Opinie

Actie tegen Belastingdienst is vooral bedoeld voor de bühne

Toeslagenaffaire Het zag er doortastend uit, die aangifte tegen de Belastingdienst. Maar als je goed kijkt, zie je dat die zaak vermoedelijk met een sisser afloopt, meent .
Een gedupeerde ouder tijdens de persconferentie van de adviescommissie uitvoering toeslagen.
Een gedupeerde ouder tijdens de persconferentie van de adviescommissie uitvoering toeslagen. Foto SEM VAN DER WAL/ANP

De toeslagenaffaire heeft veel persoonlijke drama’s veroorzaakt. Het is vervolgens natuurlijk gemakkelijk om met de wolven in het bos het hardst te roepen dat tegen de betrokken ambtenaren aangifte moet worden gedaan. Maar de aangifte die nu gedaan is, biedt hoogstwaarschijnlijk meer valse hoop dan soelaas.

De staatssecretarissen hebben de politieke druk om aangifte te doen niet durven weerstaan. Met een second opinion die concludeert dat er een verplichting is om aangifte te doen en de politieke hete adem in de nek, is dat op zichzelf beschouwd nog wel te begrijpen. Toch waren er voldoende argumenten om géén aangifte te doen. Vooral omdat de uitkomst van die aangifte met veel onzekerheid is omgeven.

Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat de Staat strafrechtelijke immuniteit geniet. Hetzelfde geldt voor ambtenaren die feitelijk leiding hebben gegeven aan of opdracht hebben gegeven tot een door de Staat begaan strafbaar feit.

Twijfelachtig

De enige ambtenaren die eventueel vervolgd zouden kunnen worden, zijn dus degenen die persoonlijk, zélf een strafbaar feit hebben begaan. Het is zeer de vraag of de aangifte voldoende steun biedt voor een tegen individuele ambtenaren bestaande persoonlijke verdenking. Even twijfelachtig is het of deze aangifte een strafrechtelijke vervolging tot gevolg zal hebben.

Een van de belangrijkste kanttekeningen bij deze aangifte is dat de commissie-Donner, die eerder naar de toeslagenaffaire heeft gekeken in haar interimadvies Omzien in verwondering, uitgebreid uiteen heeft gezet dat aan deze affaire „een institutionele vooringenomen werkwijze” van de Belastingdienst ten grondslag ligt. De commissie concludeerde dat het hierbij ging om „een institutionele houding die in instructies en organisatie vastlag” en níét om een persoonlijke houding.

Lees ook: ‘De Belastingdienst is intern ontploft’

De aangifte is niet alleen opmerkelijk in het licht van de bevindingen van de commissie-Donner. De verdenking van ‘knevelarij’ gaat volgens de aangifte over „het stopzetten van voorschotbetalingen aan de vraagouders die daar wel recht op hadden […], maar mogelijk evenzeer [over] de twee andere fasen in het beslisproces.”

Over de verdenking ten aanzien van die twee andere fasen bestaat dus kennelijk ook bij de staatssecretarissen twijfel; dit overigens in lijn met de second opinion. Wat dan inzake de knevelarij kennelijk overblijft is een verdenking van het stopzetten van de voorschotbetalingen. En daarover is in de second opinion zelf nu juist geconcludeerd dat het „hoogst onzeker” is of de daarop betrekking hebbende feiten als knevelarij gekwalificeerd kunnen worden.

Aangifteverplichting

Tot slot is nog van belang dat het niet voldoen aan de wettelijke aangifteverplichting geen strafbaar feit is. De wetgever heeft daar bewust voor gekozen omdat er voldoende andere mogelijkheden zijn om te reageren op het veronachtzamen van die verplichting. Bijvoorbeeld door bewindspersonen politiek ter verantwoording te roepen. Het slachtofferen van eigen ambtenaren was voor de staatssecretarissen blijkbaar een veiligere optie.

Met de gedane aangifte is een politiek heikel probleem doorgeschoven naar het Openbaar Ministerie. Gezien de mogelijke kanttekeningen die bij de aangifte geplaatst kunnen worden, lijkt het OM voldoende aanknopingspunten te hebben zich van dat probleem te ontdoen.

Tegen die beslissing zal ongetwijfeld een klaagschrift worden ingediend. De klaagschriftprocedure inzake het besluit van het OM om geen ambtenaren te vervolgen inzake de vuurwerkramp in Enschede is dan interessant.

Het hof Arnhem wees die klaagschriften af en overwoog onder meer dat het optreden van de betreffende ambtenaren geheel had plaatsgevonden in de publieke sfeer en dat van enig eigenmachtig optreden niets was gebleken.

Het hof oordeelde bovendien dat het niet in het algemeen belang zou zijn ambtenaren te vervolgen die eventueel als natuurlijk persoon een strafbaar feit hadden begaan.

De afloop van de aangifte tegen de Belastingdienst lijkt dus voorspelbaar. Het is daarom een aangifte die vooral voor de (politieke) bühne gedaan lijkt te zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.