Opinie

Mensenrechten moeten gelden in alle landen van het Koninkrijk

Corona De huidige crisis biedt een kans om de mensenrechten geldend te maken in het hele Koninkrijk. Dus ook in de Cariben, stellen en
Op Sint-Maarten komt het lokale leven weer langzaam op gang.
Op Sint-Maarten komt het lokale leven weer langzaam op gang. Foto TIM VAN DIJK/ANP

Het is zonneklaar dat de coronacrisis vele mensenrechtelijke dimensies heeft. De uitbanning of in elk geval de beteugeling van de pandemie is erop gericht het recht op een zo goed mogelijke lichamelijke gezondheid van een ieder te waarborgen.

Het is echter zeer de vraag of daarbij ook voldoende rekening wordt gehouden met de rechten van burgers in de Caribische delen van het Koninkrijk. Het Koninkrijk der Nederlanden is namelijk zoals bekend groter dan alleen Nederland. Het Koninkrijk bestaat uit vier gelijkwaardige landen: Nederland (inclusief Bonaire, Saba en Sint Eustatius) , Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

In de (nood)maatregelen die de vier landen van het Koninkrijk daartoe hebben getroffen, zijn vergaande beperkingen op de vrijheden van burgers opgenomen: een vergaderverbod, een demonstratieverbod, en een verbod je vrij te bewegen. Onder andere het gebod om thuis te werken, de gedwongen sluiting van de horeca, de afsluiting van gebieden en stranden. Verder een bezoekverbod aan patiënten in verpleegtehuizen, en een verbod op kerk- of moskeediensten.

Het wordt steeds duidelijker dat deze beperkende maatregelen een zware hypotheek leggen op andere sociale, economische en culturele rechten dan het recht op gezondheid. Denk onder andere aan de groeiende werkloosheid en de uitdijende rijen voor de voedselbanken. De wettelijke en verdragsrechtelijke basis van deze beperkende maatregelen is als dun ijs. Maar daar gaat het ons nu niet om.

Gelijke rechten

Voor ons is het belangrijk dat allen die in de vier landen van het Koninkrijk verblijven ook in tijden van crisis, zoals de huidige coronacrisis, gelijke rechten hebben.

Daartoe is het Koninkrijk ook opgeroepen in het kader van de de Universal Periodic Review (UPR) van de VN Mensenrechtenraad in 2017. Toen werd het Nederland uitdrukkelijk gevraagd geen verschillen in mensenrechten tussen landen van het Koninkrijk te hebben.

Lees ook: Voor Curacao is het coronavirus een klap te veel

Het mag er immers niet toe doen of je een persoon bent met een handicap in Curaçao, Aruba of Sint Maarten, waar het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap niet geldt, of in Nederland. Zo dient een Venezolaanse vluchteling, migrant of asielzoeker in Curaçao dezelfde rechten te hebben als een Venezolaans lotgenoot in Nederland.

Zo behoort ook een ieder in het Caribisch deel van het Koninkrijk dezelfde bescherming te genieten tegen huiselijk geweld als in Nederland.

Geldig

Zoals bekend is het Koninkrijk partij bij een groot aantal mensenrechtenverdragen. Het Statuut van het Koninkrijk schrijft voor dat het waarborgen van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden een aangelegenheid is van het Koninkrijk; het zorg dragen voor de verwezenlijking van deze rechten is opgedragen aan elk der landen.

Je zou daarom verwachten dat alle mensenrechtenverdragen waarbij Nederland partij is, geldig zijn in alle vier landen van het Koninkrijk.

Dat klopt bijvoorbeeld voor het Europees Verdrag voor de Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) of het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie.

Verdragen dienen nageleefd ongeacht de coronacrisis

Maar met name bij de meer recente verdragen, zo constateerde de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in 2018, loopt de medegelding van mensenrechtenverdragen in het Koninkrijk uiteen. Denk daarbij onder andere aan het al genoemde het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (2006) en het Verdrag van de Raad van Europa inzake het Voorkomen en Bestrijden van Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld (2013). Het Koninkrijk is partij bij deze verdragen, maar de geldigheid daarvan is beperkt tot het land Nederland.

Principieel

De AIV stelde in 2018 terecht dat het principieel gewenst is dat mensenrechtenverdragen gelding hebben in het gehele Koninkrijk. Wat ons betreft valt daaronder ook het VN-Vluchtelingenverdrag van 1951 dat nu niet geldt voor Curaçao.

Voor zijn advies baseerde de AIV zich op de universaliteit van de rechten van de mens en op de noodzaak van consistentie van het interne en internationale mensenrechtenbeleid van het Koninkrijk. De Koninkrijksregering heeft evenwel in haar reactie dit advies afgewezen; haar argumentatie daarvoor is, naar onze mening, nogal mager. Het komt neer op een juridisch woordenspel waar zowel Nederland als de Caribische landen zich achter verschuilen wanneer het goed uitkomt om hun autonomie te behouden. De coronacrisis biedt een mogelijkheid hieraan een eind te maken.

Het Koninkrijk roept in internationaal verband, zoals de Mensenrechtenraad van de VN, keer op keer andere landen op het gelijkheidsbeginsel, de hoeksteen van de rechten van de mens, te respecteren. De coronacrisis mag niet een uitvlucht bieden om reeds geldende mensenrechtenverdragen te veronachtzamen, noch een (zoveelste) reden worden om medegelding van nog openstaande mensenrechtenverdragen voor alle landen van het Koninkrijk op de lange baan te schuiven. Deze crisis zou juist een stimulans moeten zijn om de menselijke waardigheid van alle bewoners van het Koninkrijk centraal te stellen.

Samenwerking in het Koninkrijk lijkt ons gebaat bij een gemeenschappelijk intern en internationaal mensenrechtenbeleid, gebaseerd op gedeelde normen en waarden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.