „dramatiseerbaar” als groep, zegt hij. Kwetsbare ouderen in verpleeghuizen: daar kan iedereen zich wat bij voorstellen, vooral „als bekende Nederlanders zich ervoor gaan inspannen”. Hij noemt Hugo Borst, die hier succesvol aandacht voor vroeg.

Lees over Alend, een tiener die opgroeit in een van de grootste sociale huurflats van Nederland: ‘De L-flat is mijn hometown’

„Kinderen hebben geen politieke waarde tenzij het gaat om grote rampen”, zegt kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer. Daar komt bij: het probleem van kinderarmoede concentreert zich vooral bij burgers met een niet-westerse achtergrond. Een groep waar al minder politieke aandacht voor is, zegt Kalverboer, en die doorgaans zelf ook minder politiek geëngageerd is. „Het gaat om kinderen die nogal gemarginaliseerd zijn en waar wijzelf eerlijk gezegd ook minder goed zicht op hebben.”

Het gros van de kinderen dat arm opgroeit, is niet arm als volwassene, maar ze lopen wel een twee keer zo hoog risico om later arm te zijn dan andere kinderen. Dat is het „littekeneffect” van armoede, zegt SCP- onderzoeker Hoff. Bij kinderen van vluchtelingen is het risico het hoogst. De beste remedie is op jonge leeftijd in onderwijs investeren. Vooral de leesvaardigheid is belangrijk. Maar juist op scholen met veel kinderen uit kwetsbare gezinnen is het lerarentekort groot. Amsterdam wil leraren op die scholen een hoger salaris gaan geven.

Vorig jaar schreef staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken, VVD) dat de ambities in het tegengaan van kinderarmoede omhoog gaan.

Een euro die je in een kind investeert, gaat een leven mee

Kinderombudsvrouw Kalverboer zegt daarover: „Het ambitieniveau is hoog, maar ik heb verder nog niets gezien.” Afgelopen week schreef ze een kritische brief terug naar Van Ark. „De urgentie om dit punt op dit moment bij u te agenderen is door de coronacrisis des te groter.” Kalverboer vindt dat er te veel in „makkelijke oplossingen” wordt gedacht. „Heel materieel: je geeft een kind een fiets, een laptop. Je zet ze op een sportclub. Dat is natuurlijk goed, zeker in deze crisis. Maar wat als er geen vervoer is naar de voetbalclub of het balletpakje niet wordt gewassen? Daar hebben we níet aan gedacht. Er is veel meer maatwerk nodig. We verzorgen de kinderen, maar versterken ze niet.”

Flexwerkers en zzp’ers

Wordt Nederland slechter in het verheffen van kinderen uit armoede? „We worden er in elk geval niet beter in”, zegt Hoff. „De kansenongelijkheid in het onderwijs, dat een kind van laagopgeleide ouders een lager schooladvies krijgt, speelt daar een rol in.” Bovendien loopt een grotere groep risico arm te worden door de grote groei van het aantal flexwerkers en zzp’ers in Nederland.

„Dan neemt het risico op armoede ook voor hun kinderen toe.”

Econoom Caminada pleit al jaren voor meer aandacht voor armoede onder kinderen, zegt hij. „Laten we het niet bij elke koopkrachtdiscussie hebben over de ouderen.” Economisch gezien is het gek dat armoede onder kinderen zo weinig aandacht krijgt, want een euro die je in een kind investeert gaat een leven mee. „Ik heb nooit begrepen dat beleidsmakers niet zien dat Nederland internationaal negatief opvalt als het gaat om kinderen uit de armoede houden via onze ruime waaier aan sociale regelingen. Electoraal zijn 50-plussers een grote groep. Maar er speelt meer: we willen het ook liever niet weten. Statistieken waaruit blijkt dat we slecht scoren laat ik zien op ministeries en bij adviesorganen – maar men lijkt weg te kijken. Volgens mij is dat schaamte.”