Recensie

Recensie Beeldende kunst

Richier bouwde een unieke wereld met universele kracht

Beeldende kunst Kunstenaar Germaine Richier was lang miskend en had de tijdgeest tegen. Op haar eerste overzicht in Nederland blijkt dat ze zich kan meten met de grootste naoorlogse beeldhouwers.

Germaine Richier in haar atelier in Zurich, 1944.
Germaine Richier in haar atelier in Zurich, 1944. Foto Christian Staub

Goede kunst voegt zich moeiteloos naar haar tijd. Neem de tentoonstelling van de Franse beeldhouwster Germaine Richier in Museum Beelden aan Zee in Scheveningen. Die was al ingericht toen de coronacrisis uitbrak, maar toch zie je, als je er rondloopt, voortdurend hints naar de actuele toestand in de wereld. Kijk, een dreigende vleermuis in volle vleugelslag. Don Quichot, op weg naar zijn strijd tegen de windmolens. Wezens die zowel dieren als mensen zijn. Of neem het fantastische L’Orage (De storm): een grote, lompige man die voor de ogen van de toeschouwers uit elkaar valt, alsof hij door iets onbestemds wordt aangevreten – Richier maakte het al in 1947. In die tijd werd het trouwens, onder andere door de toenmalige Stedelijk Museum-directeur Willem Sandberg, beschouwd als commentaar op de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog.

Germaine Richier, La Vierge folle (de dwarse maagd), 1946. Foto François Fernandez

Precies dat gevoel voor onderliggende stromen en universele thema’s maakt deze Richier-tentoonstelling zo goed – dat, en haar geweldige gevoel voor vorm. Germaine Richier (1902-1959) is typisch zo’n beeldhouwer die lang miskend was omdat ze de artistieke en de maatschappelijke tijdgeest tegen had. Vrouwelijke beeldhouwers hebben sowieso veel te lang veel te weinig erkenning gekregen, en dan maakte Richier haar beste (figuratieve) werk ook nog eens in de tijd dat abstractie de beeldende tijdgeest domineerde. Pas de afgelopen tien jaar wordt de rijkdom van haar beelden weer erkend – nu, op haar eerste overzicht in Nederland ooit, wordt duidelijk dat ze misschien wel tot de grootste beeldhouwers van na de Tweede Wereldoorlog hoort.

Wat Richier zo goed maakt, wordt het beste duidelijk in haar meest controversiële beeld: een gekruisigde Christus voor de Notre-Dame de Toute Grace in het Franse Plateau d’Assy. Deze Christus heeft geen gezicht en is zo tanig en pezig dat hij nauwelijks buiten het kruis uitsteekt – lichaam, kruis en lijden gaan volkomen in elkaar op. Zulk diep doorvoeld symbolisme zie je vaker in Richiers werk; haar hele oeuvre is doortrokken van het verlangen om juist in beelden ideeën en emoties te tonen die normaal tot het domein van de geest beperkt blijven. Maar daarmee maakt ze het zichzelf ook niet gemakkelijk.

Germaine Richier met De Vogel, ca 1954 Foto Luc Joubert

Sprookjes

Want door dat verlangen naar dubbelzinnigheid en verdieping dreigen haar beelden soms in het domein van sprookjes en fantasy te belanden: vooral als ze mensen en dieren combineert. Maar daarbij redt Richier zichzelf vrijwel altijd door haar virtuoze techniek en haar gevoel voor vorm.

Germaine Richier, La Grande Spirale (De Grote Spiraal), 1956 Foto François Fernandez / Musee Picasso Antibes

Neem La Sauterelle, grande (De grote Sprinkhaan, 1955-’56). Op het eerste gezicht lijkt dit beeld gewoon een mens: hoofd, armen, benen. Tot je beseft dat het zijn titel ontleent aan de houding: een wat onhandig, gretig balanceren, alsof Richier deze vrouw heeft gevangen op het moment dat ze nét een grote sprong gaat maken. Dat is Richier op haar best: juist door de combinatie van menselijke figuur en dierlijke houding krijgt het beeld zijn symboliek, en betekenis.

Dat geldt ook voor de vele dunne touwen en draden in Richiers werk: ze houden de beelden letterlijk in balans, maar tonen ook de afhankelijkheid en de kwetsbaarheid van haar wezens. Het gebruik van zulke abstracte middelen om haar beelden een innerlijk leven te geven, werkt enorm aanstekelijk – je moet even bereid zijn met Richier mee te willen lopen, maar dan beland je in een unieke wereld met universele kracht.