Opinie

Wat doet Domela Nieuwenhuis daar eigenlijk nog?

Column Amsterdam

Auke Kok

Hij staat er nog steeds, zijn vuist in de lucht, hoog op zijn sokkel bij het Westerpark: Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Zwijgzaam en strijdbaar – en nogal nutteloos – kijkt hij over het drukke verkeer van de Willemsbrug naar het grote niets. Je vraagt je af waarom Domela Nieuwenhuis (1846-1919) onverminderd met zijn rug naar de Haarlemmerpoort de revolutie blijft prediken. Ooit de held van radicaal-socialisten in Amsterdam en ver daarbuiten; nu een kwibus met een baard, metershoge versteende anarchie waar vrijwel niemand nog mee te maken wil hebben. Met andere woorden, nu we toch bezig zijn de openbare ruimte aan een morele herkeuring te onderwerpen: wat doet die agitator daar eigenlijk nog?

En Domela Nieuwenhuis heeft, historisch gesproken, meer met Black Lives Matter van doen dan je misschien denkt. Want de stijfkoppige pre-communist dankt zijn standbeeld in feite aan generaal Jo van Heutsz – u leest het goed. Van Heutsz, de gouverneur-generaal met het bloed van Atjeh aan zijn handen, moest en zou in de jaren dertig een standbeeld krijgen. En Domela Nieuwenhuis dus ook. Dat zit zo.

Ooit de held van radicaal-socialisten in Amsterdam en ver daarbuiten; nu een kwibus met een baard

Na de dood van Van Heutsz in 1924 laaiden de discussies over de ‘pacificator’ van Nederlands-Indië hoog op: voorstanders van een standbeeld wilden de militaire en bestuurlijke verdiensten van deze ‘grote Nederlander’ eren; maar in het rode kamp werd zo’n eerbetoon een ‘uiting van het meest grove imperialisme’ gevonden, een ‘verheerlijking van bloedige onderdrukking’. De raad debatteerde er oeverloos over en toen dook ineens de naam Domela Nieuwenhuis op. Die moest ook een standbeeld, vonden diverse arbeidersorganisaties.

Dat kwam het stadsbestuur goed uit. Domela Nieuwenhuis lag als anarchist en anti-democraat uiteraard slecht bij de gevestigde orde. Beslissing genomen: de burgerij kreeg haar Van Heutsz-beeld, de radicale arbeidersbeweging haar Domela Nieuwenhuis-beeld. Polderen omstreeks 1930.

Van hoofdstedelijk polderen getuigde ook de vorm die het Van Heutsz-monument uiteindelijk kreeg: in 1935 onthulde Van Heutsz-fan Koningin Wilhelmina een beeld aan de Apollolaan dat in de verste verte niet op de omstreden gouverneur-generaal leek. Om geen aanstoot te geven was het een vrouw geworden, „een juf” zoals De Telegraaf smalend schreef. En niet op het Museumplein, maar minder opzichtig, tegenover het Amsterdams Lyceum in Zuid. Alleen een plaquette onder het vrouwenbeeld verwees nog naar Van Heutsz, maar evengoed werd het monument in de loop der jaren zo vaak beschimpt en beklad dat de plaquette verdween en zelfs de naam veranderde: het heet nu keurig netjes ‘Monument Indië Nederland’.

Exit Van Heutsz.

Terwijl de ‘donkere bladzijde’ uit ons koloniale verleden zo geleidelijk aan uit het plantsoen langs de Apollolaan verdween, bleef de gebalde vuist van Domela Nieuwenhuis onverminderd de hemel in steken. Niemand kijkt nog om naar het beeld dat er zonder een bestuurlijk compromis nooit zou zijn gekomen.

Als we dan toch alle standbeelden van omstreden figuren van hun sokkels halen om ze ergens museaal te gaan onderbrengen, dan kan die oproerkraaier, die anti-parlementariër bij de Willemsbrug, er ook nog wel bij.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.