Foto Martin Meissner/AP

Interview

‘Dit kun je niet aan één land overlaten’

Herman Russchenberg | hoogleraar Aan de TU Delft zijn onderzoekers bezig met „technieken om het hier tijdelijk te laten afkoelen”. Als „noodventiel”.

Al dertig jaar kijkt Herman Russchenberg naar de lucht. Hij onderzoekt hoe wolken vormen, neerslag ontstaat en aerosolen zich in de atmosfeer gedragen. Met behulp van metingen en satellietbeelden probeert hij te begrijpen op welke manieren deze fenomenen het klimaatsysteem beïnvloeden.

Maar behalve het klimaat begrijpen, wil Russchenberg ook weten hoe je gericht het klimaatsysteem kan beïnvloeden. „Een jaar of acht geleden zag ik dat het klimaatbeleid dat we optuigden, gewoon niet snel genoeg gaat. Dan móét je wel iets gaan doen”, vertelt hij in een Skypegesprek. „Ik noem trouwens het climate engineering, en niet geo-engineering.”

Russchenberg is professor en hoofd van het departement Geoscience & Remote Sensing van de TU Delft en directeur van het TU Delft Climate Institute. En hij heeft meer ambities. Samen met andere wetenschappers wil hij een landelijk onderzoeksprogramma rondom climate engineering opzetten. Hij is opgelucht dat mensen niet meer zo negatief reageren op zijn verhaal als voorheen. „Jaren geleden werd ik weggezet als een boeman, als een professor in een witte jas die gekke dingen aan het doen was en de aarde wilde verknallen.” Hij kreeg zelfs eens ‘massamoordenaar’ naar zijn hoofd

Uitlaatklep

„Maar het besef dat klimaatverandering bestaat, daalt steeds dieper bij mensen in, ze begrijpen dat we dit soort technieken nodig kunnen gaan hebben en dat we ons daarop moeten voorbereiden.”

Russchenberg richt zich vooral op het reflecteren van zonnestraling, terug de ruimte in, wat zorgt voor afkoeling. Dat zou kunnen door wolken zo te manipuleren dat ze kleinere wolkendruppeltjes bevatten die beter reflecteren. Er is nog veel onbekend over de dynamische processen van wolken en ook wat de gevolgen zijn voor het klimaat van het injecteren van extra deeltjes in de atmosfeer.

Toch ziet Russchenberg dit al als een toepassing waar we over pakweg twintig jaar niet meer zonder kunnen. „Laat het duidelijk zijn: de acties die we nu ondernemen om de CO2-uitstoot te verlagen zijn niet genoeg. Het gáát te warm worden op aarde. Daarom moeten we in 2040 klaarstaan met technieken om het hier tijdelijk te laten afkoelen.”

„Maar het is een grote fout om te denken dat dit de oplossing is voor de opwarming op aarde”, vervolgt Russchenberg. „Dat is het niet, het is een noodventiel.”

Waarom heeft Nederland een eigen onderzoeksprogramma nodig? „In de Verenigde Staten worden vele miljoenen in dit onderzoek gepompt en doen ze veel kennis op. Ik denk echter dat climate engineering een veel te belangrijk onderwerp is om aan één land over te laten. Het zijn technieken met een mondiale impact, dan wil je niet dat de besluitvorming daarover in handen van één land is.”

„Het gáát te warm worden op aarde”

Herman Russchenberg, hoogleraar


Russchenberg hoopt dat Nederland en Europa gaan investeren in die kennis, al is het maar om met verstand van zaken te kunnen meepraten. „Het is echt strategische kennis, niet alleen wetenschap.”

Climate engineering valt ook goed in de smaak bij studenten, ziet Russchenberg, het geeft het gevoel dat er wél iets te doen is aan de gevolgen van klimaatverandering. „De insteek is positiever dan hoe politiek beleid vaak wordt ervaren waardoor we iets moeten inleveren.”

Op kleine schaal wordt al her en der onderzoek gedaan naar technieken voor zonnestralingsbeheer en het manipuleren van wolken. In laboratoria bekijken studenten of promovendi hoe kleine hoeveelheden druppels licht reflecteren of gevoelig zijn voor verdamping.

Duizend-en-een vragen

Of neem de simulatiestudies waarmee ze in Delft onderzoeken wat voor raket of vliegtuig er nodig zou zijn om op 20 kilometer hoogte aerosolen in de stratosfeer aan te brengen – normale vliegtuigen kunnen niet op die hoogtes vliegen. En laat je die aerosolen dan als gas of stofdeeltjes los?

Het zijn duizend-en-een vragen die de komende jaren onderzocht moeten worden. „Je bekijkt altijd maar een klein onderdeel van het proces. Een proefopstelling zal ook nooit echt op grote schaal zijn, omdat de implicaties mondiaal kunnen zijn. Je kunt in het laboratorium naar druppels kijken, maar niet zien wat precies de relatie is met de grootschalige turbulente patronen in wolken. Dat moet je weer apart bestuderen.”

De schaal van experimenten kun je wellicht langzaam uitbreiden, zegt Russchenberg. „Maar uiteindelijk is het op mondiale schaal afwachten of het echt werkt, en of je de verwachte effecten ziet.” Er zit wat dat betreft een behoorlijk gokelement in, geeft hij toe. „Daarom zijn klimaatmodellen ook zo belangrijk.”