Liever ‘scoren’ in de krant dan de macht controleren

Parlement De Raad van State vindt dat de politiek te veel gericht is op incidenten. Kamerleden zien dat ook. „We moeten af van de scorebordpolitiek.”

Jesse Klaver (Groenlinks)
Jesse Klaver (Groenlinks) FotoDavid van Dam

Kees van der Staaij (SGP), 22 jaar actief in de Tweede Kamer, dook even in het digitale krantenarchief om te vergelijken hoe honderd jaar geleden de begroting van Justitie werd behandeld in de Staten-Generaal. Ook toen al werd door de Kamerleden „gemopperd” over allerlei misstanden en „akkefietjes”, zegt hij. „Ik vind het te makkelijk om te zeggen: focus niet alleen op incidenten. Dat is wel de manier om te ontdekken of er ook structureel iets mis is.”

De nestor van de Tweede Kamer reageert op kritiek van de Raad van State (RvS). Maandag stuurde die ongevraagd een advies naar minister-president Mark Rutte (VVD), minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66), de Eerste Kamer en de Tweede Kamer. De bevindingen van het belangrijkste adviesorgaan van de regering waren niet mals: ministers informeren het parlement steeds slechter over hun dossiers uit angst voor politieke problemen. En de Tweede Kamer is te veel gericht op incidenten en wil daarmee ‘scoren’, waar zij eigenlijk de macht zou moeten controleren.

„Scoren?” Kamerlid Ronald van Raak (SP) reageert getergd: „Dit is ons werk. Een Kamerlid moet graven, spitten en zich vastbijten in incidenten. Wie doen het anders?” Maar Kamerleden laten zich te veel leiden door krantenkoppen, vindt de RvS. Daardoor gaat veel tijd verloren aan Kamervragen en spoeddebatten.

Streep eronder

Ook op de Kamerdebatten zelf heeft de RvS kritiek. Volksvertegenwoordigers stellen de verkeerde vragen. Het debat is versmald tot een whodunnit, met als cliffhanger: rollen er koppen? Dat is weinig constructief.

Het valt Van der Staaij op dat debatten tegenwoordig eindeloos opnieuw worden gevoerd. Twintig jaar geleden was het na een stevig debat met een motie van afkeuring of wantrouwen wel klaar: „Streep eronder”. „Nu pakken we een onderwerp weer op zodra het in de krant staat.”

Motie-inflatie

Je ziet het terug in het aantal ingediende moties: dat is met ruim 4.500 in 2019 bijna verdubbeld ten opzichte van 2017. Het parlement doet aan „scorebordpolitiek”, zei GroenLinks-leider Jesse Klaver vorig jaar. Kamerleden zouden vooral erop uit zijn debatten te winnen, wat leidt tot een berg aan moties.

Dit is de manier hoe Kamerleden zich in een versplinterde politiek profileren, zegt Kamerlid Tobias van Gent (VVD). „Het mag, maar slokt ontzettend veel tijd op.”

Ook het aantal ingediende moties van wantrouwen stijgt. Het leidt volgens Van der Staaij, tot „motie-inflatie”. Een bewindspersoon sliep vroeger een nacht niet als er een motie van wantrouwen tegen hem was uitgesproken. Nu is dat niks bijzonders. „Niemand ligt er wakker van.”

Ander probleem is dat het contact tussen Kamerleden en bewindslieden plus hun ambtenaren stroever verloopt. De RvS noemt dit „verruwing”. SP’er Van Raak herkent dit: toen hij veertien jaar geleden begon in de Kamer kon hij een minister zo aanschieten. Nu moet hij door een „leemlaag” van adviseurs en voorlichters heen.