Nederland betaalt Denemarken maximaal 200 miljoen om duurzaamheidseisen te halen

Duurzame energie Nederland kan niet voldoen aan de EU-doelen voor duurzaam opgewekte energie. Met een boekhoudkundige truc wordt dit opgelost.

Windmolens in Denemarken. Denemarken zat in 2018 al boven de 40 procent duurzame stroom, tegen 7,4 procent van Nederland.
Windmolens in Denemarken. Denemarken zat in 2018 al boven de 40 procent duurzame stroom, tegen 7,4 procent van Nederland. Foto Merlin Daleman

Nederland voldoet via een boekhoudkundige uitweg dit jaar alsnog aan de Europese eis om minimaal 14 procent van zijn energiebehoefte duurzaam op te wekken. Via wind, zon en biomassa wordt in 2020 naar verwachting slechts 11,4 procent van de energie duurzaam opgewekt, maar dankzij een contract met Denemarken kan Nederland via ‘statistische overdracht’ meer duurzame stroom claimen. De afspraken kosten Nederland maximaal 200 miljoen euro.

Het gaat niet om de concrete levering van stroom. Landen die ruim voldoen aan de Europese eisen voor duurzame stroom mogen hun surplus via statistische overdracht te gelde maken. Het geld dat aan de Denen wordt overgemaakt wordt volgens minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) gestoken in een project voor elektrolyse van waterstof die duurzaam is geproduceerd. Het is de bedoeling dat het geld besteed wordt aan projecten die de energietransitie in de EU steunen.

Wiebes maakte vrijdag de (theoretische) overdracht bekend van 8 tot 16 terrawattuur duurzame stroom uit Denemarken. Nederland betaalt 12,50 euro per megawattuur. Afhankelijk van de Nederlandse duurzame stroomproductie kost het de schatkist minimaal 100 miljoen euro en maximaal 200 miljoen euro. De combinatie van een vaste prijs en flexibele hoeveelheid zorgt er volgens de minister voor dat de kosten „beperkt blijven” en er niet snel te veel wordt gekocht.

De precieze uitkomst van de overdracht wordt pas half 2021 bepaald, wanneer het CBS heeft berekend hoeveel duurzame stroom Nederland zelfstandig heeft geproduceerd. In zijn brief aan de Kamer geeft Wiebes aan dat met de statistische overdracht „ingebrekestelling, boete en dwangsom” van de Europese Unie worden voorkomen.

Nederland achteraan

De Europese Unie heeft als doel gesteld dat in 2020 20 procent van de stroom duurzaam wordt opgewekt. Per land verschillen de doelstellingen, afhankelijk van de uitgangspositie en de natuurlijke omstandigheden. Begin dit jaar werd bekend dat Nederland binnen de EU in 2018 helemaal achteraan liep wat duurzame energie betreft, maar de EU als geheel haalt de doelen wel. Maar liefst twaalf landen hebben al in 2018 hun doelstelling voor 2020 gehaald. Denemarken zat in 2018 al boven de 40 procent duurzame energie, tegen 7,4 procent van Nederland.

Met de deal rondt Wiebes een moeilijk dossier af. Omdat er in de afgelopen jaren te weinig geïnvesteerd is in duurzame energie was al langer duidelijk dat Nederland zijn doelstelling in 2020 niet zou halen. Vanuit Brussel werd een aantal keren duidelijk gemaakt dat Nederland zich wel aan de doelstellingen moest houden en dat anders boetes dreigden. Na 2020 neemt het aandeel duurzame energie, met name dankzij nieuwe windparken op zee, sneller toe, maar met dat argument nam Brussel geen genoegen. Eurocommissaris Frans Timmermans zei eerder dit jaar in NRC over de onhaalbare doelen: „Welk land roept hier nu de hele tijd ‘iedereen moet zich aan de afspraken houden’? Wij zijn er altijd heel goed in om anderen aan hun afspraken te houden, dan moet je dat zelf ook doen.”