Opinie

De triagetent is weg, maar onze beschermheilige ook

De triagetent die begin maart voor de ingang van het ziekenhuis van San Martino was neergezet voor de eerste opvang van potentieel besmette patiënten, is gisteren weggehaald. En dat is niet het enige gunstige voorteken dat ons in deze dagen ten deel valt.

In het jaar 1098 keerde de Genuese legeraanvoerder Guglielmo Embriaco, bijgenaamd de Moker, na de inname van Jeruzalem en Cesarea terug van de eerste kruistocht naar het Heilige Land met de as van Johannes de Doper, die hij had buitgemaakt in een Grieks klooster in de buurt van de stad Myra in het land Lycië. Hij schonk de as aan de kathedraal van Genua, waar deze tot op de dag van vandaag wordt bewaard. Het is de belangrijkste heilige relikwie van de stad, die op 24 juni, de geboortedag van Johannes de Doper, in een processie naar de haven wordt gedragen om de zegen af te smeken voor de stad, haar vissers en haar zeelieden.

De as wordt bewaard in een kostbare, rijk gedecoreerde ark van goud, zilver en edelstenen, die tussen 1438 en 1445 is gemaakt. Ergens in de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn twee beeldjes van musicerende engelen van de pinakels van de ark gestolen. Deze week zijn ze door luitenant-kolonel Antonio Quarta van de carabinieri teruggevonden. Ze worden morgen door hem persoonlijk plechtig overhandigd aan de aartsbisschop, net op tijd voor de processie van volgende week.

We zouden van een wonder kunnen spreken en van een glanzend, gunstig omen voor de stad, maar er is één complicatie. De ark met de as zal dit jaar vanwege het besmettingsgevaar niet door de stad worden gedragen. We zullen de toekomst het hoofd moeten bieden zonder de zegen van onze beschermheilige. Maar anderzijds hebben we tot nu toe alles ook zelf moeten doen.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.