De strijders tegen koloniale overheersers blijven wél op hun voetstuk staan

Slavernij In Latijns-Amerika en het Caribisch gebied staan standbeelden van mensen die in verzet kwamen tegen koloniale overheersers.

Beeld van Toussaint Louverture in Port-au-Prince, Haïti.
Beeld van Toussaint Louverture in Port-au-Prince, Haïti. Foto Federico Rios/Bloomberg

Mijn dochter was tien toen ze, op 10 januari 2013 tijdens een ceremonie in Paramaribo, de onthulling meemaakte van het borstbeeld van Suriname’s eerste vakbondsleider Louis Doedel. Kort ervoor had ik mijn kinderen het verhaal van onze oudoom voor het eerst verteld. Doedel kwam in de jaren dertig op voor de rechten van arbeiders in Suriname. Hij organiseerde massaprotesten, richtte de eerste vakbond van het land op en verzette zich tegen het koloniale regime.

De toenmalige Nederlandse gouverneur in Suriname, Johannes Kielstra, liet Doedel arresteren, ‘gek’ verklaren en opsluiten in Wolfenbuttel, een beruchte inrichting waar tegenstanders van het Nederlandse regime vaker ‘ter observatie’ naartoe werden gestuurd. Doedel werd hier 43 jaar lang opgesloten en zat dus langer vast dan Nelson Mandela.

Pas in 1980 – Suriname was vijf jaar onafhankelijk van Nederland – werd Doedel ‘herontdekt’. Het was de onlangs overleden Surinaamse oud-parlementsvoorzitter Emile Wijntuin die hem opspoorde. „Hij was er erg slecht aan toe en sterk vermagerd. Ik kon nauwelijks een gesprek met hem voeren. Ik ben geschrokken van het onrecht dat hem door de Hollanders is aangedaan”, vertelde Wijntuin in eerdere gesprekken.

Lees ook dit stuk van Nina Jurna: Mijn Surinaamse oudoom is nu een straatnaam

De onthulling van het borstbeeld van mijn oudoom, 33 jaar na zijn overlijden in 1980, maakte grote indruk, ook op mijn dochter. „Ik ben trots dat ik familie van hem ben”, zei ze blozend voor de camera van het Surinaamse jeugdjournaal.

Zo kreeg Doedel alsnog een tastbare erkenning voor zijn strijd, hoewel hij door de Surinamers al lange tijd als een van hun ‘grote zonen’ werd gezien.

In zijn gevecht stond Doedel niet alleen. In heel Zuid-Amerika en het Caribisch gebied, waar de erfenis van eeuwenlange genocide, uitbuiting, slavernij en kolonialisme nog levendig aanwezig is, is vanaf het begin van de kolonisatie verzet geboden. De afschaffing van de slavernij – in de voormalige Nederlandse koloniën op 1 juli 1863 – was het resultaat van vele slavenopstanden en de onophoudelijke strijd van inheemsen en tot slaaf gemaakte Afrikanen tegen de overheersers.

Vrijwel alle landen en eilanden hebben hun lokale vrijheidsstrijders, vrouwen en mannen. Hun geschiedenis is indrukwekkend en aangrijpend. Ook van hen zijn standbeelden gemaakt en in de publieke ruimte geplaatst. Komt er, nu wereldwijd mensen demonstreren tegen racisme, en de symbolen van koloniale overheersing van hun sokkel worden gerukt, ook in het westen ruimte voor het verhaal van deze strijders?

Zumbi dos Palmares in Brazilië

Beeld van verzetsstrijder Zumbi dos Palmares in Rio de Janeiro. Foto Marcelo Sayao/EPA

Zumbi dos Palmares was de laatste leider van Quilombo dos Palmares, een leefgemeenschap van marrons, ontsnapte plantageslaven. In de zeventiende eeuw hield de gemeenschap stand tegen aanvallen van Portugese en ook Nederlandse kolonisten, die onder leiding van Maurits van Nassau korte tijd het noorden van Brazilië bezet hielden. „Voor mij is Zumbi een revolutionair”, vertelt basketbalspeler en jeugdwerker Wagner da Silva (38). „De kolonisten hebben zoveel expedities uitgevoerd, maar Palmares hield stand. Zumbi stond bekend als een slim en groot strijder.”

Da Silva begeleidt via sportprojecten kinderen en jongeren in de kleine favela Cruzada, die praktisch midden in de rijkste wijk van Brazilië ligt, Leblon. „Als we de straat uitlopen zijn we in een compleet andere wereld. We worden regelmatig aangehouden door de politie. Er zijn in Brazilië bijna zesduizend politiemoorden per jaar, de slachtoffers zijn in de meeste gevallen zwart. Ik haatte jarenlang mijn huidskleur. Pas door me te verdiepen in de geschiedenis, bijvoorbeeld in de persoon van Zumbi voelde ik me trots over de strijd van mijn voorouders.”

Wagner da Silva

Sinds 2003 zijn scholen in Brazilië verplicht de geschiedenis van de oorspronkelijke bevolking en van de Afro-Brazilianen te behandelen. „Brazilië was het laatste land dat de slavernij afschafte, pas in 1888. Mijn overgrootmoeder, die ik nog gekend heb, was in slavernij geboren. Nu pas is er een generatie zwarte jongeren die toegang heeft tot universiteiten omdat onder de vorige president Lula da Silva quota zijn ingesteld voor zwarte studenten en studenten uit favela’s. De huidige ultrarechtse president Bolsonaro wil dit terugdraaien.”

Zumbi werd uiteindelijk toch verslagen, na verraad van binnenuit. Hij werd gevangen genomen door de Portugezen en op 20 november 1695 onthoofd. Tegenwoordig is dat in Brazilië een nationale dag.

One-Tété Lohkay in Sint Maarten

Beeld van One-Tété Lokhay op Sint Maarten.

Onderneemster en modeontwerpster Ahsika Boasman (30) was al zo vaak langs het beeld van One-Tété Lohkay gereden, maar pas recentelijk ontdekte ze de geschiedenis van deze legendarische vrijheidsstrijdster van Sint Maarten. „Het is een heel inspirerend verhaal. One-Tété Lohkay geeft me energie in mijn eigen strijd”, zegt de jonge ontwerpster, die een eigen mode label heeft.

Volgens de overlevering kwam de jonge Lohkay in opstand tegen de slavernij op het eiland, dat zuchtte onder het Nederlandse koloniale bewind. Ze ontvluchtte de plantage waar ze te werk was gesteld, waarna planters een klopjacht op haar openden. Lohkay werd opnieuw gevangen genomen en kreeg een wrede straf: een van haar borsten werd afgesneden. Zo werd ze bekend als One-Tété Lohkay (Lohkay, met één borst).

Het afsnijden van borsten van tot slaaf gemaakte vrouwen was destijds geen uitzondering. Ook in andere Nederlandse koloniën, zoals Suriname, zijn hier verhalen over bekend. One-Tété Lohkay overleefde de gruwelijke verminking. Dankzij een behandeling met medicinale planten en kruiden kwam ze op krachten en ontsnapte opnieuw. „One-Tété Lokhay was vastbesloten om voor de vrijheid te kiezen. Zelfs na die gruwelijke straf, liet ze zich niet breken. Ik haal daar kracht uit om ook niet op te geven als het minder goed gaat, maar door te gaan om mijn doelen te bereiken. Op Sint Maarten is het niet makkelijk je eigen bedrijf te beginnen, zeker niet als zwarte vrouw. Ik heb moeten vechten tegen een enorm stigma”, vertelt Ahsika Boasman.

Ahsika Boasman

In 2016, na haar studie in Nederland, keerde ze terug naar haar eiland en richtte het online modebedrijf Curls à la Mode op. „Veel bedrijven op Sint Maarten zijn in handen van Europeanen die hier zijn gevestigd. Sint Maarten is nog altijd een deel van het Koninkrijk en de andere helft van het eiland is Frans. Voor lokale ondernemers is het veel moeilijker om steun, vertrouwen en financiering van een bank te krijgen”, zegt Boasman.

Volgens de overlevering lukte het One-Tété Lohkay na haar tweede vlucht een vrij bestaan op te bouwen in de heuvels van Sint Maarten. Van daaruit bleef ze plantages aanvallen, voor voedsel en om lotgenoten te bevrijden. Soms, zo wil de oral history, zagen slaven vroeg in de ochtend rook opstijgen boven de heuvels. Die kwamen vanaf het kamp van One-Tété Lokhay.

„Ze is hier een nationale held met een prachtig eigen standbeeld. Maar haar strijd is nog steeds actueel. Al vierhonderd jaar bevechten we op dit eiland onze eigen plek. Met mijn eigen merk wil ik zwart ondernemerschap stimuleren en een sterke eenheid opbouwen.”

Solitude in Guadeloupe

Standbeeld van de zwangere verzetsstrijdster Solitude in Guadeloupe.

Mooi en trots prijkt de hoogzwangere Solitude tussen de standbeelden van mannelijke vrijheidsstrijders op de Boulevard des Héros op het Caribische eiland Guadeloupe. Ze is een belangrijk symbool in de strijd tegen slavernij.

Solitude was de dochter van een ontvoerde Afrikaanse vrouw die tijdens de ‘middle passage’ op een slavenschip werd verkracht door een Europese zeeman. Wegens haar lichte ogen en huid genoot ze binnen de toenmalige raciale hiërarchie op de plantages, als huisslavin meer privileges dan slaven die op de suikervelden moesten werken. Toen in 1794 de slavernij in Guadeloupe werd afgeschaft, voegde Solitude zich bij een groep marrons, ontsnapte plantageslaven. Maar toen Napoleon aan de macht kwam en in 1802 besloot de slavernij opnieuw in te voeren, sloot de inmiddels zwangere Solitude zich aan bij het vrijheidsleger van strijder Louis Delgrès.

„Verschillende aspecten van Solitude spreken mij aan”, zegt Eddly Leyde (35), een sociaal werkster op het eiland. „Ze deed fysiek mee aan een hevige strijd tegen de Fransen terwijl ze zwanger was. Waarom deed ze dat? Ze was niet bepaald in een conditie om te vechten. Maar ze wilde waarschijnlijk niet dat haar kind in slavernij geboren zou worden, ze wist immers zelf wat de slavernij in hield. Ik kan me haar drijfveer heel goed voorstellen.”

In haar werk krijgt Eddly Leyde veel te maken met problematiek in gezinnen. Het zijn, volgens haar, vaak de vrouwen die de boel draaiende houden. „Het verhaal van Solitude is ook daarom belangrijk. Het zegt ook nu nog veel over onze maatschappij, die vooral is opgebouwd door vrouwen. Het zijn de moeders, de oma’s, de dochters die de families bij elkaar houden en de zorg op zich nemen. Ik geloof dat wij vrouwen dat geërfd hebben van onze voorouders, van strijdsters als Solitude.”

Tot het einde toe bleef Solitude vechten tegen de Fransen. Een grote veldslag op 28 mei 1802 overleefde ze, maar ze werd gevangen genomen. Solitude werd ter dood veroordeeld, maar omdat ze zwanger was wachtten de Fransen met de uitvoering van het vonnis. Na haar bevalling werd ze in november dat jaar opgehangen.

Eddly Leyde

„De strijd van Solitude is voor mij pas gestreden als ons eiland echt onafhankelijk is”, zegt Eddly Leyde die hoort tot een beweging van jonge intellectuelen die het liefst los van Frankrijk zouden willen komen – Guadeloupe hoort nog altijd bij het land als ‘overzees gebiedsdeel’.

„Alle topfuncties, alle managers, alle leidinggevenden zijn altijd Frans, vaak ingevlogen vanuit Parijs. Frankrijk bepaalt wat ik hier in de supermarkten koop, wat ik eet. Alles wordt uit Europa geïmporteerd, voor hele hoge prijzen.”

De wereldwijde antiracismeprotesten hebben bij millennials op Guadeloupe zoals Leyde het onafhankelijkheidsvuur verder aangewakkerd. „Onze beweging is niet groot, maar wel groeiende. De oudere generatie vindt het allemaal wel best en voelt zich comfortabel onder de Franse vlag. Maar jongeren willen dingen veranderen. Deze beweging is niet meer te stoppen.”

Toussaint Louverture in Haïti

Beeld van Toussaint Louverture in Port-au-Prince, Haïti. Foto Federico Rios/Bloomberg

De meest succesvolle slavenopstand van het Caribisch gebied was in Haïti, de toenmalige Franse kolonie Saint-Domingue. Onder leiding van Toussaint Louverture van de plantage Bréda lukte het Haïtianen de Franse planters te verjagen: het startsein voor de revolutie. Standbeelden van Toussaint Louverture en andere helden uit de Haïtiaanse revolutie staan verspreid over het eiland.

Volgens historicus Gaétan Mentor (52) begint het verhaal van Louverture niet in Haïti, maar in het koninkrijk Dahomey, het huidige Benin. „Louverture was de nazaat van gekidnapte edellieden uit Dahomey, die tijdens de transatlantische slavenhandel werden verkocht en in Haïti terechtkwamen. Louvertures grootvader was de zoon van generaal Gaou. Die was gevangen genomen tijdens een veldslag en samen met zijn vrouw Affiba verkocht aan slavenhandelaren. In Haïti werden ze door Franse kolonisten gescheiden. Hun oorspronkelijke Afrikaanse namen werden vervangen door Franse en ze werden gedwongen afstand te doen van hun Afrikaanse religie en christen te worden, zoals miljoenen Afrikanen.” Om de succesvolle strijd van Louverture te begrijpen is het belangrijk om zijn roots te bestuderen, aldus Mentor. „Hij stamt af van koninklijke strijders.”

Gaétan Mentor

Na de succesvolle opstand in Haiti werd de slavernij afgeschaft. Maar toen Napoleon via een staatsgreep aan de macht kwam stuurde hij zijn leger naar het eiland om de slavernij opnieuw in te voeren. Onder leiding van Louvertures opvolger Jean-Jacques Dessalines lukte het de zwarte bevolking het leger van Napoleon te verslaan. In 1804 riep Dessalines de onafhankelijkheid uit en gaf het eiland zijn oorspronkelijke naam terug: Ayiti. Haïti was daarmee het eerste vrije zwarte land op het westelijk halfrond. „In onze eerste grondwet uit 1804, opgesteld door Dessalines, werd duidelijk afgerekend met slavernij en racisme. Slavernij werd voor altijd afgeschaft, staat er, en verschil in kleur en privilege tussen lichte en donkere inwoners opgeheven.”

NRC-correspondent Nina Jurna verzamelde tijdens eerdere reportages in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, voorbeelden van de standbeelden die verzetsstrijders eren. Op Twitter maakte ze een overzicht, dat inmiddels ook door andere gebruikers wordt aangevuld. Hieronder het draadje:

Twitter avatar NinaJurna Nina Jurna I started to look for statues which are inspiring to me & it became a thread, then an idea for an article and for even more! Look at these #national heroes & statues from the region I live in #SouthAmerica #LatinAmerica #Caribbean 👇🏾 https://t.co/1OFNTJrj5y