Simon Stevinstraat in Nacht op de kale berg

Literaire plekken Guus Luijters schrijft op gezette tijden over de literaire plekken van Amsterdam.

De ene Amsterdam-roman is Amsterdamser dan de andere. Nacht op de kale berg (1961) van Karel van het Reve speelt in de stad, maar om de een of andere reden lijken de beschreven locaties neutraal, terwijl ze heel dwingend zijn opgeschreven, als een soort signalen.

Al op de eerste bladzij is het wat dat betreft raak. „Nu hebben we vroeger in de Simon Stevinstraat gewoond”, zegt de man die voorgeeft de schrijver te zijn van Nacht op de kale berg. De straatnaam werkt hier als het fameuze geweer uit het eerste bedrijf van het toneelstuk van Tjechov. Want in het laatste bedrijf zal dat geweer afgaan. Maar nee dus, de Simon Stevinstraat speelt verder geen rol in het verhaal.

En zo gaat het vaker in dit wonderlijke boek. Over Frans Meijers, een marginale bijfiguur, horen we dat hij getrouwd is, twee kinderen heeft, op de Reguliersgracht woont, nummer 29, telefoon 63402, en dat hij ‘van die rode sigarettendoosjes’ verzamelt. Ik lees dit soort dingen graag, maar waarom deze informatie wordt opgediend, blijft een raadsel. Nacht op de kale berg gaat over twee jongemannen, journalist Joop Flavius en socioloog Bram van Heel die allebei verliefd worden op de aanbiddelijke Maartje Draak. Als ze haar een miljoen brengen, zal ze overwegen met een van hen te trouwen, belooft ze. Flavius begint daarop de Beweging, een religieuze sekte die predikt dat alle kwaad terug te brengen is tot een gebrek aan Brâm: „De mensen hebben te weinig Brâm. Maar zolang Brâm te weinig mensen heeft kunnen we de tempel niet opbouwen, en zolang die tempel niet staat kan Brâm zijn verlossend woord niet spreken.” Voor het bouwen van de tempel is een miljoen nodig, bijeen te brengen door de volgelingen en af te dragen aan de Alwaardige – het is hoogst vermakelijk allemaal. Terwijl het verhaal er eigenlijk niet toe doet, want waar het Reve werkelijk om gaat, is het spuien van theorieën en theorietjes zoals Henk Broekhuis dat later zou doen.

Zo komt de vraag aan de orde hoe het mogelijk is dat je een boek goed, of slecht, kunt vinden terwijl je het niet gelezen hebt. Ook zijn er belangwekkende beschouwingen, bijvoorbeeld over de wijze waarop je moet hurken als je wilt poepen in de vrije natuur. Een van de vele hoogtepunten van het boek is een auto-achtervolging die begint in Betondorp en die ons via de Berlagebrug, de Apollolaan en de Willemsparkweg naar het Hoofddorpplein brengt, waar de taxi waarin Bram van Heel zit zijn achtervolger eindelijk weet af te schudden. Bram woont in Betondorp in de Ploegstraat, een adres waar Reveliefhebbers wel raad mee weten. Maar waarom Joop Flavius zo nadrukkelijk op Willemsparkweg 190 woont, is me een raadsel.

(Nacht op de kale berg is opgenomen in Verzameld werk, deel 2)

schrijft hier op gezette tijden over de literaire plekken van Amsterdam.