Bij de sociale onderneming is omgaan met corona ‘topsport’

Sociale werkvoorziening Voor mensen met bijvoorbeeld een verstandelijke of fysieke beperking zijn alle veranderingen op het werk door corona extra lastig. Hoe gaan werkgevers daar mee om?

Bij lunchcafé Fröbel in Rotterdam-Zuid heeft het personeel een afstand tot de arbeidsmarkt.
Bij lunchcafé Fröbel in Rotterdam-Zuid heeft het personeel een afstand tot de arbeidsmarkt. Foto David van Dam

Toen Saskia Warnaar ruim drie jaar geleden als 23-jarige een eigen horeca-onderneming startte voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, had ze een duidelijke visie over het gebruik van pictogrammen. Plaatjes die aangeven waar bijvoorbeeld de koelkast is of het washok wilde ze niet voor Fröbel, zoals haar lunchroom heet.

„Pictogrammen zijn wel gebruikelijk in de branche waarin ik werk, maar ik vind dat je daarmee de doelgroep onbedoeld ‘klein’ houdt. Zo bereid je medewerkers niet voor op de stap naar een reguliere horecakeuken – en dat is wel mijn doel.”

Nu, in coronatijd, hangen er tóch pictogrammen in de keuken bij Fröbel. Op de locatie in Rotterdam-Zuid hangt rechts bij de ovens een A4’tje met een afbeelding van vuur en links bij de spoelbak een plaatje van sopbellen. Door corona was de situatie al zo anders dan normaal dat Warnaar toch besloot om plaatjes te gebruiken. „We moeten het nu niet moeilijker maken dan het al is.”

Bij alle ondernemingen zijn de coronamaatregelen even wennen voor het personeel. Maar voor medewerkers bij zogeheten SW-bedrijven – Sociale Werkvoorziening – is het nog een tandje lastiger. Zij hebben een afstand tot de arbeidsmarkt: een breed begrip, dat kan duiden op mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, maar ook op een vluchteling die de Nederlandse taal niet machtig is. Of op mensen die al heel lang, om allerlei redenen, afhankelijk zijn van een uitkering.

Via de leden van brancheorganisatie Cedris, die honderd sociale ondernemingen vertegenwoordigt, zijn ongeveer 100.000 mensen die begeleiding nodig hebben, betaald aan het werk. Voor een deel van hen is verandering lastig, zeker als daar een abstracte reden zoals een virus aan ten grondslag ligt. Anderhalve meter afstand is moeilijk in te schatten, een afspraak om ieder half uur je handen te wassen zo weer vergeten. Hoe gaan sociale ondernemingen hiermee om?

In het geval van Fröbel (twee vestigingen in Rotterdam, zestig man personeel) was het adagium: rustig en simpel opstarten. Zo wisselen de werknemers deze eerste weken niet elk uur van taak, maar hebben zij de hele dag één taak: appels schillen voor een appeltaart bijvoorbeeld. Warnaar: „We nemen de tijd om weer routine op te bouwen. Dat is al nodig als iemand een weekje op vakantie is geweest, maar nu zijn mensen er soms twee máánden uit geweest en is alles óók nog anders.” Ze zag hoe een medewerker op zijn eerste werkdag na de lockdown totaal blanco naar het koffiezetapparaat staarde. Hij had geen idee meer hoe dat werkte. „Terwijl hij het hiervoor drie jaar lang iedere dag heeft gebruikt.”

Mondkapjes naaien

Ook bij IBN – met 3.500 werknemers een grote sociale werkgever in Noordoost-Brabant – zijn de zaken nu even anders dan anders. Eén van hun werkzaamheden is het afwerken van automatten: randen stikken, logo erop borduren, label bevestigen. Toen door de coronacrisis het werk in de autobranche stil kwam te liggen, besloot directeur productie Wim van Wanrooij de productieploeg voor een nieuwe order in te zetten: het naaien van een paar duizend wasbare mondkapjes en beschermende schorten.

„Het werkproces was behoorlijk anders, met andere naaimachines dan die we voor de automatten gebruiken”, zegt hij. Sommige medewerkers vonden dat leuk: weer eens wat anders. Anderen konden er minder goed mee omgaan. „Die groep hebben we ingezet voor een andere order: het in elkaar zetten van 300.000 spatmaskers. De handelingen daarvoor zijn makkelijker.” Ondertussen is de automattenproductie opgelopen tot ongeveer 60 procent van wat het was; een deel van de medewerkers kan daar nu dus weer mee aan de slag.

De ene medewerker moeten we blijven herinneren aan de nieuwe regels, een ander juist geruststellen

Wim van Wanrooij directeur productie IBN

Van Wanrooij noemt het omgaan met corona binnen een sociale onderneming ‘topsport’. „De teammanagers en ik moeten medewerkers extra zorgvuldig aan de hand nemen in deze nieuwe situatie. De ene medewerker moeten we blijven herinneren aan de nieuwe regels, een ander juist geruststellen: die staat doodsbang tegen de muur als ik hem vanuit de verte tegemoet loop.”

Die zo belangrijke teammanagers waren in coronatijd echter schaars bij IBN. Hun locatie stond middenin het getroffen gebied. „Op een gegeven moment zaten in Veghel drie van de zes teammanagers thuis en in Oss moest vanwege een besmetting de hele afdeling naar huis. Ik lig niet zo vaak wakker, maar toen wel.”

Na de lange coronastop heeft het personeel van Fröbel soms moeite er weer in te komen.
Foto David van Dam

Foto David van Dam
Het personeel krijgt veel tijd om weer te wennen aan het werk.
Foto David van Dam

Nood aan de man

Van Wanrooij zal niet de enige zijn die slapeloze nachten heeft gehad: in de hele sector is de nood aan de man, hoort Bert Doek van branchevereniging Cedris. „In het begin voelden veel bedrijven zich gedwongen om helemaal te sluiten: de gezondheidsrisico’s van de doelgroep zijn groot en die mocht niet altijd de woongroep of zorginstelling verlaten. Ook het vervoer naar de werkplek was een uitdaging. Ondertussen zijn de regels wat versoepeld, maar ik schat in dat een kwart nog steeds niet op de werkvloer kan of mag komen.”

Daarnaast kunnen bedrijven nu minder efficiënt produceren, zijn bedrijfsorders weggevallen en hebben de mensen van begeleiding meer uren nodig. De overheidscompensatie van maart tot en met mei geeft wat lucht, maar het neemt het probleem niet weg, zegt Doek. „Aanvullende compensatie zal zeker tot het einde van het jaar nodig blijven, en ik verwacht volgend jaar ook nog.”

Van faillissementen zal niet snel sprake zijn; tekorten moeten uiteindelijk „door de gemeenten worden gedragen”. Maar de branchevereniging is wel bang dat met de aanstaande crisis begeleidende krachten worden wegbezuinigd, terwijl de doelgroep die begeleiding juist nu hard nodig heeft.

Bij IBN zijn de omzetverliezen „fors”, aldus Van Wanrooij. Had hij een regulier bedrijf gehad, dan zou hij overwegen de flexibele schil te ontslaan om te bezuinigen. Maar IBN is een sociale onderneming; die medewerkers zeg je niet zomaar de wacht aan. „Wij bieden dagbesteding, maar zorgen ook dat mensen er een beetje bij horen. Zodat ze, net als de buurman, óók met een broodtrommel onder hun bagagedrager naar het werk kunnen.”

Zolang de medewerkers blijven, is minder begeleidend personeel geen optie. De oplossing is volgens Van Wanrooij om „als de sodemieter” aan de slag te gaan om nieuwe klussen binnen te halen. „Daar zijn we druk mee bezig.”

Horecagelegenheid Fröbel leed een omzetverlies van 83 procent sinds de uitbraak van corona

Ook voor lunchroom Fröbel zijn het spannende tijden. Eigenaar Saskia Warnaar vertelt dat ze sinds de lockdown 83 procent omzetverlies heeft. Op woensdagmiddag is het rond lunchtijd inderdaad maar stilletjes in de zaak in Rotterdam-Zuid. Mensen durven nog niet te komen, blijkbaar. Eigenaar Saskia Warnaar: „En de bedrijfslunches, waar we het hier vooral van moesten hebben, zijn met al dat thuiswerken ook enorm teruggelopen.”

Nu redt Warnaar het nog met de NOW-regeling voor loondoorbetaling en ze is druk bezig met nieuwe plannen – zoals een maaltijdservice in de buurt. Maar stel dat Fröbel toch over de kop gaat, dan vreest ze voor haar medewerkers. „Voor hen is er geen soortgelijk alternatief in Rotterdam, ik ben de enige sociale horecaonderneming voor deze doelgroep in de stad. Dan komen mijn mensen met een uitkering thuis te zitten, zonder ritme, structuur en waardering. Daar moet ik echt niet aan denken.”