‘De wereld is te groot om op één plek te blijven’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: Aimeric Billet (31), die als kind op meer dan tien plekken in Frankrijk woonde.

Foto Merlin Daleman

‘Dat ik uit Frankrijk kom maakt mij niet ‘Frans’. Frankrijk is zo groot, aan ‘Frans zijn’ kun je geen identiteit ontlenen. Er zijn nauwelijks overeenkomsten tussen iemand uit Corsica en iemand uit Calais. Ik ben geboren in de Franse Alpen, bij de Zwitserse grens. Daar ben ik weggegaan toen ik één was. Kom ik dan uit de Franse Alpen? Het staat wel in mijn paspoort.

„In Frankrijk verleende ik bouwvergunningen bij de gemeente Roubaix, niet ver van de grens met België. Maar ik werd het systeem zat. Door politieke besluiten is alle stadsvernieuwing ver buiten de stad. De binnenstad van Roubaix is ’s avonds niet levendig, huizen zijn verwaarloosd, niemand wil er meer wonen. Daar werd niets aan gedaan.

„Ik dacht: als ik het systeem niet kan veranderen, ga ik gewoon in een ander systeem zitten. Zo’n vier jaar geleden ben ik Nederlands gaan leren aan de universiteit van Lille. In die tijd deed ik aan couchsurfing, waarbij je mensen in je huis laat overnachten. Een Nederlandse plaatste een oproep, ik reageerde. Zij is nu mijn vriendin. Ze fietst graag en heeft geen rijbewijs, een zeldzaamheid in Frankrijk. Ik fiets ook graag. Dat kan wel in Frankrijk maar het is niet de mentaliteit. Voor 1 kilometer pak je al de auto.

„Mijn vriendin is naar Roubaix verhuisd en vond werk bij booking.com. Negen maanden later zijn we samen naar Gent gegaan zodat ik beter Nederlands kon leren. Na drie jaar in Gent wilde ik gaan wonen en werken in Nederland. Sinds augustus wonen we in Breda. We spreken om de dag Frans en Nederlands met elkaar.

„Eerst wilde ik hier zonder Nederlands diploma aan de slag. Ik dacht: ik heb een Franse master. Maar werkgevers dachten daar anders over. Ze zeiden: je kent de Nederlandse wetgeving niet en de cultuur is toch anders. Dat maakte me verdrietig. Tot mijn vriendin zei: ruimte en mobiliteit worden in Nederland echt anders aangepakt. Sinds vorig jaar volg ik een hbo-opleiding ruimtelijke ordening.

Grenzen zijn belangrijk. Zelfs open grenzen. Ze geven het idee: hier verandert iets, al is het moeilijk zichtbaar. Grenzen zijn een soort respectvolle houding. Je leeft naast elkaar in vrede. Aimeric Billet

„Het is een Nederlandstalige opleiding. Daar moest ik echt naar zoeken. Alles is hier in het Engels. In Frankrijk zijn nauwelijks opleidingen in het Engels, wij zijn trots op onze taal. De taal weerspiegelt de ruimte en de cultuur van een land. Zo heb je in het Nederlands grachten, singels en kanalen. In het Frans is daar maar één woord voor: canal. ‘Frankrijk is maar 300 kilometer hiervandaan maar er zijn toch grote verschillen. In Nederland heb je een burgerservicenummer, in Frankrijk kun je wonen waar je wilt zonder nummer en zonder je in te schrijven bij een gemeente. Nederland is dichtbevolkt, er spelen meer belangen mee bij ruimtelijke beslissingen. De omgangsvormen op de werkvloer zijn minder formeel, minder hiërarchisch. Al die verschillen opgeteld maken het anders.

„Om die reden zijn grenzen belangrijk. Zelfs open grenzen. Ze geven het idee: hier verandert iets, al is het moeilijk zichtbaar. Grenzen zijn een soort respectvolle houding. Je leeft naast elkaar in vrede. De Europese Unie streeft soms te veel naar grenzeloosheid. Er zijn weinig overeenkomsten tussen Zuid- en Noord-Europa, kijk alleen al naar de financiële aanpak van de coronacrisis. Als het nog grenzelozer wordt, gaan ze beslissingen opleggen aan anderen. Zonder precies te weten wat er lokaal speelt.

„Door corona ben ik maanden niet bij mijn familie geweest. Ik ben me er meer van bewust dat ik ver weg woon. Mijn broer en mijn vader vinden het niet zo bijzonder dat ik in het buitenland woon, mijn moeder wordt er wat triest van. Zij komt van een boerderij, is gericht op haar dorp. De omgeving waar ze woont vindt ze prettig.

„In Frankrijk heb ik op meer dan tien plekken gewoond. Mijn vader werkte in de plastic-industrie en veel werk verdween naar lagelonenlanden. Ging er weer een bedrijf failliet, moest hij een andere baan zoeken. Misschien komt het daardoor dat ik niet langer dan vijf of zes jaar op dezelfde plek wil blijven. De wereld is te groot om lang op één plek te wonen. Al vind ik het verhuizen zelf verschrikkelijk.

„Ik hoef niet zo nodig verre reizen te maken. Reizen in onze maatschappij is een soort wegwerpartikel. Je móét op vakantie. Als je te veel in de buurt blijft is het al niet goed. Terwijl je veel kunt ontdekken in je eigen buurt. Tijdens de lockdown ben ik met mijn vriendin naar de Belgische grens gefietst. Daar stonden betonblokken, opeens leken we wel smokkelaars. Vijftien kilometer van ons huis gaf die afgesloten grens ons een bijzonder gevoel.”