Opinie

Verkleuring van de top is vereist tegen racisme en discriminatie

Discriminatie Als je nagaat hoe weinig mensen met migratieachtergrond in het openbaar bestuur werken, zouden alle alarmbellen moeten afgaan, waarschuwt Dat moet en kan beter.
De etnische diversiteit in de top bij het Rijk is nog geen 2 procent
De etnische diversiteit in de top bij het Rijk is nog geen 2 procent Foto BART MAAT/ANP

De witte politieman die in Minneapolis de zwarte George Floyd doodde, heeft met zijn daad, ongetwijfeld ongewild, diepgewortelde problemen in de Verenigde Staten en ook in Europa aan de oppervlakte gebracht. Premier Mark Rutte (VVD) heeft erkend dat racisme en discriminatie ook in Nederland ‘systemische’ problemen zijn. Dat is gedurfd en uitzonderlijk, én bemoedigend voor de velen die zich niet gehoord voelen. Zijn uitspraken hebben stof doen opwaaien, misschien wel omdat zij eindelijk een serieuze erkenning op hoog politiek niveau zijn van dit hardnekkige vraagstuk. Zo’n erkenning is de eerste stap naar de oplossing. Maar de vraag blijft hoe we dit concreet gaan aanpakken. Want met erkennen en benoemen alleen zijn we er nog niet.

Het huidige maatschappelijke debat heeft vooral een activistische toon, maar er zijn nog maar weinig kansrijke oplossingen aangedragen. En toch zijn die er. Naar mijn vaste overtuiging is diversiteit namelijk een belangrijk tegengif voor racisme en discriminatie. Meer diversiteit in publieke en private organisaties en meer onderwijs over diversiteit.

De afgelopen decennia hebben we veel geïnvesteerd in diversiteit in publieke organisaties opdat zij een betere afspiegeling van de samenleving zouden zijn. Zo’n 24 procent van de samenleving is immers niet van Nederlandse origine. De investeringen golden vooral de instroom van diversiteit op de werkvloer, in de uitvoerende rollen. Maar dat is onvoldoende.

Wereld te winnen

Ook het diverser maken van de top is broodnodig, willen we discriminatie en racisme uitbannen, en de spanningen die diversiteit met zich meebrengt het hoofd bieden. De cijfers laten zien dat daar nog een wereld te winnen is. De etnische diversiteit in de top bij het Rijk is nog geen 2 procent. Bij de politie is dat circa 6 procent. In het hoger onderwijs in grote steden als Amsterdam en Rotterdam is dat percentage vrijwel nihil, terwijl 60 à 70 procent van de studentenpopulatie geen Nederlandse wortels heeft. Hoe is die verblindende witheid uit te leggen? Ontbreekt het aan kleurrijke potentie in Nederland? Of wil wit geen macht afstaan? Onderwijs, politie en andere publieke organisaties hebben een belangrijke maatschappelijke taak en dienen tegelijkertijd een voorbeeldrol te vervullen. Een minstens zo belangrijke rol is weggelegd voor de politiek.

Er is volop aandacht voor genderdiversiteit, ook in de besturen van organisaties en de politiek, maar etnische diversiteit is het onderschoven kindje. Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) wil graag de man-vrouwverhouding in het openbaar bestuur in balans brengen. Haar streven is dat in de toekomst vrouwen tussen de 40 en 60 procent van de functies in politiek en bestuur bekleden.

Lees ook: ‘Moslimfobie, intimidatiebij politie – en de top kijkt weg’

Dat is niet meer dan logisch want we zijn met ongeveer evenveel vrouwen als mannen in de Nederlandse samenleving en dat zouden we terug moeten zien in het openbaar bestuur. Hoe meer vrouwen op dergelijke posities, hoe meer perspectief er ontstaat voor hun seksegenoten. De benoeming van Hester Bijl tot de eerste vrouwelijke rector magnificus van de Universiteit Leiden zal ongetwijfeld effect hebben op de ambities van vrouwelijke studenten en wetenschappers.

Rolmodellen

De minister zou zich echter ook moeten realiseren dat niet alleen vrouwen, maar ook mensen met een migratieachtergrond kunnen fungeren als rolmodellen. Zij bewijzen aan jonge generaties dat het voor iedereen mogelijk is minister of topambtenaar of commissaris van de koning te worden. Niet alleen de zakenwereld, maar ook de politie, de rijksoverheid, het onderwijs gaan erop vooruit als zij een afspiegeling vormen van onze kleurrijke maatschappij.

Verkondigen dat diversiteit gewenst is, is niet voldoende. En quota leiden vaak tot ongemak en verzet. Maar gelukkig weten we inmiddels dat een financiële prikkel kan helpen, bijvoorbeeld door aan besturen en directies het volgende toe te zeggen: voor elke drie vrouwen of personen met een migratieachtergrond die je vanaf nu aanstelt, krijg je geld voor één extra volledige baan.

Zulke acties zijn noodzakelijk want als je nagaat hoeveel mensen met een migratieachtergrond in het openbaar bestuur werken, zouden alle alarmbellen moeten gaan rinkelen. Dan zie je een adembenemend contrast met de maatschappelijke werkelijkheid. Opvallend is dat we bij direct door de burger gekozen politici, zoals Tweede Kamerleden en raadsleden, wél mensen aantreffen wier wortels niet in Nederland liggen (beide dertien procent).

Verkondigen dat diversiteit gewenst is, is niet voldoende

Maar daar waar de burger geen directe invloed heeft op benoemingen, zoals bij commissarissen der koning en burgemeesters, staan de percentages op nul of iets daarboven. Als etnische diversiteit en in het bijzonder vrouwen van niet-Nederlandse origine expliciet niet worden meegenomen in de pogingen van de minister, dan is dat een gemiste kans voor een breed gedragen democratie.

We weten niet welke maatschappelijke herschikking er plaats gaat vinden in de wereld ná corona en na de dood van een Afro-Amerikaan, een mens. Laten we er niet geduldig wachtend van uitgaan dat de protesten wel weer zullen overwaaien. Deze orkaan heeft veel mensen geraakt en is krachtiger dan we ooit hebben meegemaakt. Er móet nu iets gebeuren om van Nederland een thuishaven voor álle inwoners te maken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.