Reportage

Hé wat leuk, de buren! Hoe in coronatijd mensen hun eigen wijk ontdekken

De buurt Sinds de coronacrisis worden er tal van buurtinitiatieven opgezet. Van vakantiestraten tot geveltuintjes. „Mensen snakken naar gezelligheid.”

Foto John van Hamond

Er zitten Tetris-achtige gaten in de stoepen van de Eindhovense volksbuurt Hemelrijken. Overal zijn tegels weggewipt, soms drie, soms vier, soms vijf. In de blokjes grond zijn de afgelopen weken als onderdeel van een buurtproject allemaal geveltuintjes geplant. Bloemen in bloei, verse plantjes. Het ene tuintje staat er wat beter bij dan het andere, maar het is een groen en zomers gezicht in de wijk waar veel verschillende nationaliteiten naast elkaar wonen, en van oudsher flink wat sociale problematiek is.

„We hebben laatst op een speciale plantdag samen met bewoners meer dan zeshonderd planten in de buurt geplant”, vertelt Bernice Kamphuis van de vrijwillige Groencommissie Hemelrijken. En ze hebben onlangs ook een straatconcert georganiseerd en doe-pakketten uitgedeeld aan ouderen in de buurt, met knutsel- en bak- en tuinierbenodigdheden. Franke Elshout, die ook in de groencommissie zit, zegt: „Ik sprak laatst een buurman die met tranen in zijn ogen zei: na vijf jaar hier wonen weet ik eindelijk hoe mijn buren heten.”

Hemelrijken is bepaald geen uitzondering. Sinds het uitbreken van de coronacrisis zijn overal nieuwe buurtinitiatieven ontstaan en raken bestaande initiatieven in een stroomversnelling. In verschillende steden worden deze zomer gebieden autovrij gemaakt om er ‘vakantiestraten’ en ‘leefstraten’ van te maken. Het wordt weleens overstemd door andere hashtags, maar rond geveltuintjes is op sociale media zelfs een groeiende internationale beweging ontstaan: guerilla gardening, inclusief seed bombs. Op digitale platforms voor buurthulp en in buurtappgroepen werd de laatste tijd veel meer hulp aangeboden dan er werd gevraagd. Anderhalvemeterregels of niet, de buurt lijkt bezig aan een wederopstanding.

Deels is dat uit nood geboren. Ook in Hemelrijken. Het cateringbedrijf van Franke Elshout ligt stil, dus had ze meer tijd voor de groencommissie en ging ze maar zelfgemaakte rabarberwodka en rabarberkoekjes, die ze verkoopt via Facebook, in de hele stad bezorgen. „Door dat gefiets zie ik meer van de buurt dan ooit.” Fotograaf Justin de Vries benutte de extra tijd vanwege de quarantaine voor het maken van een ‘buurtglossy’ met glamourfoto’s van bewoners in hun thuisblijfoutfits en hing de beste platen voor zijn raam. „Ik hoor de hele tijd gegiechel.”

Als je samen een tuintje aanlegt maakt het echt niks meer uit of je hebt gestudeerd

Bernice Kamphuis

Is de plotse sociale opleving in de woonwijk meer dan een tijdelijk bijeffect van de pandemie? Wel als je het vraagt aan Teun Gautier en Floor Ziegler, oprichters van de Stadmakerscoöperatie. Zij brengen mensen met buurtinitiatieven via appgroepen, een onlineplatform en fysiek met elkaar in contact en verbinden hen aan concrete projecten. Ze wandelden de laatste maanden in etappes van Arnhem naar Den Haag, van oost- naar west-Nederland door, om te horen wat er in de wijken zoal gebeurt. Vandaag wandelt de verslaggever met hen mee door Hemelrijken. „Overal spreken we mensen die willen vasthouden aan de rust die veel mensen ervaren, en de gemeenschappelijkheid van nu”, zegt Gautier in wit overhemd met opgestroopte mouwen. „Maar er zijn ook wel zorgen dat dat niet gaat lukken als het normale leven straks weer losbarst”, zegt Ziegler, grote bos knalrode krullen. Hoe dan ook is de laatste tijd het bewustzijn van de lokale gemeenschap sterk toegenomen, signaleren zij. Ze horen dat het opvalt dat mensen veel meer naar elkaar zwaaien de laatste tijd, meer praatjes maken ook. Bernice Kamphuis van de groencommissie: „Als je samen een geveltuintje aanlegt maakt het ineens echt niks meer uit of je hebt gestudeerd hoor.”

Rafelranden

Maar er is op straat bepaald niet alleen maar positiviteit over de buurt te beluisteren. Bij de wandeling door Hemelrijken valt op dat ook de rafelranden van de buurt ineens zichtbaarder zijn geworden. Een buurtbewoner, autohandelaar van beroep, maakt zich zorgen over „oude Turken” in de buurt. „Die zijn nog veel banger geworden om naar buiten te gaan dan normaal, raken nog geïsoleerder.” Franke Elshout ziet nu ze meer buiten is soms ineens dat er drugs wordt gedeald, „gewoon midden op straat”. Op een deur zitten sporen van stenen die ertegenaan zijn gegooid, een buurman vertrouwt het niet, vertelt hij. „Er wordt daar vaak geschreeuwd.”

Landelijk zijn dezelfde zorgen hoorbaar. Vijftien burgemeesters van de vier grote steden en elf middelgrote gemeenten waarschuwden afgelopen week voor een groeiende tweedeling als gevolg van de coronacrisis. Bewoners van achterstandswijken gaan meer schulden aan of vervallen in drugshandel, en sommige kinderen verdwijnen uit beeld bij hun scholen, waarschuwden ze.

Snakken naar gezelligheid

Onder een fietstunneltje in Hemelrijken vragen lokale jonge designers, verkleed als Formule 1-pitstoppersoneel, voorbijgangers naar hun ideeën over hoe de toekomst van de buurt, en hoe stadsontwerp daarbij kan helpen. Dat doen ze in opdracht van de Stadmakerscoöperatie. „Hoe kijkt u naar de komende decennia?”, vraagt één van de vrouwen aan een voorbijlopend stel. „Eng, al die snelle veranderingen”, zegt een man. „Technologie enzo.” Zijn vrouw vult aan: „Ik hoop dat er in de buurt meer komt voor kinderen. In ieder geval weer meer gezelligheid.” Het is een antwoord dat ze vanmiddag veel vaker krijgen, vertellen de vrouwen. „Mensen snakken naar gezelligheid.”

In de wijk Hemelrijken in Eindhoven werd voorbijgangers gevraagd naar hun ideeën over hoe de toekomst van de buurt.
Foto John van Hamond
Foto John van Hamond
In de wijk Hemelrijken in Eindhoven werd voorbijgangers gevraagd naar hun ideeën over hoe de toekomst van de buurt.
Foto’s John van Hamond

Corona dwingt bij velen de blik dichterbij huis, en dan valt ook meer op wat daar mist. Het lijkt geen toeval dat juist de laatste weken een nieuwe beweging op gang komt, aangejaagd door voormalig museumdirecteur Wim Pijbes, tegen de „verpietering van het park”.

Op zich is burgerparticipatie niet nieuw. In het Friese dorp Garyp richtten bewoners een coöperatie op voor het opwekken van duurzame energie. In het Utrechtse Austerlitz regelen bewoners een groot deel van hun ouderenzorg zelf. Technologie maakte het de laatste jaren al steeds beter mogelijk dat buren zaken zelf regelen en coördineren. Corona zorgt voor een positieve impuls.

Maar de betrokkenheid van bewoners verschilt enorm per wijk en per gemeente. Vooral in kleine, dorpse en etnisch homogene gemeenschappen is de cohesie sterker. „We moeten zorgen dat dit soort initiatieven ook beter in grote steden gaat werken”, zegt Teun Gautier. Nederlanders moeten volgens hem uit de „anonieme, van bovenaf gestuurde maatschappelijke systemen” komen en tijd en energie in hun lokale gemeenschappen investeren. Als ambtenaren en politici alles voor bewoners willen beslissen en oplossen, kunnen die bewoners ook makkelijk cynisch worden over wat de overheid allemaal fout doet. „Het moet van onderaf komen in plaats van bovenaf. En deze crisis laat zien dat er van alles mogelijk is.”

Foto John van Hamond

Mensen hebben bijna allemaal intrinsieke motivatie om iets bij te dragen maar weten niet altijd hoe, volgens hem.

Lees ook: Niet op vakantie? Wat als je straat een vakantiepark zou zijn

Veel mensen in Hemelrijken zijn hoopvol dat de positieve veranderingen in de buurt in het post-coronatijdperk zullen vasthouden. Ook bewoners die normaal gesproken bijna alleen maar overnachten in hun wijk, de agenda gevuld met heel andere dingen dan geveltuintjes. „Ook zij hebben gemerkt dat het leven ánders kan”, zegt Floor Ziegler. „Ook zij hebben de laatste tijd misschien wel soep naar de buurvrouw gebracht.”