Foto Frank Ruiter

Interview

Zout, suiker, vet. De cardioloog trapte zelf ook in alle ‘instinkers’

Lunchinterview Annemieke Jansen (54) kan als cardioloog pillen voorschrijven, maar liever vertelt ze haar patiënten wat een gezonde levensstijl is. Met haar zus schrijft ze nu kookboeken. „Zelf had ik ook behoorlijk wat overgewicht.”

Annemieke Jansen (54) is cardioloog in het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda en ze hoeft geen seconde na te denken over waar we gaan lunchen: bij haar zus. Die kan, zegt ze, heel lekker koken en bedacht bovendien alle recepten voor de twee kookboeken die ze samen maakten, Hartstikke lekker en Hartstikke mediterraan. Zij, de cardioloog, schreef er recent een boek achteraan, Hart voor je lijf, waarin ze nog eens samenvat wat nou wel en niet goed is voor het lichaam. Niet: suiker, zout, en een aantal diëten van ándere cardiologen. Wel: trage koolhydraten, onverzadigde vetten en het mediterrane dieet.

Janine Jansen (59), in de keuken, legt de laatste hand aan de zelfgemaakte kroketjes. Ze had graag willen zeggen dat het vlees erin bij hun broer Maarten vandaan kwam. Hij is boer en houdt mangalitza-varkens en Aberdeen Angus-runderen in Drenthe. Het vet van de Hongaarse varkens, met wollige krulvacht, is gezonder, want vol goede vetzuren. Het vlees van de grasgevoerde koeien is mooi „gemarmerd”. Maar hun broer had geen slachtvlees liggen. De kroketjes gaan kort de verse frituurolie in, druipen even uit, en gaan dan nog even de pan in.

Annemieke, aan tafel: „Precies zoals onze vader ze maakte.” Hij was slagerszoon en werd zelf ook slager. Tot hij een infectie aan zijn hand kreeg die maar niet overging, toen is hij gaan studeren en huisarts geworden. Eerst in De Lutte, later in Oldenzaal. Als de zussen met elkaar praten, hoor je nog een beetje Twents.

Annemieke ging geneeskunde studeren, niet met het idee om dokter te worden. „Hoe mijn vader dokter was, zo wilde ik het niet.” Wij zagen hem nauwelijks, zegt haar zus. „Zo betrokken bij z’n patiënten. Altijd aan het werk. Dag, nacht, en om het weekend dienst.” Zij was vooral geïnteresseerd in hoe het lichaam werkt, en vond het hart het interessantst. Ze is gespecialiseerd in hartfalen en pacemakers, een klein apparaatje dat ze onder de huid in de borstkas aanbrengt en dat het hartritme reguleert. De meeste patiënten met hartfalen blijft ze jarenlang zien, voor controles of nieuwe klachten. En zo kwam het dat haar dingen begonnen op te vallen. Hartpatiënten die op haar spreekuur kwamen omdat ze ineens nog kortademiger waren dan normaal, of die het plotseling benauwd hadden gekregen. „Samen ga je op zoek naar mogelijke oorzaken. Dus vraag je ook: wat heeft u zoal gegeten?” Een haring, of twee. Zuurkool. Chinees gehaald. „Te zout eten.” Zout houdt vocht vast in het lichaam, het hart krijgt het teveel aan vocht niet weggepompt, waardoor het zich bij hartpatiënten ophoopt in de benen, of, als ze pech hebben, achter de longen.

Zus Janine zet een peper- en een zoutmolen op tafel voor het volgende gerecht, en knipoogt samenzweerderig. Een salade van spelt met garnalen en geroosterde paprika’s met gefrituurde kappertjes en een extra scheut olijfolie. Annemieke Jansen: „Vijf gram zout mag je op een dag. Je denkt: zoveel gebruik ik niet. Tot ik eens ging kijken op de verpakkingen. Eén bouillonblokje, 2,5 gram zout. In kant-en-klaar-maaltijden zitten hoeveelheden die dodelijk kunnen zijn voor mijn patiënten.” Suiker, zelfde verhaal. „Een yoghurt-breaker, je weet wel, zo’n zuivelzakje dat je leegknijpt in je mond. Lekker handig. Daar zit dus 24 gram suiker in, in één zo’n pakje.” Toen ze zich ging verdiepen in de voedingswetenschap ontdekte ze dat suiker nóg meer dan zout, de „grote boosdoener” is voor hart en bloedvaten.

Buikvet, het slechtste vet

Hoe lang geleden realiseerde ze zich dat er een verband is tussen voeding en gezondheid? „Tien, vijftien jaar geleden.” Dan was ze dus al lang en breed cardioloog. Maar toch wist ze het niet? „Nee joh”, zegt ze. „In mijn opleiding leerde ik niks over voeding. Niks.” En eerlijk gezegd, zegt ze, zelf was ze in die tijd ook niet speciaal slank. „Je was dik”, helpt haar zus. „Ik had behoorlijk wat overgewicht.” Ze is klein, 1.58 meter. Ze woog 72, misschien 74 kilo. Ze slaat haar armen om haar middel. „Het concentreerde zich hier, de dikte. Precies waar het slechtste vet zit.” Buikvet hoopt zich op rond de ingewanden en verhoogt de kans op een hoge bloeddruk, diabetes type 2, dementie, hart- en vaatziekten en verschillende soorten kanker.

Hoe kwam het? „Ja, hoe kwam het…” Als kind was ze dun. „Ik niet”, roept haar zus. „Ik was dik. En onze broer ook.” En hun ouders? Die waren niet dun en niet dik. „Onze vader had de ziekte van Besnier-Boeck.” Een plotselinge klontering van ontstekingscellen die zich in zijn longen nestelde. Daarvoor kreeg hij ontstekingsremmer prednison, waar hij darmklachten van kreeg. „Hij moest heel licht eten. Thuis aten we nooit vet.” Dus gingen de twee oudsten vóór ze ’s avonds naar de koorrepetitie moesten, eerst friet eten bij de snackbar tegenover de kerk. Zus Janine ging, met haar moeder, op een dieet van gekookte vis en Duitse biefstuk uit de oven tot ze weer slank was. „47 kilo”, zegt ze trots. Bij 1.57 meter. Maar, moppert ze, met de jaren kwamen er toch een paar kilootjes bij. Ze oogt als een ballerina.

Bij geneeskunde leerde ik niks over voeding. Niks.

Cardioloog Annemieke „groeide” naarmate ze meer ging werken, minder bewoog, en vaker in het ziekenhuis at. „Ik weet het, je stopt het allemaal zelf in je mond, maar het aanbod is niet best. Worstenbroodjes vol verzadigd vet, zoute tomatensoep en witte broodjes met een plak kaas na vergaderingen, met als extraatje een kroket.” Vervolgens overleden haar ouders – haar moeder aan een agressieve vorm van dementie, haar vader, na zes bypasses en twee keer een nieuwe hartklep, aan een infectie van het hart. Wat ook niet meehielp, was stoppen met roken. Dus ja, toen heeft ze het wel „laten hangen”, zegt ze. Qua eetgewoontes. Tot ze een keer in het ziekenhuis per abuis werd aangezien voor een ander, een arts-assistent. „En dat was een héél dik propje…”

En toen? „Toen ben ik gaan letten op wat ik at.” Net als veel van haar patiënten dacht ze wel te weten wat goed en gezond was. „Maar ik trapte in alle instinkers.” Elke dag een plak ontbijtkoek mee naar het ziekenhuis. Goed voor de stoelgang, want veel vezels. „Daar zit, of zat, want inmiddels is de samenstelling wat veranderd, 18 gram suiker in.” Voor een vrouw is twintig gram suiker per dag aanbevolen. „Je trapt in wat de reclame zegt. Nul procent suiker toegevoegd, staat op de verpakking van een dieetreep. Denk je dat je goed bezig bent, zit het vol fruitsuikers. Dadels zijn gezond, las ik. Dus ik eet een pot, kijk daarna wat erin zit: suiker.” Jawel, ze ging naar de sportschool. „Met de auto.”

Drie flessen chocomel

Ze begrijpt wat haar patiënten beweegt om een liter cranberrysap per dag te drinken, of drie flessen chocolademelk. Verwarring, misverstanden en misleiding. „Chocola is gezond, maar alleen de heel pure variant, en dan een klein stukje. Cranberry’s zijn prima, maar niet aangelengd met scheppen zoetigheid om ze minder bitter te maken.”

Ze heeft zichzelf bijgeschoold tot het niveau van een diëtist, en daarna is ze gaan bestuderen wat de wetenschap zegt over voeding en gezondheid en dát is ze gaan opschrijven voor haar patiënten. „Alles wat ik schreef, bleek van toepassing op mezelf.”

Allengs kwam ze tot de overtuiging dat van alle dieet- en eetstijlen het mediterrane als gezondste uit de bus komt. Veel groenten, volle granen, vette vis, weinig vlees, gezonde koolhydraten. Koolhydraten? Voor een aantal collega-cardiologen is dat nog net geen vergif. Robert Atkins en zijn Atkins-dieet; Arthur Agatston met zijn South Beach-dieet; Aseem Malhotra met het Pioppi-dieet. Alle drie propageren zij een eetpatroon zónder pasta, rijst of brood. Fanatici mijden zelfs de koolhydraten in fruit of peulvruchten. Ongetwijfeld val je af als je een hele productgroep niet meer eet, zegt Annemieke Jansen. „Het probleem is dat het tekort aan het één wordt opgevuld met een teveel van het ander: eieren en vlees. Eiwitten en verzadigde vetten, op den duur is dat slecht voor je lichaam.”

Gezond eten en bewegen

De taart wordt aangesneden. Frambozen op een bodem van amandelen. „Normaal is de verhouding tweehonderd gram suiker op tweehonderd gram amandelen. Hier zit een kwart suiker in.” Annemieke Jansen kan haar patiënten een stuk of vijf pillen voorschrijven waarmee ze de kwalen aan hun hart en bloedvaten onder controle kunnen houden en daardoor leven ze langer. Maar, zegt ze, als je kijkt wat levensstijl voor effect heeft op de gezondheid, „dat is spectaculair”. Een gezonde levensstijl (eten en bewegen) vermindert de kans op hart- en vaatziekten met de helft „Het levert je twintig gezonde levensjaren op.”

Lees ook: De coronakilo’s maken afvallen nog moeilijker dan het al was

Haar patiënten willen zelf wat doen aan hun gezondheid, en vragen haar hoe dat dan moet. Vijf jaar geleden schakelde ze haar zus in. Die is grafisch vormgever, maar kookt veel en graag. „Ik zei: bedenk jij nou eens een paar lekkere recepten, dan vertel ik het verhaal over de voedingsstoffen erin.” De recepten die ze bedacht waren „fantastisch”, maar totaal ongeschikt voor een gezond dieet. „Vol room en kaas, echt Noord-Italiaanse gerechten.” De gezondheid van de klassieke Zuid-Europese keuken zit ’m nou juist in de schaarste.

Inmiddels zijn de zussen bezig met kookboek nummer drie: Mooi mediterraan gaat het heten en meer dan de vorige boeken is het gericht op gewichtsverlies. „Ik volg het nu een maand of vier”, zegt Annemieke. Ze is vier kilo kwijt. Was ze nog steeds te zwaar? Of weer? „Nog. Ik weeg nu 63, 64.” Haar vriendin vindt haar prima zo, maar zelf wil ze naar de 57 kilo. Nog een stukje taart?, fluistert zus Janine tussendoor. „Echt niet?” Er zijn, zegt de cardioloog, nog zo veel zieltjes te winnen voor een gezondere levensstijl. „Ik hoef maar naar mezelf te kijken, om te zien hoe moeilijk het soms is.”