Foto Roger Cremers

Interview

‘Je komt het verst als je je op één ding focust’

Wat maakt het leven de moeite waard? Miquel Ekkelenkamp (43) is arts-microbioloog en hij schrijft romans, onder zijn pseudoniem Miquel Bulnes. „Ik wil eigenlijk te veel.”

‘Corona is eigenlijk een saaie ziekte: je stelt de diagnose en dan is er alleen ondersteunende therapie. Als er een wondermiddel was, wisten we het nu wel”, zegt Miquel Ekkelenkamp, arts-microbioloog in het UMC Utrecht. Tegelijkertijd vindt hij corona fascinerend. „Tuberculose is duizend jaar geleden ontstaan. Het gebeurt nu waar we bijstaan, een nieuwe ziekte die niet meer weggaat.”

Miquel Bulnes, de romanschrijver die in hetzelfde lichaam (1976) huist en de naam van zijn Spaanse moeder gebruikt, laat een jonge arts-onderzoeker zeggen: „Goede en slechte genen bestaan niet.” Je hoort wel dat corona het failliet aantoont van onze geglobaliseerde manier van leven en zo morele betekenis krijgt. Maar dat idee is dus niet aan hem besteed.

„Het virus is een stukje RNA met eiwit dat zich kopieert”, zegt hij. „Ik stoor me aan de manier waarop erover wordt gesproken, zoals de term ‘tweede golf’, alsof het virus zich herpakt en in de tegenaanval gaat. Het virus verandert niet, het enige wat verandert, is wat wij doen.”

Dat is nuchter, maar het land van uw moeder heeft de crisis anders beleefd.

„Het virus kwam daar eerder, Spanje was slechter voorbereid. Alleen al in Madrid zijn ruim tienduizend mensen overleden, meer dan één op duizend. En toch moeten we aan het eind van het jaar nog maar zien of er statistisch gezien verschil is in sterfte ten opzichte van 2019.

„Over mijn eigen familie heb ik me niet veel zorgen gemaakt, ze waren in zelfisolatie op het platteland, waar weinig ziekte was. Ik maak me wel zorgen over het land als geheel, dat compleet plat heeft gelegen. De Spaanse manier van leven – ik ben benieuwd wat ik morgen aantref.”

Morgen. We spreken elkaar op de valreep. De arts is moe van de lange diensten die hij erop heeft zitten. Maar de schrijver blaakt van energie, want die staat op het punt om naar Madrid te vliegen en zich twee maanden af te zonderen om zijn nieuwe boek af te maken. „Het is makkelijker om je te isoleren op een plek waar veel mensen zijn”, zegt hij. „Schrijven vereenzaamt. Je ziet de hele dag niemand en als je dan even naar buiten gaat en nog steeds niemand ziet, zou ik gek worden.”

In Madrid denk ik in het Spaans, tegelijk merk ik hoe Nederlands ik ben

Miquel Ekkelenkamp

Tot 2007 publiceerde Bulnes drie romans die zich afspeelden in zijn eigen werkkring: ziekenhuizen en laboratoria, waar cynisme het ruimschoots van idealisme wint. Daarna schreef hij twee lijvige historische romans: Het bloed in onze aderen, over de opmaat naar de Spaanse Burgeroorlog (1936-39), dat in 2012 op de longlist van de Libris-prijs kwam, en Reconquista (2018), met de nadagen van de islamitische heerschappij in het Spanje van de twaalfde eeuw als decor. Zijn jongste boek is de ‘literaire thriller’ Openbaringen, die ook in stripvorm verscheen.

Probeer niet te veel te willen. Focus is alles

Als schrijvend arts voegt u zich in een rijtje met Slauerhoff, Vestdijk, Brakman en Kopland. Kunt u niet kiezen, of zijn schrijven en arts-zijn complementair?

„Ik zou ze geen van beide kunnen missen. En ik wil eigenlijk te veel. Niet alleen schrijven en arts-microbioloog zijn. Maar binnen die vakken ook van alles. Wetenschappelijk onderzoek, ik wil patiëntenzorg blijven doen, ik organiseer cursussen. Je komt het verst als je je op één ding focust. Als schrijver zou ik eigenlijk alleen nog maar historische romans moeten schrijven. En als ik als arts ver wil komen, moet ik stoppen met schrijven en me op onderzoek richten.”

Bij een boek weet je op een gegeven moment: dit kan niet beter. Is er in uw ‘medische leven’ daarvan een equivalent?

„Ja. Neem de kunstharten die we in Utrecht implanteren. Het probleem daarbij is dat de batterij buiten het lichaam moet blijven en die verbinding is een poort voor infectie. Andere landen hebben óf geen kunstharten, óf ze transplanteren veel meer. Nederland heeft wel kunstharten maar weinig donoren, dus mensen zitten eindeloos aan een kunsthart. En dus hebben wij ook relatief veel infecties. Maar we vonden een manier om met bepaalde antibiotica een infectie langdurig te onderdrukken. Ja, hoe je dat punt bereikt, dat is wel iets moois.”

Foto Roger Cremers
Foto Roger Cremers
Foto’s Roger Cremers

Is er ook een medisch equivalent van een lelijke zin, of zelfs writer’s block?

„Als je over het hoofd ziet wat je niet had mogen missen. Een diagnose die niet voor de hand lag maar waar je toch voor had moeten testen. Dat neem ik mezelf wel kwalijk.”

Een slechte zin is een slechte zin, maar een foute diagnose kan een leven kosten.

„In theorie wel. Mijn vak is iets beschermder omdat ik er nooit alleen voor sta – als microbioloog word je geconsulteerd – dus er is een gedeelde verantwoordelijkheid met andere artsen. En toch, ja, het is wel een nachtmerrie dat je zo de plank misslaat dat… Of het zijn kleinere dingen. Dat een bepaalde test niet of niet goed is gedaan en alles over moet. Een urinemonster is makkelijk, maar een hersenbiopt doe je niet zomaar nog eens.”

Lees ook: We maken onszelf letterlijk dom door telkens onze aandacht te verplaatsen

U wekt toch een bevlogen indruk.

„Voor zover ik frustraties heb, betreft het vooral organisatorische dingen. De kwaliteitssystemen die vaak alleen nog gaan over het afschuiven van verantwoordelijkheid. Als je zonder noodzaak een beroep doet op iemand, alleen zodat een manager een vinkje kan zetten, dan ontneem je concentratievermogen dat gebruikt had kunnen worden om een patiënt beter te maken. Of al onze verplichte cursussen; het enige wat daar gebeurt, is dat je zes uur ouder wordt.

Goed doen zonder meer bestaat niet. Weeg de nadelen af.

U wilt geen energie vermorsen.

„Je moet kosten en baten afwegen. Alles wat misschien verbetering brengt, heeft ook nadelen of kosten. Geen medicijn zonder bijwerkingen. Je kunt niets invoeren zonder dat het consequenties heeft op ander vlak.”

Xavi, een arts in uw laatste boek, zegt dat ‘het geluk schuilt in dingen die je kunt tellen’.

„Ik vind dat niet, maar ik vond het bij hem passen. Veel mensen hebben zich die kijk op de wereld aangemeten. Geluk zit in méér van dingen. Geld, aanzien, hebben. Geen zweverige dingen als aandacht of genegenheid.”

Is arts-zijn de ‘telbare’ kant en schrijven de niet-telbare kant van het leven?

„Ik benader mijn vak wel ‘tellend’. Via statistiek: bij een bepaalde uitslag moet je denken aan diagnose x. Maar wat maakt dat ik met plezier werk, is niet ‘telbaar’.”

En is Nederland uw praktische kant en Spanje de romantische?

„Als ik in Madrid ben, ga ik in het Spaans denken en klinken als de Madrilenen. Tegelijkertijd merk ik dan hoezeer ik Nederlander ben, in de manier waarop ik naar de wereld kijk, vind hoe dingen moeten gaan. Zoiets simpels als een afspraak maken met een Spaanse vriend. In Nederland zeg je: wanneer kan jij, wanneer kan ik en dan heb je een afspraak. Als je tegen een Spanjaard zegt wanneer je zou kunnen, zegt hij: ja dat is goed. En dan: maar misschien moeten we nog even kijken wat er nog méér kan. Ik ben eraan gewend, maar ik neem het niet over.”

Wat bevalt u in Spanje?

„Het is geen toeval dat Nederlanders daar graag wonen. Het buitenshuis leven. Veel dingen zijn betaalbaar, de meeste mensen kunnen tussen de middag simpel maar goed uit eten. Nederland kan veertig jaar vergaderen over drie kilometer snelweg. Spanjaarden nemen snel beslissingen, want daarna zijn er weer verkiezingen. Het nadeel is wel dat je dan soms met een spookvliegveld zit dat niemand wil. Of met allerlei rotondes, omdat de burgemeester even zijn stempel wil zetten.

„Nederlanders lijken individualistischer maar dat is omdat we gewend zijn om vanuit het collectief te denken en dingen goed hebben geregeld: de straat wordt gemaakt als-ie kapot is en het land loopt niet onder. Juist het collectieve staat ons toe om ons individueler op te stellen. In Spanje geldt dat minder, dus zijn sociale contacten belangrijker. Het mooiste is om van allebei iets te hebben.”

Bent u gelijkmoedig?

„Nee, ik wind me wel op. Ik ben bijna 44 en vraag me van veel dingen af: waar doe ik ze voor? Als ik nog iets anders wil dan moet het wel nu.”

Iets anders of iets anders schrijven? U lijkt zichzelf al heruitgevonden te hebben tussen uw drie ‘artsenromans’, met hun ironische toon, en de twee grote historische romans. Soms kun je bijna niet voorstellen dat het dezelfde schrijver is.

Zorg schreef ik op mijn 26ste. Een roman, dik aangezet, over nare en onverschillige mensen die het lichaam zien als een soort auto waar je aan sleutelt. Door iets technisch te maken, hoef je je niet in te leven en de pijn ervan mee te dragen. Dat heb ik zelf ook wel gedaan.”

Foto Roger Cremers
Foto Roger Cremers
Foto’s Roger Cremers

Zodat het je niet te veel wordt?

„Een arts móét technisch zijn om zijn werk te kunnen doen, maar niet technisch alleen. Ik herinner me een dame van begin tachtig met uitgezaaide kanker. Ze wilde niet meer behandeld worden. Haar kinderen vroegen: hoelang heeft ze? En ik weet nog dat ik dacht: oké, als je nu de behandeling staakt, duurt het nog ongeveer een maand en gemiddeld schatten artsen zoiets een factor twee te hoog in, en toen zei ik: twee weken. Ik gaf antwoord op wat ik dacht dat een technische vraag was. Tot ik opeens besefte: ik heb nu iemand verteld dat zijn moeder binnen twee weken gaat overlijden en ik ken die dame, ik heb haar elke dag gezien. Dat moet je niet wegdrukken, maar het zeggen in het besef van wat die familie doormaakt. Ik moest dat leren.”

Reduceer kwesties niet tot techniek, maar doorvoel ze

De verteller in ‘Reconquista’ en ‘Het bloed in onze aderen’ lijkt ook meer open te staan voor zulke emoties, hij is minder ironisch-afstandelijk.

„Mijn ‘zorgboeken’ gingen minder over mensen en meer over een systeem. Voor de historische romans moest ik me inleven in mensen, mensen met wie ik het totaal oneens ben, en die hun macht misbruiken om zich van anderen te ontdoen, maar ik moest hun manier van denken leren begrijpen.”

U vertelt ook anders, neemt meer tijd en ruimte, zoals in de proloog van ‘Het bloed in onze aderen’, over een Spaanse nederlaag tegen de Berbers in 1921.

„Alle Spaanse militairen die bij de coup van 1923 betrokken waren, hadden die ervaring. Ik wilde laten zien waar ze vandaan kwamen, en waarom ze anders aankeken tegen de democratische rechtsorde. Toen ben ik begonnen met ooggetuigenverslagen te lezen. Ik kwam zelfs nog een Bulnes tegen, die wel familie geweest moet zijn, want mijn grootvader en zijn vijf broers waren militairen. Het is een relatief onbekende periode die toch heel belangrijk is geweest voor het land.”

Is het in het Spaans gepubliceerd?

„Nee, maar de tekst is wel al vertaald.”

Ziet men u als een Spaans of een Nederlands auteur?

„Het is een typisch Nederlands boek, met al die gezichtspunten. Als je een Spaans boek leest, weet je meteen of de auteur links is of rechts. In Spanje heb je aan politieke partijen gelieerde stichtingen die geschiedenisboeken uitgeven. Stel je voor: de geschiedenis van de jaren zeventig, nu uitgegeven door de PvdA. Of de VVD.”

Lees ook: Hoe nep-emoties op werk je ziek maken

In Madrid gaat Bulnes schrijven, maar ook hérschrijven. „Het boek speelt in 2020 en dan kun je niet om corona heen”, zegt hij. Maar daarna begint hij weer aan een historische roman. Die moet spelen in de zeventiende eeuw, zo rond het Twaalfjarig Bestand (vanaf 1609) in de Tachtigjarige Oorlog. „Dat lijkt me een mooie periode, een periode van chaos waaruit een nieuwe toekomst ontstaat.”