‘De wereld heeft een nieuw besturingssysteem nodig’

Drie oplossingen De coronacrisis is een kans om de maatschappij schokbestendiger te maken, zeggen systeemonderzoekers Alex Pentland (MIT) en Dirk Helbing (TU Delft). Dat betekent: minder top-down, digitaler en lokaler. „Als we deze mogelijkheid niet grijpen, komt er een nóg grotere crisis.”

Illustratie Pepijn Barnard

Er zijn in de natuur grofweg twee manieren om te overleven en te groeien: óf je wordt heel sterk óf je past je makkelijk aan nieuwe omstandigheden aan. Brute kracht of veerkracht.

Een symbool voor brute kracht is de eikenboom. De eik staat stevig, hoog en sterk. Een eik overleeft de meeste stormen wel, maar als het één keer onverwacht zó hard waait dat hij breekt, is het einde verhaal. De wilg is zijn tegenhanger: deze flexibele boom buigt mee met de wind, wordt misschien niet zo groot, maar groeit veel makkelijker terug als hij afbreekt.

De Amerikaan Alex Pentland, hoogleraar sociale informatica aan MIT, beschouwt de pandemie als het definitieve waarschuwingssignaal dat maatschappelijke systemen snel moeten worden omgevormd tot wilgen in plaats van de eikenbomen die nu dominant zijn.

Pentland is ook directeur van het aan MIT verbonden Connection Science, een instituut voor technologische innovatie. „Bij elke grote crisis moet de relatie tussen individuen, bedrijven en overheden opnieuw uitgevonden worden”, zegt hij via Skype. „Of er nou sprake is van een oorlog, een pandemie of een technologische revolutie.” Centraal aangestuurde multinationals, bureaucratische overheden en internationale organisaties die van bovenaf willen controleren en commanderen, moet je snel omvormen, is zijn overtuiging.

Het systeem dat beter tegen de onvermijdelijke schokken van de toekomst bestand is, is flexibeler, kleinschaliger, digitaler en lokaler, zo beschrijft Pentland in zijn nieuwe boek Building the new economy.

Deze pandemie, gevolgd door een diepe recessie en tal van onvoorspelbare bijeffecten, gecombineerd met een „tsunami van data, cryptovaluta en kunstmatige intelligentie”, is volgens hem de grote storm die een vernieuwing van maatschappelijke systemen zal afdwingen.

Corona is een cruciaal kantelmoment

Dirk Helbing hoogleraar computationele sociologie

Ook de Duitse hoogleraar computationele sociologie Dirk Helbing van de TU Delft en de ETH in Zürich, publiceert de laatste tijd veel over de systeemeffecten die hij verwacht van deze pandemie. Zoals over hoe communicatiesystemen kunnen blijven functioneren tijdens rampen.

„Er zijn tekenen dat oude systemen kapot aan het gaan zijn”, zegt hij aan de telefoon. Er komt een hoge werkloosheid aan, financiële stelsels komen onder druk te staan en de (geo)-politieke instabiliteit neemt snel toe. „Dat biedt ook een mogelijkheid om nieuwe systemen op te bouwen. Corona is een cruciaal kantelmoment, denk ik.” En dat is volgens hem maar goed ook, want het huidige economische systeem is onhoudbaar wat betreft het gebruik van grondstoffen en de impact die het heeft op het klimaat.

Helbing en Pentland behoren tot de meest vooraanstaande onderzoekers van maatschappelijke systemen ter wereld. Met ‘sociale fysica’ – een mix van natuurkunde, informatica, economie en sociologie – onderzoeken ze maatschappelijke systemen, van communicatienetwerken tot voedselsystemen tot politieke stelsels. Ze klinken soms als politiek filosofen, maar ze baseren hun onderzoek op wiskundige modellen. Die berekenen bijvoorbeeld hoe schokgevoelig bedrijven en landen zijn.

Pentland is commissaris geweest bij bedrijven als Google en het Spaanse Telefónica en adviseert de VN en de EU. Helbing adviseert diverse nationale overheden, en was betrokken bij projecten van de EU en denktank World Economic Forum m digitale transformaties en het inrichten van schokbestendiger systemen.

NRC sprak hen los van elkaar, maar ze zijn het opvallend met elkaar eens. Het besturingssysteem van de samenleving is dringend toe aan een update, vinden ze. Drie oplossingen.

Lees ook het interview met directielid Olaf Sleijpen van De Nederlandsche Bank: ‘Corona is een meteoriet, klimaatverandering een botsing tussen planeten’

1 Lokaler

De pandemie toont het falen van de oude organisaties die macht van boven naar onder proberen af te dwingen, zeggen ze allebei. „Vrijwel alle nationale overheden en de Wereldgezondheidsorganisatie bleken slecht voorbereid op deze pandemie, al was het al jaren een bekend risico”, zegt Pentland. „Dat is een teken van het falen van die top-down-aanpak.”

Je ziet volgens hem dat centraal afgedwongen beleid vaak one size fits none is: één maat die niemand écht past. De regel dat iedereen anderhalve meter afstand moet houden, vindt hij daar een voorbeeld van. Het zou misschien beter werken om iedereen een lokale en persoonlijke risicoscore toe te kennen op basis van onder meer leeftijd en gezondheid. Dan kun je je meer bewegingsvrijheid permitteren als kerngezonde 21-jarige dan als 80-jarige met overgewicht. Maar voor dergelijke maatregelen op maat, die niet alleen infecties voorkomen, maar ook rekening houden met economische en sociale aspecten, ontbreekt de maatschappelijke infrastructuur, vindt hij.

Helbing signaleert: „Centraal geleide systemen zijn vrijwel altijd te veel op één doel gericht.” In een groot bedrijf of bij een bureaucratische overheid gaat op een gegeven moment alles zich richten op één kerngetal: óf economische groei óf de aandelenprijs, óf een laag verspreidingsgetal van het virus – zoals nu. Het ene doel dat centraal wordt nagestreefd, gaat automatisch ten koste van andere belangrijke zaken. Dat is te voorkomen door lokaler te werken.

Pentland: „De arts in een lokaal ziekenhuis weet vaak veel beter wat werkt dan een ambtenaar ver weg. Alleen moeten dat soort vakmensen dan wel kennis en data efficiënt kunnen delen om van elkaar te leren. Dat gebeurt nu te weinig.” Ook Helbing hamert daarop: „Mensen die in een bepaalde wijk wonen, weten veel beter wat er daar nodig is dan bestuurders in de hoofdstad.”

Centrale machthebbers moeten lokale mensen en instellingen volgens Helbing en Pentland macht geven, in plaats van aansturen. Hoe lokaler de eindbeslissing is, hoe beter. Dat betekent niet per se dat centrale overheden overbodig zijn, maar wel dat die meer moeten faciliteren en coördineren dan controleren en dicteren.

Er zijn allerlei digitale technologieën bijgekomen die dat makkelijker hebben gemaakt, zoals open source datastandaarden. Het is volgens de hoogleraren ook niet per se slecht dat elk Europees land een andere corona-aanpak heeft. Mits landen maar structureel kennis met elkaar delen, leren en constant hun beleid aanpassen. „Dat gebeurt nu te weinig”, zegt Pentland.

Blijft decentralisatie en sneller leren van lokale experimenten uit, dan is Pentlands schrikbeeld de Sovjet-Unie. Dat is volgens hem het schoolvoorbeeld van een gemankeerd centraal geleid systeem dat plotseling kan instorten. Volgens berekeningen van Pentland gingen bij die ineenstorting een miljard jaren aan levensverwachting verloren. „Er is geen reden om te denken dat de systemen van westerse landen niet op vergelijkbare wijze kunnen falen.”

Pentland maakt zich zorgen over de VS, waar zorg- en socialezekerheidsstelsels tijdens deze crisis niet goed functioneren, volgens hem.

Illustratie Pepijn Barnard

2 Meer participatie

De belangrijkste oplossing van Helbing én Pentland klinkt vrij simpel: veel meer zelf laten doen door lokale netwerken van mensen. Digitale technologie maakt het makkelijker om burgers onderling zaken te laten regelen. Hoe meer dingen mensen zelf regelen, hoe minder nationale overheden zich ermee hoeven te bemoeien. De alternatieve maatschappelijke systemen die Helbing aandraagt in zijn werk draaien om de term „participatieve veerkracht”, ofwel het maatschappelijk middenveld activeren en versterken. Mensen moeten het zelf doen, niet alles afschuiven op een baas die het zelf ook weer doorschuift. „Dat vereist een andere mindset bij burgers, een actievere houding”.

Volgens Helbing moet je daarvoor reddingsplannen voor de economie meer op participatie inrichten. Hij stelt voor om elke burger een ‘participatieve investeringspremie’ te geven. Die mogen mensen niet consumeren, maar moeten zij investeren in lokale projecten of bedrijven die zij belangrijk vinden. Zo zou het maatschappelijk middenveld meer eigen projecten kunnen starten.

In Barcelona bepaalden de inwoners dit jaar voor het eerst hoe 5 procent van de stadsbegroting – 75 miljoen euro – wordt besteed

De stad Barcelona begon dit jaar al met een zogeheten participatieve begroting: de besteding van 75 miljoen euro gemeentegeld, ongeveer 5 procent van de totale begroting, wordt direct aan de bewoners overgelaten. De bewoners kunnen zelf projecten aandragen, zoals het opknappen van een park of het steunen van lokale ondernemers en erop stemmen via een online platform.

Pentland gelooft daarnaast sterk in coöperaties: bedrijfsvormen waarin de medewerkers ook aandeelhouder zijn. Lokale duurzame energiecoöperaties zijn een ander voorbeeld van participatieve lokale organisatievormen die hij voor zich ziet, net als broodfondsen voor zzp’ers.

Steden en regio’s zijn in deze logica betere motoren van innovatie dan nationale overheden en de EU. Grote overheidshervormingen in Nederland zoals de ‘participatiemaatschappij’ en het verplaatsen van bijvoorbeeld zorgtaken naar gemeenten volgen dezelfde logica. Al bestaat hier ook veel weerstand tegen. Want kan iedereen die grotere verantwoordelijkheid wel aan?

3 Socialer

Corona brengt tot nu toe niet de systeemverandering waarop Pentland en Helbing hopen. Het virus leidt juist tot meer controledrang van centrale overheden. Overal staan ‘sterke leiders’ op. Overheden voeren vergaande digitale surveillancemethodes in en perken burgerlijke vrijheden op ongekende manieren in. De macht van techmonopolisten zoals Facebook en Amazon wordt tot nu toe ook groter door de lockdowns. We staan op een tweesprong, denkt Helbing. „Of we bouwen een nieuw systeem, of we houden het oude overeind met steeds dictatorialere ingrepen.”

Kunstmatige intelligentie maakt het mogelijk voor nationale overheden om alles te controleren. Bijvoorbeeld via ingrijpende volgapps, zoals in China al langer gebeurt met het sociale kredietsysteem dat aan elke burger een gedragsscore toekent. „Dan vervang je menselijke top-downcontrole simpelweg door technologische top-downcontrole”, zegt Pentland.

Maar het kan ook anders. Er zijn ook technologische mogelijkheden om data decentraal op te slaan en te delen, ze privacyvriendelijk te versleutelen en toegankelijk te maken via technieken als blockchain, de technische ruggengraat van cryptovaluta’s. Systemen die niet de logica van Facebook volgen, maar van Bitcoin. De techniek is er al om die visie te realiseren, maar concrete toepassingen blijven vooralsnog achter.

Helbing is wel optimistisch gestemd door de vele lokale digitale netwerken voor buurthulp die tijdens corona overal ontstonden. „ De laatste maanden is het maatschappelijk middenveld sterker geworden in veel landen. Het laat zien dat mensen elkaar op lokaal niveau heel graag willen helpen.”

Naast nieuwe technologie is het vooral essentieel dat burgers elkaar vertrouwen, zegt Pentland. „Zonder onderling vertrouwen functioneert geen enkel maatschappelijk systeem.” Het belangrijkste is volgens hem dat het „sociale weefsel” in de samenleving, de onderlinge banden tussen burgers, wordt versterkt.

Dat kan door het opzetten van lokale netwerken, sterkere steden, veerkrachtiger buurten, digitale burgerinitiatieven, participatieve begrotingen, crowdfunding, privacyrechten, en een échte digitale deeleconomie. Zo kan de samenleving technologie gebruiken om het onderlinge vertrouwen te vergroten.

De bouwstenen voor de nieuwe maatschappij die Helbing en Pentland propageren, zijn al op verschillende plekken zichtbaar. Maar er is nog veel vernieuwing en opschudding nodig om deze systemen permanent te veranderen, waarschuwen ze. Helbing: „Als we de mogelijkheid die corona biedt nu niet grijpen, komt er vanzelf een nog grotere crisis die deze noodzakelijke verandering wél afdwingt.” De update naar een nieuw besturingssysteem hangt sterk af van de keuzes die samenlevingen de komende maanden maken. Maar, denken de twee hoogleraren, vernieuwing valt op de lange termijn niet te stoppen.