Al vroeg alarm over tekort aan bescherming bij verpleeghuizen

Coronacrisis Zorgbestuurders waarschuwden VWS al in een vroeg stadium van de coronacrisis voor een fors tekort aan hulpmiddelen in verpleeghuizen.

Een ‘zwaairaam’ bij een verpleegtehuis in Den Haag. Door de coronacris moesten verpleeghuizen dicht en konden bewoners geen bezoek ontvangen.
Een ‘zwaairaam’ bij een verpleegtehuis in Den Haag. Door de coronacris moesten verpleeghuizen dicht en konden bewoners geen bezoek ontvangen. Foto Phil Nijhuis/ANP

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is vanaf het begin van de coronacrisis herhaaldelijk gewaarschuwd voor problemen in de verpleeghuizen. Met name voor de oplopende tekorten aan beschermingsmiddelen als mondkapjes hebben zorgbestuurders met toenemende urgentie aandacht gevraagd. Toch bleven die tekorten lange tijd bestaan.

Dat blijkt uit interne documenten en communicatie tussen het ministerie en zorgkoepels uit de ouderen-, gehandicapten- en thuiszorg, in handen van NRC. In de verpleeghuizen vielen tot nu toe ruim 2.700 vastgestelde coronadoden, iets minder dan de helft van alle geregistreerde doden, blijkt uit cijfers van het RIVM. Het werkelijke aantal ligt hoger, omdat veel overledenen niet getest zijn op corona. Het kabinet sloot pas op 20 maart de deuren van de verpleeghuizen voor bezoekers in de hoop het virus buiten de deur te houden. Toch raakten veel bewoners besmet. Het onvoldoende beschermd werken van personeel wordt gezien als een van de mogelijke oorzaken.

Waarschuwingen over tekorten

Nadat VWS waarschuwingen hadden gekregen over tekorten, stuurde het op 26 februari een ‘informatiesheet’ rond. Toen was er nog geen vastgestelde coronabesmetting in Nederland, maar lukte het zorgorganisaties al steeds minder om voldoende mondkapjes, schorten en handschoenen te bestellen. VWS riep op 4 maart een „spoedoverleg” bijeen omdat er „veel signalen van zorginstellingen over mogelijke tekorten” waren. „De druk bij sommige zorg is inmiddels hoog en zal alleen maar toenemen.” Maar VWS riep zorgaanbieders op vooral eerst elkaar te helpen. Als dat niet lukte konden ze terecht bij de regionale organisaties voor acute zorg (ROAZ’en). Een betrokkene uit de zorgkoepels mailde terug: „De verantwoordelijkheid voor het delen van het beschikbare materiaal wordt bij de zorgorganisaties zelf neergelegd. Het gaat om het verdelen van schaarste, dus dat kan lastig zijn. Kan VWS of het ROAZ hier niet meer de regie-rol oppakken?”

Lees ook: Toen de testen eindelijk kwamen, was het halve verpleeghuis besmet

De ROAZ’en hadden een centrale rol in de verdeling van de middelen, maar daar waren veel langdurige zorginstellingen niet bij aangesloten, en ziekenhuizen kregen bij de verdeling prioriteit – problemen waarvoor de sector ook herhaaldelijk waarschuwde. Pas half april stelde VWS een nieuw verdeelmodel vast waarbij verpleeghuizen een groter deel van de middelen kregen.

Centrale inkoop

VWS probeerde vanaf 6 maart de regie te grijpen door centraal beschermingsmiddelen in te gaan kopen. Het duurde twee weken tot dat een eerste grote levering opleverde.

Toen had oud-minister Henk Kamp, nu voorzitter van ouderenzorgkoepel Actiz, al gewaarschuwd dat door het gebrek aan beschermingsmiddelen „de continuïteit van de ouderenzorg” in gevaar dreigde te komen. Op 16 maart schreef hij aan het ministerie dat dat zou leiden tot veel ziekenhuisopnames van ouderen, terwijl de ziekenhuiscapaciteit toch al onder druk stond. Het is de concreetste waarschuwing over de gevolgen van de tekorten.

Ook in een dagelijks overleg met het ministerie vroegen zorgbestuurders vaak aandacht voor de tekorten én vroegen ze om een richtlijn voor werken zonder beschermingsmiddelen. Ook drongen ze aan op een ruimer testbeleid van personeel buiten de ziekenhuizen. Bestuurders vonden dat duidelijkheid daarover te lang uitbleef. Dat machteloze gevoel van de ouderenzorg culmineerde in een mail van Actiz-directeur Wouter van Soest op 26 maart aan de deelnemers van het overleg. Door de onveilige werksituatie dreigde personeel van verpleeghuizen „en masse” het werk neer te leggen. De volgende dag reageerde een betrokken ambtenaar dat het ministerie de urgentie wel degelijk had en dat ambtenaren eveneens gefrustreerd waren „dat de dingen die je wilt bereiken niet meteen kunnen worden gerealiseerd”.