Wie is toch die man naast die zwangere vrouw?

Vader worden Het is niet altijd onwil dat vaders vaak minder betrokken zijn bij de zorg voor de kinderen. Bij een bezoek aan de verloskundige worden mannen meestal genegeerd, zegt Jasper van den Bovenkamp.

Illustratie MAT

Blader de Emancipatiemonitor door en je ziet het meteen: de man is het vaderschap steeds serieuzer gaan nemen. Het aantal uren dat hij in zijn gezin zorgtaken verricht, neemt sinds een aantal decennia gestaag toe.

Maar toch. In mijn eigen kring rondkijkend: de meeste van die vaders zijn één dag thuis (tegenover twee of meer voor de moeders), noemen die dag een papadag en zijn blij als-ie weer voorbij is.

Mijn partner en ik deden het ook drie jaar lang op die manier. Maar dat veranderde plotsklaps. Kort voor de coronacrisis meldde zich onze tweede. We kwamen met z’n allen thuis te zitten. Werk (beiden zzp’er) en privé liepen ineens zo vloeiend en vanzelfsprekend door elkaar dat we al snel niet meer begrepen waarom we in ons vorige leven zo’n ingewikkeld systeem hadden opgetuigd. (De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zij het al langer niet begreep.)

Omdat het ons allemaal beviel, besloten we het zo te laten. Sindsdien werken mijn partner en ik beiden drie dagen en zorgen we er twee.

En ze vormen geen uitzondering. Arjen van Veelen worstelde met de onbalans tussen wat modern vaderschap in de praktijk is en wat het zou moeten zijn, schreef hij vorig jaar in NRC. En Rutger Lemm zat steeds vaker wanhopig op de wc, bekende hij onlangs in de Volkskrant. Zo circuleren er wel meer getuigenissen over het wel en wee van ontluikend vaderschap.

Ik wil mij dan ook maar niet verliezen in het bekende narratief van het slachtoffer. Die riedels kennen we inmiddels: ‘Ik heb het écht geprobeerd’. Of: ‘Ja, maar jij hebt gewoon van die instinctieve moederdingen.’ Het zijn allemaal uitvluchten en dat weten wij vaders zelf ook wel. Als papa’s oorlog moeten voeren lukt het ook (kijk maar in de geschiedenisboekjes), een luiertje omknopen moet het probleem niet zijn.

Nee, het gaat erom dat vaders en moeders nu eindelijk eens gelijkelijk bij de zorg voor en opvoeding van hun kinderen betrokken raken. Waarom is dat nog altijd een thema, terwijl vaders het toch echt willen – en er steeds vaker hun stinkende best voor lijken te doen?

Misschien heb ik als ervaringsdeskundige (één baby, één peuter) het begin van een antwoord. Mij is namelijk iets opgevallen. Iets mogelijk oorzakelijks. Iets verzachtends ook wel, voor al dat vaderlijk falen van de voorbije eeuw. Iets wat bij navraag bovendien veel breder blijkt te leven. En waarnaar zelfs wetenschappelijk onderzoek is gedaan.

Mijn partner en ik zaten in de wachtkamer van de verloskundigenpraktijk. We werden opgehaald. Door een vrouw. (99 procent van de verloskundigen is vrouw.) Ze zag ons beiden zitten, maar noemde alleen de naam van mijn partner. Komt u mee, zei ze.

Ik herinner mij een kort moment van aarzeling. Moest ik ook opstaan?

En ik vond het vervelend: alsof ik er maar een beetje bij hing. Was ik soms een overdreven kwetsbaar zieltje? Ik bedoel: ik begreep ook wel dat het natuurlijk allemaal ging om dat grote wonder van nieuw leven. Dan moest je als aanstaande vader niet gaan zitten kniezen of jij wel voldoende gezien werd.

„Of je het gelooft of niet”, zegt emeritus hoogleraar pedagogiek en vaderschapsexpert Louis Tavecchio, „mijn zoon kwam jaren geleden met precies hetzelfde verhaal naar mij toe. Ook hij ervoer het als onprettig. Op een gegeven moment vroeg hij zich zelfs af of hij nog wel mee zou gaan naar de afspraken in de praktijk. Er werd nauwelijks naar hem gekeken. En als-ie wat zei werd er vaak niet op gereageerd. Kennelijk is het nog steeds een blinde vlek van de sector.”

Een blinde vlek?

Absoluut, zegt David Borman. Hij werkte een aantal jaar als verloskundige (in 2009 was 3 procent van de verloskundigen man, nu is dat nog 1 procent). Sinds 2009 geeft hij cursussen ‘Aanpakken voor aanstaande vaders’ aan papa’s in wording en cursussen over aanstaande vaders aan onder anderen verloskundigen. En ten slotte is hij vader. Het verhaal van de vader in spe kent hij derhalve vanuit ten minste drie perspectieven – om voorbeelden bij zijn stellige bevestiging zit hij dan ook niet verlegen.

Illustratie MAT

Borman: „Voordat je in de verloskundigenpraktijk zit, heb je al een paar sites van verloskundigen in je omgeving zitten bekijken. Die zijn nagenoeg allemaal in de jij-vorm aan aanstaande moeders gericht. Hetzelfde geldt voor het gros van de lectuur, van brochures met informatie over prenatale diagnostiek tot opvoedboeken: allemaal naar de moeder toe geschreven.”

In nascholingssessies met verloskundigen adviseert hij de praktijken „minstens één pagina” op hun site volledig aan partners te richten, ook in de jij-vorm.

Minstens één.

Akkoord, we moeten ergens beginnen.

Ik was toch maar opgestaan. De intake duurde drie kwartier. We kregen veel informatie, terwijl vooral mijn partner werd aangekeken. Ik stelde wat vragen.

Al tijdens het formuleren van de eerste betrapte ik mij op een klein huicheltje. Kijk mij eens de betrokken vader spelen, dacht ik. Ik had me heel behoorlijk ingelezen, ik kende het jargon van ontsluiting tot tepelkloof. Zat ik nou met deze kennisdeling aan die verloskundige alvast te bewijzen dat ik een geëngageerde vader zou worden? Hemeltje. Zou ik dat ook gedaan hebben als er een man op die stoel had gezeten? Die vraag staat nog open.

Iets van de spanning tussen verloskundige en vader herkent David Borman wel. Wat verloskundigen bijvoorbeeld beter eerst even op wenselijkheid kunnen checken: of de man het leuk vindt in hun bijzijn aan de buik te voelen of lieve dingetjes tegen de foetus te fluisteren. „Vinden ze vaak ongemakkelijk.” Wat gesprekjes met de ouders betreft: moeders krijgen geregeld de vraag ‘hoe het voelt’. Borman: „De meesten van hen weten daar raad mee. Maar mannen slaan vaker dicht na zo’n vraag. Beter is het als de verloskundige diezelfde vraag voor hen anders formuleert. ‘Hoe kijk jij er tegenaan?’ Of: ‘Hoe denk jij erover?’ Of ook: ‘Ik weet dat veel mannen tegen de bevalling opzien. Hoe is dat voor jou?’”

Lees ook: Het verdriet en de liefde van een stiefvader

Maar dan moet het eerst al zover komen dat mannen überhaupt iets wordt gevraagd. Verloskundigen besteden hun spaarzame tijd het liefst aan de zwangere, want met hen hebben ze een behandelovereenkomst, niet met de partner. Borman: „Sommigen hebben er werkelijk geen ruimte in hun agenda voor. Dus hier ligt een taak voor zorgverzekeraars. Die vergoeden talloze cursussen voor moeders waarvan nut en noodzaak niet altijd evident zijn. Aandacht voor aanstaande vaders in de verloskundige praktijk is bewezen nuttig voor het hele gezin. Laat daar meer geld naar toegaan.”

Bij de tweede afspraak werden we verwelkomd in de echokamer. Mijn partner mocht – vanzelfsprekend – op het bed plaatsnemen, ik werd – niet per se vanzelfsprekend – weggefrommeld op een krukje naast het bed, waar ik met mijn rug tegen de radiator mocht leunen.

Kan inderdaad beter, zegt Borman.

Waarom toch al dit gejeremieer van mij? Om twee redenen. Ten eerste: veel mannen willen echt heel graag een betrokken vader zijn. Het probleem is alleen dat je vanaf het moment van de bevruchting tot aan de bevalling dat vaderschap niet kunt oefenen. Integendeel, je wordt door de verloskundige sector buitengesloten alsof je een onbeduidend aanhangsel bent.

Ten tweede: mannen met zulke vaderambities voelen zich er echt niet comfortabel bij dat moeder een dag meer thuis is dan vader terwijl daar geen intrinsieke motivatie vanuit de moeder in spe voor bestaat. Om die reden spraken ze, op een zwoele zomeravond in de precoïtale fase, ze dronken er een glas wijn bij, met hun partner af dat ze alles gelijkelijk zouden verdelen. Natuurlijk zouden ze dat doen! Het was 2020!

Maar toen kwamen ze dus in de spreekkamer en toen bleek dat de mevrouw van dienst er anders over dacht. Jammer voor de man met z’n vaderlijke vergezichten. Maar ook zonde voor de toko in grotere zin. Borman zei het al: aandacht voor aanstaande vaders in de verloskundige praktijk is bewezen nuttig voor het hele gezin.

Tavecchio valt hem bij met resultaten op basis van onderzoek van de Canadese ontwikkelingspsycholoog Natasha Cabrera en de Belgische onderzoeker Lore van Gorp. Om een paar van die resultaten te noemen: een grotere betrokkenheid van vaders tijdens de zwangerschap hangt significant samen met meer betrokkenheid en meer interactie met het kind tijdens de eerste levensjaren (Cabrera). En: een vader die al voor de geboorte nauw betrokken is en zijn partner vanaf het begin ondersteunt, bindt zich sterker aan een kind en heeft meer mogelijkheden een eigen identiteit als vader te ontwikkelen (Cabrera). Ook: organisaties die het welzijn van het kind belangrijk vinden, doen er goed aan reeds tijdens de zwangerschap de rol van de vader als verzorger te promoten, zowel bij de aanstaande vader als bij de aanstaande moeder. (Van Gorp).

Van brochures tot opvoedboeken: allemaal naar de moeder toe geschreven

Nog even terug naar mijn verloskundige. Een maand of twee na de bevalling belde ze mij. Jij voelde je als vader te weinig gezien, zei ze. Dat klopt, stamelde ik wat overrompeld, nadat ik omstandig had verwoord hoe perfect ik het verder allemaal gegaan vond.

Maar, vroeg ik haar: hoe wist ze dat ik dat vond? Nou, dat stond op het evaluatieformulier. Oh jee, dacht ik: zie je wel, die kraamtijd met zijn gierend slaaptekort heeft mijn hersenschors helemaal weggevreten, ik weet zelfs niet meer dat ik evaluatieformulieren invul. Nee, zei mijn partner even later, dat formulier hebben ze naar mij gemaild en ik heb dat voor je opgeschreven, met je nummer erbij. En oh ja, voegde ze er later aan toe, ik heb wel duizend keer tegen je gezegd dat we het samen moesten invullen, maar jij had er telkens geen zin in. Zien wij weer dat de mens een feilbaar wezen is.

Stuur anders eens door, vroeg ik. Want nu was ik toch nieuwsgierig geworden. Ik bekeek de enquête. Alle 46 vragen waren in de ik-vorm geformuleerd en specifiek aan de moeder gericht. Tsja.

Nog maar een kleine suggestie aan de verloskundige dan: richt je niet alleen prenataal maar ook in de aftersales op de beide ouders. Borman: „Voor de nacontrole wordt in de regel alleen de moeder uitgenodigd. Partners werken dan immers al lang en breed weer. ‘En toch verwacht ik ook je partner’, moet de verloskundige dan zeggen. Want dat is hét moment om van beide ouders te horen hoe ze de bevalling hebben ervaren.”

Om daar nog even op in te gaan: ik vond ze allebei emotioneel verschrikkelijk heftig. Na de eerste heb ik een uur liggen gillen van het huilen, na de tweede heb ik me wekenlang somber en verdwaasd gevoeld.

Misschien had je wel een postnatale depressie, zegt Tavecchio.

„Huh?”, reageer ik. „Dat is iets voor moeders toch?” Nee dus, het komt ook bij vaders voor. Er wordt alleen nog niet zo lang onderzoek naar gedaan.

Lees ook het opiniestuk van Coen Simon: Hoed u voor de vader die doet of hij god is

En daarom is zo’n nacontrole ook voor vaders van belang. Borman: „Doordat moeders net een enorme hoeveelheid fysieke pijn hebben geleden, durven veel vaders in de dagen erna hun emotionele pijn niet te ventileren. Soms worden ze nog extra ontmoedigd door de verloskundige van dienst die luidop uitspreekt dat de vader beter maar heel trots kan zijn op ‘die geweldige prestatie’ van zijn partner.”

Ik denk dat alle vaders dat advies graag opvolgen, want inderdaad: ze zijn ongelofelijk trots op hun partner. Maar deze verloskundige raadgeving bevat voor de sensitieve vaderziel ook een akelig subversief elementje. Wat hij erin hoort meeklinken is: ‘Wij moeders zijn tot iets in staat wat geheel en al buiten jullie macht ligt. Lekker puh.’

Dat is volkomen juist. Maar het komt niet helemaal op het juiste moment.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.