Reportage

Eenzame uitvaart #250: de eeuwige student

Eenzame uitvaart De epidemie van eenzaamheid woekert in de stad – en niet alleen in coronatijd. Dichters uit de Poule des doods brengen een laatste eerbetoon aan de eenzame overledene.

Joris van Casteren, coördinator van Stichting De Eenzame Uitvaart, staat bij het graf van zijn voorganger en schrijver/dichter F. Starik op begraafplaats Sint Barbara.
Joris van Casteren, coördinator van Stichting De Eenzame Uitvaart, staat bij het graf van zijn voorganger en schrijver/dichter F. Starik op begraafplaats Sint Barbara. Foto Olivier Middendorp

Langzaam zakt de kist de droge grond in. Vogels fluiten, het grind knispert ongemak, een voorbij denderende trein brengt de stad dichterbij. Een handvol mensen staat om het graf van meneer Van W. Hij kende geen van allen. Er ligt nog een kist in het algemene graf, voor meneer Van W. een onbekende, met ruimte voor nog een derde ontzielde. Zoals hij leefde, ging hij: in anonimiteit.

Zijn onderburen op de Nassaukade merkten hem pas op als vochtvlek op het plafond, in staat van ontbinding, gepaard gaande met ongewenste vliegen in het pand. „Het is triest dat er vaak eerst overlast moet ontstaan, door ongedierte of stank, voordat iemand in beweging komt”, zegt Gerald Rosenberger van Team Uitvaarten. „Ook al is iemand erg op zichzelf, het is een kleine moeite om even aan te bellen.”

Rosenberger noemt eenzaamheid een „groeiend maatschappelijk probleem”. Hij organiseert eenzame uitvaarten voor de gemeente, waarbij er geen familie of bekenden van de overledene aanwezig zijn. Team Uitvaarten krijgt per jaar gemiddeld zo’n 400 meldingen. Maar dat zijn lang niet allemaal eenzame uitvaarten. In de meeste gevallen duikt er familie op, die de uitvaart in een kwart van de gevallen overneemt.

Bloemstuk of teddybeer

Kunnen of willen zij de uitvaart niet bekostigen dan springt de gemeente alsnog bij – „tot aan het bloemstuk of een teddybeer aan toe”. Maar niet voordat er is gekeken naar het vermogen van de overledene, die veelal postuum uit eigen zak betaalt. Pas als de middelen van de heengegane Amsterdammer niet afdoende zijn om de uitvaart te kunnen betalen, komt er gemeenschapsgeld aan te pas.

Foto Olivier Middendorp

Hoewel die kosten mogen worden verhaald op familie tot in de tweede graad, doet de gemeente Amsterdam dat volgens Rosenberger vrijwel nooit. „Een kwestie van barmhartigheid.” Wijlen burgemeester Eberhard van der Laan zei over de eenzame uitvaart: „Wat voor het gesloten oog zinloos lijkt, is een ultiem gebaar van beschaving.”

Het is een stralende donderdagmiddag als de kapelklokken op begraafplaats Sint Barbara in het Westerpark de eenzame dienst van meneer Van W. inluiden. Vier dragers zetten de hand aan een ingetogen kist met paars-wit bloemstuk, lopen de kapel in en plaatsen de kist tussen zes statige kaarsen op het ritme van een adagio uit Vivaldi’s cello-concert.

De uitvaartleider opent de dienst van de heer Van W. (hij spreekt zijn achternaam voluit, maar vanaf 2010 is er besloten om eenzame doden alleen nog maar met initialen aan te duiden in publicaties) – „bij zijn geboorte in 1950 kreeg hij de mooie naam Jozef Christiaan Petrus Maria, maar in zijn dagelijks leven werd hij Joep genoemd.” „Dichter van dienst” Maria Barnas wordt naar voren geroepen.

Foto Olivier Middendorp

Begin 2002 kwam de toenmalige stadsdichter van Groningen, Bart Droog, op het idee de eenzame doden met een gedicht te eren. Een idee dat in enkele andere steden door stadsdichters werd overgenomen. Amsterdam week af van de vorm. Niet alleen omdat de stad tot 2006 geen stadsdichter had, maar volgens wijlen schrijver en dichter F. Starik vooral omdat „er simpelweg te veel eenzame doden waren om ze door één enkele dichter te laten bezingen”.

Per jaar verzorgt de gemeente Amsterdam zo’n vijftien eenzame diensten. Dat cijfer geeft een „vertekend beeld” van de eenzaamheid vindt Rosenberger, want: „als er een hulpverlener bereid is naar een uitvaart te gaan, is het formeel geen eenzame uitvaart meer”.

Poule des doods

Starik tuigde in Amsterdam de zogenaamde Poule des doods op. Een clubje dichters, met hemzelf 16 jaar lang in de rol van coördinator, gesubsidieerd door het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Menno Wigman was jarenlang een boegbeeld, net als Simon Vinkenoog, Eva Gerlach, Rogi Wieg en Neeltje Maria Min. Tegenwoordig behoort ook de in 1991 geboren Marieke Lucas Rijneveld tot het dichtgezelschap van circa 25 leden.

Foto Olivier Middendorp

Op 20 november 2002 om 09.30 uur begon Starik aan wat hij noemde zijn „levensopdracht”: ‘Dag man zonder naam, ik groet u, onderweg / Naar ’t laatste land waar ieder welkom wordt geheten / Waar niets van niemand hoeft te weten. Dag meneer / Zonder papier, zonder identiteit. Wat zocht u hier? Wat bent u kwijt?’

In de beginjaren waren dat soort „N.N.-gevallen” (nomen nescio; naam onbekend) niet ongewoon, vertelt schrijver Joris van Casteren, die postuum het verzoek tot opvolging van Starik aanvaardde als coördinator van Stichting De Eenzame Uitvaart („ik zie het als mijn morele plicht”). „De gemeente hield privacy van de overledene hoog in het vaandel, maar dankzij de subtiele druk van Starik en de Poule des doods kon in de loop der jaren wat meer openheid ontstaan.”

Zo kwam het dat hij samen met Rosenberger het appartement aan de Nassaukade betrad waar meneer Van W. kort daarvoor zijn zeventigste verjaardag levenloos onderging. „Standaardwerk” als er geen bewindvoerder van de overledene bekend is en gegevens uit de basisadministratie of via fysieke geboortekaarten niets opleveren.

Ik wil mensen weer tot leven wekken, zonder iemand postuum in zijn mislukking neer te zetten. Wie waren ze, voordat ze een afslag misten?

Joris van Casteren Stichting De Eenzame Uitvaart

Terwijl een medewerker van Team Uitvaarten tijdens een huisbezoek op zoek gaat naar paperassen die inzicht geven in iemands financiële status – „we trekken lades en kasten open, kijken overal voor post en administratie, vonden zelfs een keer wat in een dubbel plafond”, aldus Rosenberger, gaat Van Casteren op zoek naar „sporen uit het verleden” voor het schetsen van de „verloren levens” – verhalen die hij optekent voor de stichting en de Volkskrant.

Romp in een koffer

„De overledene heeft geen geheimen meer voor ons zodra wij over de drempel stappen”, zegt Gerald Rosenberger. „Ik doe het niet uit spanning of voor mijn plezier, maar voor de overledene, voor een waardig afscheid.” Soms „schreeuwt” een woning eenzaamheid, vertelt hij. „Als iemand alleen nog fysiek aanwezig was, niet schoonmaakte, wel voldoende geld had, maar wachtte op zijn of haar tijd, komt dat binnen.”

Foto Olivier Middendorp

De vondst van „seksspeeltjes”, „een porno-collectie op video”, of „lugubere zaken”, zoals eens een mensenschedel in een doos, „in een huis dat voelde alsof je een tijdmachine naar 1960 was ingestapt”, is niet ongewoon bij de zoektocht naar bankafschriften, polissen en agenda’s. „Maar door de digitalisering wordt het steeds lastiger om aan informatie te komen, we vinden amper papieren bankafschriften meer”, aldus Rosenberger. Waardevolle spullen, zoals sieraden of kleine elektronica, worden eventueel geveild, „maar met tv’s gaan we niet sjouwen”.

Het kan weken duren voordat het tot een huisbezoek komt. „Ik heb een casus op mijn bureau van een coronageval, overleden op 26 mei. We proberen via de ambassade familie in Macedonië te traceren.” Ook bij lijkvindingen, wanneer iemand niet is geïdentificeerd, kan het lang duren. „Op een gegeven moment moet je zeggen, we hebben ons best gedaan. We kunnen een overledene niet te lang boven de grond houden.”

Doodgeboren baby

Zo werd er ooit alleen een romp (gevonden in een koffer) begraven bij een eenzame uitvaart. Of – bijna – een Pakistaan die overstapte op Schiphol vanuit Canada, maar zijn land van bestemming nooit met kloppend hart haalde. Ook was er het schrijnende geval van een doodgeboren baby, een meisje van 28 weken, die op de Gerard Doustraat uit de broek van een zwerver hing.

Soms is er sprake van eenzame ouderen, niet-getraceerde toeristen, mensen met verslavingsproblematiek. Soms gaat het om verhanging. Eenzame doden uit de islamitische hoek „komen vrijwel niet voor”.

De doodsoorzaak krijgen de gemeente en de dichters niet te horen. Schrijver Joris van Casteren, inmiddels 17 eenzame uitvaarten verder: „Het einde is vaak ellendig. Ik wil mensen weer tot leven wekken, zonder iemand postuum in zijn mislukking neer te zetten. Wie waren ze, voordat ze een afslag misten?”

Van Casteren: „Vaak gaat het om sociaal onhandige mensen.” Fotoalbums, boeken, pensioenafschriften, lijstjes aan de muur: voor Van Casteren zijn het „puzzelstukjes” die leiden tot de muziekkeuze bij de dienst en het eerbetoon in geschreven woord. Meneer Van W. is „een atypisch geval”. „Hij was welbespraakt. Zijn huis lag vol boeken en aantekeningen, onder meer over de oorsprong van het alfabet.”

Verzacht coronaleed

Terug naar de kapel, voor de 250ste eenzame uitvaart. „Voor Joep”, begint Maria Barnas, zo’n tien jaar dichter bij de Poule des doods, haar gedicht Uit zijn hoofd.

‘Ik deel noch je uitzicht op de kade / met platanen vol in blad / noch de reiger die in zijn eigen veren / schuilt op de rand van een toegedekte boot. Wat we delen zijn kreten / op posters met wildvreemden // Hulp nodig? / Bel voor een wonder / Het wordt beter! en je zoektocht / naar de herkomst van het alfabet’, begint ze.

Het laatste moment van iemand is belangrijk, het is treurig, zo alleen

Maria Barnas dichter bij de Poule des doods

Barnas legt een omkrullend platanenblad op de kist, dat ze vond toen ze op zoek was naar het uitzicht van meneer Van W. Kaarslicht flikkert. De brede Paaskaars zucht zwarte rook, daar speciaal neergezet door begraafplaatsbeheerder Richard Degenkamp: „Ik hoorde dat hij oud-katholiek was”. Degenkamp, wiens familie al bijna 100 jaar de Sint Barbara-begraafplaats beheert, zegt: „Of er nu drie man aanwezig zijn of tweehonderd, wij behandelen iedereen met evenveel respect.”

Foto Olivier Middendorp

De geur van wierook trekt langzaam op, Flow My Tears van John Dowland speelt, bij de zeven aanwezigen „in functie” parelt geen traan. Terwijl de Pavana Lachrimae van Jan Pieterszoon Sweelinck klinkt, als tonen van berusting na een eerbetoon aan niet-vergeten verwondering, wordt de kist weggedragen. Later die dag wordt de kist voor een periode van tien jaar bedolven onder het zand. Er komt een plastic bordje met een nummer op. Een grafsteen zit niet in het gemeentepakket.

„Ik wil iets persoonlijks doen voor de overledene, maar voel me vaak misplaatst”, vertelt dichter Maria Barnas. „Het laatste moment van iemand is belangrijk, het is treurig, zo alleen. Ik voel een grote verantwoordelijkheid dat het klopt, wat ik schrijf – terwijl ik weet dat dat niet mogelijk is. Want het gedicht, dat blijft.”

Meer uitvaarten door corona

Vergeleken met dezelfde tijd vorig jaar loopt Team Uitvaarten „zo’n twintig meldingen voor op schema”. Bij 11 procent van de uitvaarten gaat het om coronagevallen.

Om het coronaleed bij uitvaarten in zijn algemeenheid voor nabestaanden te verzachten, „maakt de gemeente het mogelijk om in bepaalde gevallen door een gerenommeerde dichter een persoonlijk gedicht te laten maken voor de overledene”, stelde Femke Halsema in een raadsbrief eind april. Tot nu toe is er daar nog maar drie keer gebruik van gemaakt, volgens Stichting De Eenzame Uitvaart.

Foto Olivier Middendorp

Bij Meneer Van W. kwam het niet tot nabestaanden, zijn doodsoorzaak is onbekend. „In Montreux (1971) stuurde hij een ansichtkaart aan zijn ouders waarin stond dat zich onder de medereizigers helaas geen leeftijdsgenote bevond, iets waar ze kennelijk op hoopten”, schreef Joris van Casteren.

Meneer Van W. maakte meticuleus notities, van de klassieke oudheid tot het weer, waarna hij de gemiddelde jaartemperatuur berekende. Van Casteren: „Meneer Van W. bleef maar studeren, in 1985 stond hij nog steeds aan de Universiteit van Amsterdam ingeschreven, zonder dat hij ooit zijn bul zou halen, daarvoor was zijn interessegebied te breed.”

Naast zijn kist in de kapel staat een houten beeld van de Heilige Barbara, waarnaar de begraafplaats is vernoemd – patrones van onder meer studenten.

Heen ging hij, als de eeuwige student.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.