Opinie

Den Haag zoekt vaccin en vindt grote buren

Luuk van Middelaar

In de wereldwijde wedloop om een vaccin tegen Covid-19, nam Nederland een fascinerend maar kortstondig initiatief. Het bundelde de krachten met Duitsland, Frankrijk en Italië in een ‘Europese alliantie voor een vaccin’. Begin juni tekenden de vier gezondheidsministers, waaronder Hugo de Jonge, een convenant; zaterdag meldden ze een akkoord met het bedrijf AstraZeneca en de universiteit Oxford voor levering van 300 à 400 miljoen doses, mogelijk al eind 2020. Een sterke zet. Europees ingebed, want open voor andere EU-landen, de Commissie was erbij betrokken en de doses komen ten goede aan „de Europese bevolking” en niet bij voorrang aan de vier.

Toch kwam er kritiek. Voor de Commissie was de timing delicaat: voorzitter Von der Leyen stond op het punt een EU-vaccinstrategie te lanceren, deze woensdag. Belgisch gezondheidsminister Maggie De Block vond het initiatief van de vier daarom „onredelijk”; het zou „iedereen verzwakken”. De NOS bracht stemmen uit andere lidstaten met klachten over een „soloactie” van de vier en Den Haag deinsde geschrokken terug. Buiten de ene aankoop doet de alliantie even niets meer. Premier Rutte zei dat de initiatieven „eigenlijk in elkaar geschoven” werden. Synergie, mooi.

Zo snel in een kramp te schieten hoeft niet. Het is prima dat Europese initiatieven ook door de hoofdsteden worden genomen. Zulke acties helpen de boel aanjagen en geven extra draagvlak. De vaccin-vier zagen dat het in Brussel erg traag liep met de aankoopplannen. Op volksgezondheidsvlak maakte de Commissie bij aanvang van de coronacrisis een zwakke indruk; pas laat lukte het om iets aan inkoop mondkapjes en beademingsapparatuur te doen. Te weinig slagkracht. Daarom was er scepsis bij de vier of de Commissie wel tijdig een vaccin zou weten te bemachtigen. Daartegenover stond wantrouwen van de andere lidstaten of de vier het ook aan hún burgers zouden leveren. Die botsing pleit voor een gecoördineerde EU-aanpak, waarbij Nederland en de andere drie hun alliantie onbeschroomd als stok achter de deur kunnen houden.

Hoe essentieel slagkracht is bij medische aankoop en productie ervoeren Parijs en Berlijn in deze crisis. In maart bleek dat de VS uit was op het Duitse bedrijf CureVac; economieminister Altmaier zei toen fel: „Duitsland is niet te koop.” Recent nam de Duitse overheid een fors aandeel in de firma, als bescherming tegen buitenlandse overnames. In Frankrijk kwam de schok in mei, toen een baas van ’s lands farmaceutische trots Sanofi beweerde dat een Covid-19-vaccin vanwege financieringsbanden eerst naar de VS zou gaan. President Macron, bloedlink, ontbood de top van het bedrijf op het Élysée. Nederland sluit zich nu bij deze medische industriepolitiek aan: een inhoudelijke draai.

Even boeiend is de diplomatieke beweging die de vaccin-alliantie inzet. Deelname aan een verband met Frankrijk, Duitsland en Italië is voor Nederland een strategisch wending naar het continent, in de eerste grote EU-crisis sinds het Britse vertrek. Het is ook de pragmatische erkenning dat je als lid van een club met drie grote lidstaten meer bereikt voor de veiligheid van je burgers dan als leider van zeven kleintjes, zoals ex-CDA-troonpretendent Wopke Hoekstra opzette met de ‘Hanzecoalitie’ van Scandinavische en Baltische landen, laat staan dan alleen.

Het moment treft eveneens. In de felle solidariteitsdiscussie tussen Noord- en Zuid-Europa dit voorjaar waren Nederland en Italië de kemphanen; zij speelden op de buitenflanken, Duitsland en Frankrijk ertussen. Dat zij nu voor het vaccin de handen ineenslaan, is een teken van verzoening. Nuttig in de week dat Rutte, Conte, Merkel, Macron en hun collega’s het lastige debat over EU-begroting en coronafondsen hervatten, per videotop. Solidariteit is soms simpelweg: dingen samen doen.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht (Leiden).

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.