Deze zes onderzoekers krijgen ieder 2,5 miljoen euro

Spinoza- en Stevinpremies Van de zes Spinoza- en Stevinpremies gaan er dit jaar vier naar biomedisch onderzoek. „Ik zou het geld wel drie keer kunnen uitgeven.”

Standbeeld van filsofoof Baruch Spinoza in Amsterdam. De Spinozapremie wordt sinds 1995 uitgereikt door het NWO.
Standbeeld van filsofoof Baruch Spinoza in Amsterdam. De Spinozapremie wordt sinds 1995 uitgereikt door het NWO. foto Hollandse Hoogte

Met verbazing, verdwazing en opluchting. Zo reageren de onderzoekers die dit jaar een Spinoza- of Stevinpremie van elk 2,5 miljoen euro ontvangen. Het is de grootste wetenschappelijke prijs in Nederland. Dit keer gingen de premies naar een moleculair oncoloog, een geschiedfilosoof, een moleculair biofysicus, een omgevingspsycholoog, een bio-organisch chemicus en een chemisch immunoloog. Het geld mogen ze vrij besteden aan onderzoek of activiteiten die aan onderzoek gerelateerd zijn.

De Spinozapremie wordt sinds 1995 uitgereikt door wetenschapsfinancier NWO, de Stevinpremie sinds 2018. Die laatste legt meer het accent op de maatschappelijke impact van onderzoek.

Sjaak Neefjes (1959), Universiteit Leiden, Hoogleraar Chemische Immunologie

Sjaak Neefjes Foto NWO / fotografie: Studio Oostrum/Hollandse Hoogte

„Ik was even verdwaasd en in de war toen ik te horen kreeg dat ik een Spinozapremie krijg. Het is een grote eer en het maakt dingen mogelijk die je anders niet zou kunnen doen. Wat dat betreft komt dit precies op het juiste moment.

„Want samen met mijn Leidse collega Hermen Overkleeft heb ik een stoutmoedig plan: zelf een antikankermiddel maken. We werken al jaren aan een nieuwe versie van een oud middel voor chemotherapie dat al een jaar of vijftig bestaat. Dit middel, doxorubicine, wordt tegen allerlei soorten kanker gebruikt. Maar het heeft één groot nadeel: het is ontzettend giftig. Om die reden wordt het ook wel toxorubicine genoemd. Patiënten mogen maximaal zes kuren krijgen, terwijl patiënten met een zwakker hart – zoals oude patiënten – het al helemaal niet krijgen. „Door te sleutelen aan het molecuul is het ons gelukt de giftigheid eruit te halen. De oorspronkelijke stof doodde tumorcellen door dna-breuken te veroorzaken. Door de chemische veranderingen die wij aanbrachten blijft het dna nu heel, ondanks het feit dat we de histonen, dat zijn de eiwitten die het dna netjes in de celkern oprollen, eruit knikkeren. Voor tumorcellen is het nieuwe molecuul nog steeds dodelijk, maar voor andere cellen is het lang niet zo giftig, zo blijkt in proefdieren en celkweken. Maar daar strandt het.

„Het punt is dat dit molecuul om historische redenen niet te patenteren is, waardoor geen enkele industrie erin wil investeren. Er zit niets anders op dan het zelf te doen, maar dat is duur. Daar wil ik nu de Spinozapremie voor gebruiken. Eerst moeten we de stof volgens farmaceutische richtlijnen laten maken door een gespecialiseerd bedrijf. We hopen in de eerste helft van volgend jaar de veiligheid van de stof verder te kunnen gaan testen in honden of konijnen. De vraag is of dat nodig is. Misschien mogen we het wel direct onderzoeken bij uitbehandelde kankerpatiënten.”

Jan van Hest (1968), Technische Universiteit Eindhoven, Hoogleraar bio-organische chemie

Jan van Hest Foto NWO / fotografie: Studio Oostrum/Hollandse Hoogte

„Ik zat net in een online vergadering met Europese collega’s toen mijn telefoon begon te trillen. Onbekend nummer, dus ik liet het maar even gaan. Vervolgens ging de telefoon nóg een keer of drie.

Die avond bleek Stan Gielen mijn voicemail te hebben ingesproken. Of ik hem even wilde terugbellen. Wat kan zo belangrijk zijn dat hij me per se wil bereiken, dacht ik. Dat bleek dus de Spinozapremie te zijn. Een grote eer – ik ben er echt door overvallen dat ik nu deze prijs krijg.

„Binnen onze onderzoeksgroep werken we met macro-moleculen die in contact met water capsules vormen. Die kunnen we bijvoorbeeld gebruiken voor het transport van enzymen: nanomedicijnen die in een levende cel gericht schadelijke processen corrigeren. Eerder omschreef ik die capsules op feestjes weleens als ‘kleine plastic bolletjes’ maar dat riep verkeerde associaties op. Nu heb ik het meestal over kleine bolletjes, zo dik als eenduizendste van een haar.

„Naast die praktische toepassing doen we ook fundamenteel onderzoek: we maken synthetische deeltjes met eigenschappen van levende cellen, ze kunnen bijvoorbeeld communiceren en bewegen.

De beroemde natuurkundige Richard Feynman zei al: ‘Om dingen te begrijpen moet je ze bouwen’ en dat is precies wat wij doen. En natuurlijk hopen we hierdoor binnen de nanogeneeskunde nóg slimmere systemen te ontwikkelen die nóg beter in staat zijn om gericht medicijnen af te geven.

„Het prijzengeld wil ik graag inzetten om te onderzoeken hoe we synthetische cellen met levende cellen kunnen laten communiceren. Dat je zo’n kunstmatige cel in een signaalbaken verandert dat omliggende cellen opdrachten geeft: ga nu dit doen, ga nu dat aanmaken. Dat zou heel handig zijn bij weefselkweek. Dan kan een levende cel de instructie krijgen ‘word nu een spiercel’, of ‘word nu een botcel’.

Linda Steg (1965), Rijksuniversiteit Groningen, Hoogleraar omgevingspsychologie

Linda Steg Foto NWO / fotografie: Studio Oostrum/Hollandse Hoogte

„Ik viel stil. Stan Gielen belde me. Ik dacht, het zal wel iets te maken hebben met een NWO-commissie waar ik in zit. Maar toen vertelde hij het. Het duurde even voordat het tot me doordrong. Dit had ik niet verwacht.

„Ik onderzoek wat mensen motiveert om milieuvriendelijk te handelen. En wat maakt of ze milieubeleid wel of niet accepteren. Vooral in relatie tot de opwarming van het klimaat. Motivatie wordt gestuurd door de waarden die mensen hebben. Biosferische waarden zorgen ervoor dat iemand goed wil doen voor natuur en milieu. Daarnaast heb je ook altruïstische, egoïstische en hedonische waarden. Bij iedereen spelen ze een rol, maar de mate waarin ze ons gedrag bepalen varieert, per cultuur, per persoon en per moment.

„Uit recente enquêtes weten we dat biosferische waarden hoog scoren bij mensen in Europa. Men vindt natuur en milieu echt belangrijk. Maar de ondervraagden denken ook dat anderen het vaak minder belangrijk vinden. Dat zien we bijvoorbeeld bij politici. Ze denken dat het draagvlak voor milieubeleid niet groot is. Het is een van de redenen waarom we het klimaatprobleem zo traag aanpakken.

Op feestjes leg ik mijn onderzoek precies zo uit als ik net heb gedaan.

„Met het geld wil ik onderzoeken in welke wereld mensen willen leven. Hoe wegen ze allerlei opties om klimaatverandering tegen te gaan tegen elkaar af? Willen ze stoppen met vlees eten? Of hebben ze misschien liever dat CO2 ondergronds wordt opgeslagen? Of vinden ze het oké dat het warmer wordt, dat de zeespiegel flink stijgt, en dat ons land op de schop moet? Ook wil ik kijken of de opgedane kennis beter te verspreiden is. Nu geven we veel lezingen. Maar is dat de beste manier om het brede publiek, en kinderen, te bereiken? Ik wil dingen gaan uitproberen met kunstenaars, met filmmakers. Kijken of dat sterker binnenkomt.”

Nynke Dekker (1970), Technische Universiteit Delft, Hoogleraar moleculaire biofysica

Nynke Dekker Foto NWO / fotografie: Studio Oostrum/Hollandse Hoogte

„Ik was blij natuurlijk, toen dit telefoontje kwam. Later die dag was ik ook heel opgelucht. Een vrij groot deel van mijn groep bestaat uit vaste mensen. Daar kies ik bewust voor, maar die moet ik grotendeels uit de tweede geldstroom – geld dat via bijvoorbeeld NWO en KNAW binnenkomt – betalen. Ik wil niet zeggen dat ik deze hele Spinozapremie daaraan ga besteden, maar ik heb nu wel een soort garantiefonds en dat is fijn.

„Wij doen onderzoek op het grensvlak van natuurkunde en biologie. We ontwikkelen microscopen waarmee je de wisselwerking tussen biologische moleculen kunt bekijken. Vaak een eiwit dat actief is op dna of op rna. Dan kijk je dus naar zo’n enkele interactie: één eiwitmolecuul met één dna-molecuul. De relevante lengteschaal bij dna is de afstand tussen twee basenparen: 0,3 nanometer. Wil je op dat niveau kunnen meten, dan moet je een stabiele microscoop hebben. Ik ben opgeleid als natuurkundige. Natuurkundigen willen graag algemene wetten voor verschijnselen vinden. Dus wat we proberen te doen is die moleculaire bezigheden zo kwantitatief in kaart brengen dat je er principes uit kunt afleiden. We proberen zo het mysterie eruit te halen.

„Als mensen mij vragen wat ik doe, dan is mijn antwoord dat we het kopiëren van dna bestuderen. De meeste mensen weten wel iets over dna, dus je kunt vertellen dat als een cel zich moet delen, het dna gekopieerd moet worden. En dan vertel ik dat er een machientje is dat ervoor zorgt dat dit gebeurt en dat wij proberen te begrijpen hoe dat machientje werkt: door het in actie te filmen.

„Ik zou het geld wel drie keer uit kunnen geven. Ik heb vorige week mijn groep verteld van deze premie en ze meteen opdracht gegeven hier ook over na te denken. Meestal moet ik een projectvoorstel schrijven wil ik zoveel geld binnenhalen, dan denk ik er anderhalf jaar over na. Nu is het denken pas net begonnen.

Pauline Kleingeld (1962) Rijksuniversiteit Groningen, Hoogleraar ethiek en haar geschiedenis

Pauline Kleingeld Foto NWO / fotografie: Studio Oostrum/Hollandse Hoogte

„Ik zag dat ik gebeld werd door Stan Gielen en vroeg me af waarvoor hij mij nodig zou kunnen hebben. Toen hij het goede nieuws vertelde was ik eerst nogal confuus. Daarna had ik een enorm gevoel van rust. Dit is zo’n gigantische prijs. Ik dacht aan wat ik met al dat geld kon doen.

„Ik houd me bezig met onderzoek naar moreel universalisme. Zijn er algemeen geldende morele principes? Zo ja, hoe kan je die principes dan met argumenten onderbouwen? Ik ben ooit gepromoveerd op de geschiedfilosofie van Immanuel Kant. Hij maakte eind achttiende eeuw deel uit van een groep denkers die het kosmopolitisme voorstonden. Dat was een gedachtegoed dat later in Duitsland niet erg in trek was, en ik vond het interessant om dat verder te onderzoeken. Dit leidde tot mijn boek Kant and Cosmopolitism.

„Hierna ben ik op zoek gegaan naar de filosofische onderbouwing van het kosmopolitische ideaal van Kant. Ik ontdekte dat we Kants ethiek anders moeten lezen dan over het algemeen gebeurt. Termen zoals morele wetgeving, autonomie en vrijheid bleken een andere betekenis te hebben dan vaak wordt gedacht. Menselijke waardigheid, rechtvaardigheid, vrijheid en gelijkheid zijn de kern van zijn denken.

„Als ik op een verjaardag wil uitleggen waarmee ik bezig ben, begin ik altijd met een eenvoudig voorbeeld. Zoals het verschil tussen de stelling ‘ik vind slavernij verwerpelijk’ en ‘slavernij is verwerpelijk’. Mensen voelen meteen aan dat daartussen een verschil zit. In het gebruik van het woord ‘is’ ligt een aanname besloten. Waarop baseer je die?

„Ik wil nu gaan onderzoeken of en hoe Kants ethiek kan worden gebruikt om een hedendaagse Kantiaanse verdediging te ontwikkelen voor het moreel universalisme. Dure machines hoef ik niet te kopen, ik kan het geld van de premie in mensen investeren. Zo kom je verder in de filosofie: het is heel verrijkend om met elkaar in gesprek te gaan.”

Ton Schumacher (1965) Antoni van Leeuwenhoek en Universiteit Leiden, Hoogleraar immunotechnologie

Ton Schumacher Foto NWO / fotografie: Studio Oostrum/Hollandse Hoogte

„Bel me zo snel mogelijk terug, had Stan Gielen, de voorzitter van NWO, ingesproken. Dit had ik zeker niet verwacht. Het voelt als een mooie erkenning, want mijn carrière in de wetenschap is ongewoon. Ik combineer academisch werk met het opzetten van biotechnologische bedrijfjes. Ik heb er vier opgericht, het vijfde volgt dit najaar.

„Op feestjes vertel ik dat ik werk aan immuuntherapie voor kanker. Hoe herkent ons afweersysteem kankercellen, en hoe kunnen we dat stimuleren? Daarvoor onderzoek ik T-cellen, witte bloedlichaampjes die geïnfecteerde cellen kapotmaken. Cellen laten willekeurige stukjes eiwit uit hun binnenste zien op hun buitenkant, op een soort presenteerblaadje. T-cellen hebben een antenne, de T-cel-receptor, die kan beoordelen of daar iets lichaamsvreemds op ligt.

„Ik vond dat 25 jaar geleden zo fascinerend. Gaandeweg ontwikkelde dat veld naar immuuntherapie, zo rolde ik het kankeronderzoek in. Mijn moeder stierf aan kanker op mijn zeventiende, dat zal onbewust mee hebben gespeeld.

„Kankercellen kunnen ook als lichaamsvreemd worden herkend, ontdekten we. De dna-schade die bij kanker ontstaat, leidt tot nieuwe stukken eiwit. T-cellen herkennen die, maar deze afweerreactie wordt geremd. De meest gebruikte immuuntherapie, met immune checkpoint remmers, heft deze blokkade op.

„Met de Stevinpremie wil ik een computeralgoritme bouwen dat voorspelt welke eiwitstukjes een unieke T-cel-receptor zal herkennen. Daarvoor moeten we eerst gegevens verzamelen van vele duizenden T-cel-receptoren en weten waaraan ze binden. Het zou prachtig zijn als we in bloed kunnen zien of er kankerspecifieke T-cellen zijn. Die kunnen we dan wellicht versterken.

„Wie weet rolt hieruit ook ooit een bedrijfje. Maar fundamenteel onderzoek blijft de essentiële aanjager van de vooruitgang.”

Lees ook: ‘Ons afweersysteem leert de samenleving een les’