Recensie

Recensie Boeken

Het levensverhaal van deze Zweed is een feest om te lezen (●●●●)

Hans Rosling Kort voor zijn dood noteerde de Zweedse statisticus Hans Rosling zijn levensverhaal. Als eerste van z’n familie ging hij studeren, om uiteindelijk hoogleraar te worden. Mijn kijk op de wereld beschrijft levensveranderende ontmoetingen en is een feest om te lezen.

Hans Rosling in 2012.
Hans Rosling in 2012. Foto Matthew Lloyd/Getty Images

Wat had ik graag willen horen wat Hans Rosling van de coronacrisis dacht. Over de manier waarop de wereld ermee omging en dan vooral natuurlijk hoe zijn eigen vaderland Zweden dat deed. Maar Rosling overleed begin 2017. Zijn boek Factfulness (Feitenkennis), dat hij samen met zijn zoon en schoondochter schreef, werd een jaar na zijn dood een internationale bestseller, nadat hijzelf al een beroemdheid was geworden met zijn lezingen, waarin hij met veel humor en indrukwekkende graphics onze onwetendheid over de toestand van de wereld aan de kaak stelde.

Tijdens het schrijven van Factfulness, in de laatste maanden van zijn leven, werd duidelijk dat er materiaal was voor nóg een boek. Dit onlangs vertaalde Mijn kijk op de wereld gaat niet over cijfers, maar over hemzelf en vooral over de manier waarop hij de wereld is gaan begrijpen. Dat doet hij aan de hand van zijn levensverhaal, dat de ontwikkeling die veel (westerse) landen in de negentiende eeuw hebben doorgemaakt weerspiegelt: van analfabeet tot professor. Zijn grootouders, loonarbeiders uit de streek rond Uppsala, waren nog grotendeels ongeletterd, en leefden in eenvoudige huizen zonder elektriciteit of stromend water. Zijn moeder genas van tuberculose dankzij de steeds betere medische zorg en betere medicijnen. Rosling zelf ging als eerste van zijn familie studeren en werd eerst arts, daarna onderzoeker en tenslotte hoogleraar, of zoals hij zelf schrijft, docent.

Epidemie

Een ontmoeting in zijn studententijd met Eduardo Mondlane, de oprichter van het bevrijdingsfront Frelimo van Mozambique, zou zijn leven veranderen. Na al uitgebreid in Europa en Azië te hebben gereisd, besloten Rosling en zijn vrouw, verloskundige, in 1975 in het arme, net onafhankelijk geworden Mozambique te gaan werken om daar de bevolking te helpen. Daar groeide het diepe inzicht dat je om de toestand in een land te verbeteren je niet moet concentreren op wat er allemaal in je eigen ziekenhuis gebeurt, waar sowieso maar een beperkt deel van de bevolking terechtkomt, maar ervoor moet zorgen dat de meerderheid van de bevolking toegang krijgt tot een heel basale vorm van gezondheidszorg.

Dat je daarom beter lokaal kleine gezondheidsposten op kunt zetten waar kinderen gevaccineerd worden en infecties bestreden. In Mozambique ook werd hij geconfronteerd met zijn eerste epidemie, van een tot dan toe onbekende ziekte die verlamming veroorzaakte. Door systematisch onderzoek te doen aan de hand van lokaal verkregen informatie van patiënten wisten hij en zijn medewerkers uiteindelijk aan te tonen dat deze ziekte, konzo, het gevolg was van het eten van onvoldoende ontgifte casaveknollen, het voornaamste voedsel in sommige regio’s. Het is prachtig om te volgen hoe de latere ‘statisticus’ Rosling zich ontwikkelde tijdens het onderzoek van deze epidemie, en in een later, soortgelijk onderzoek naar een uitbraak van ebola in Liberia.

Motorfietsen

Maar wat dit boek zo speciaal maakt is de diep-menselijke manier waarop hij zijn dagelijks werk en leven met zijn gezin beschrijft in dit soort arme Afrikaanse landen. Hoe hij omgaat met de mensen die het voor het zeggen hebben, bijvoorbeeld als hij plotseling behoefte heeft aan motorfietsen. Of hoe hij het vertrouwen weet te winnen van de lokale bevolking om hem te helpen bij zijn onderzoek, bijvoorbeeld door bloed af te staan, al lukt dat laatste pas nadat hij bijna door een woedende menigte met machetes is gelyncht.

Het zijn dat soort kleurrijke verhalen die dit boek tot een echte aanvulling maken van Feitenkennis, ook al is er onvermijdelijk enige overlap. Wat dit boek toch tot een feest maakt om te lezen zijn de ontmoetingen met mensen die zijn kijk op de wereld hebben veranderd. En dat waren niet Bill Gates, Obama of Bono, maar wel die dappere verpleegster in zijn ziekenhuis of die vrouw in Congo die haar mede-dorpelingen overreedde hem te helpen. Het is te hopen dat velen ook dit boek gaan lezen en daardoor zelf aan het denken worden gezet.