Demonstraties in Mali: oppositie wil vertrek van president

Instabiliteit Ibrahim Boubacar Keïta wordt persoonlijk verantwoordelijk gehouden voor meerdere crises. Behalve met extremisme kampt hij nu ook met een georganiseerde politieke oppositie.

Op 5 juni in Bamako riepen aanhangers van de oppositie om het vertrek van president Keïta ('IBK' in de volksmond).
Op 5 juni in Bamako riepen aanhangers van de oppositie om het vertrek van president Keïta ('IBK' in de volksmond). Foto Matthieu Rosier/Reuters

Tienduizenden Malinezen demonstreerden vrijdag in de hoofdstad Bamako. Voor de tweede keer deze week kwamen ze daar samen om het vertrek te eisen van president Ibrahim Boubacar Keïta. Als hij geen gehoor geeft, komen er meer protesten, stelden oppositiepolitici die de menigte op het Plein van Onafhankelijkheid toespraken, zo berichtte persbureau AFP. Volgens AP zette de politie bij kleine opstootjes traangas in tegen demonstranten.

In november gaf ruim 60 procent van de Malinezen aan ontevreden te zijn over de werkzaamheden van Keïta, volgens een recent verschenen onderzoek. De demonstranten in Bamako houden de president - hij zit in zijn tweede termijn - inmiddels persoonlijk verantwoordelijk voor een reeks aan crises die in het West-Afrikaanse land aanhouden: gewelddadig extremisme, een gebrek aan voorzieningen in het onderwijs en de zorg, een problematische economie en corruptie.

Deze week zei Keïta dat hij met de oppositie wilde spreken om een „regering van nationale eenheid” te vormen. Het is wellicht een poging om zijn politieke problemen glad te strijden, denkt Clingendael-onderzoeker Anna Schmauder. Aan NRC zegt zedat het een twijfelachtige methode is; eerdere pogingen van Keïta om zijn regering opnieuw in te richten, brachten geen significante veranderingen teweeg in het land.

‘IBK’ wilde al „nationale verzoening” toen hij in 2013 voor het eerst werd ingezworen. Maar toen was ook al duidelijk dat een aantal grieven het land doorklieft. Keïta’s voorganger Amadou Touré was na een decennium afgezet door de legerleiding uit onvrede over het overheidsoptreden tegen een opstand van Toearegs in het noorden van het land. In 2013 weerden Franse troepen ternauwernood die strijders - ‘aangesterkt’ door een alliantie met jihadistische groeperingen - uit Timboektoe. Een islamitisch kalifaat in de Sahel was afgewend, maar stabiliteit bleef uit.

Lees ook deze reportage uit 2018, toen Nederland deelname aan de VN-missie in Mali stopte: ‘Mali is er slechter aan toe dan toen jullie kwamen’

Politieke én gewapende tegenstand

De groeiende oppositie tegen Keïta is deels ingegeven door de sterk verslechterde veiligheidssituatie, aldus analisten als Schmauder. De Franse militairen zitten nog steeds in Mali, net als verschillende internationale missies van de Europese Unie, de Verenigde Natis en de Afrikaanse Unie.

De militanten, een verweven netwerk van criminele, extremistische en politiek gemotiveerde groepen, laten zich door geweld alleen niet verdrijven. Ze hebben juist in de bestaande maatschappelijke scheidslijnen vruchtbare grond gevonden, zo beschrijft de onderzoeksgroep International Crisis Group in een reeks rapporten. Jihadisten presenteren hun programma als oplossing voor lokale economische en sociale problemen, vooral in de conflicten rondom landgebruik die veel voorkomen in het noorden en midden van het land.

Waar de staat er niet in slaagt die geschillen te slechten, bieden de extremistische groeperingen bescherming aan gemarginaliseerde gemeenschappen. Onderwijl voeren de militanten steeds opnieuw aanvallen uit op patrouilles of garnizoensstadjes, zoals vorig weekend. In het noordwesten werden twee VN-blauwhelmen gedood, daarna kwamen ongeveer veertig Malinese militairen om toen hun patrouille in een nederlaag terechtkwam. De incidenten zijn bewijs, volgens de oppositie, dat Keïta geen grip krijgt op de instabiliteit in Mali.

Lang was zijn positie: we onderhandelen niet met terroristen. In 2017, bij een internationaal vredesoverleg, zei de president dat nog letterlijk. Maar misschien is dat praten toch zo gek niet, lijkt Keïta tegenwoordig te denken. In een interview met Franse journalisten in februari vertelde hij dat vechten tegen jihadisten Al-Qaida gelieerde groeperingen, best samen kon gaan met overleggen.

Beelden van de eerste demonstratie tegen president Keïta, op 5 juni in de hoofdstad Bamako:

Twitter avatar konate90 KONATE Malick 13h40 GMT : Une vue d’ensemble en vidéo de la place de l’indépendance du Mali. Ils réclament le départ du Président de la République, Ibrahim Boubacar KEITA. #Manif05Juin #IBK_Demission #IBK_Degage https://t.co/Q7CSw3YlJU

Het is onduidelijk of, of hoe ver, zulke onderhandelingen met extremistische militanten zijn gevorderd. Maar de veranderde insteek ziet onderzoeker Schmauder van het Clingendael als illustratie van het besef „dat een militaire aanpak van extremisme niet genoeg is. Er liggen politieke en sociale problemen ten grondslag aan de veiligheidscrisis in Mali.”

De betogers in Bamako, die hun beweging hebben vernoemd naar de eerste protestdag, 5 juni, roepen nu om politieke oplossingen voor die problemen. Naast zijn voorstel voor overleg met de oppositie deed Keïta enkele andere beloftes, zoals over loonsverhoging voor stakende leraren en hun vakbondsleiders. Vooralsnog neemt de oppositie met minder dan zijn vertrek geen genoegen. ECOWAS, de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten, heeft laten weten mediators naar Mali te willen sturen om de gesprekken te begeleiden.