Opinie

Verbeelddestorm

In het Westen is het vernielen of bekladden van beelden geen vreemde traditie. We kennen onze eigen beeldenstorm en ook momenten in de recente geschiedenis waarbij we van achter onze tv aan het juichen waren toen bepaalde beelden werden neergehaald. De meest bekende uit de recente geschiedenis was wellicht het neerhalen van het standbeeld van Saddam Hoessein na de invasie van Irak. Hoewel de menigte veel kleiner was dan ons werd gepresenteerd, was de boodschap duidelijk in het Westen: een slechterik is gevallen en dat vieren we. Een soortgelijke reactie gaven we toen de Libische rebellen in 2011 het militair complex Bab al-Azizia in Tripoli binnenvielen en het standbeeld van Moammar Gaddafi onthoofdden en met het hoofd gingen voetballen. De wereld was immers nog een dictator armer en dat moest gefilmd en gevierd worden.

Hoe anders is dat als we kijken hoe we in het Westen omgaan met onze eigen standbeelden en hoe anders is dat in Rotterdam. Afgelopen weken ging het vooral over onze standbeelden en waren de kampen grofweg in drie groepen verdeeld: het ‘kom niet aan onze standbeelden en geschiedenis’- kamp, het ‘we kunnen onze geschiedenis niet ontkennen, maar laten we er beschrijvingen aan toevoegen’-kamp en het ‘weg met de beelden en onze racistische geschiedenis’-kamp. Nu is het uiteraard wat gechargeerd beschreven, want tussen de drie groepen zitten nog heel wat nuances, maar één ding is duidelijk: Rotterdam is verdeeld over wat we ermee moeten.

Ze claimen niet enkel een beeld, maar ook het beeld dat zij de dominante cultuur zijn

De groep die deze standbeelden claimt als onderdeel van onze geschiedenis, doet eigenlijk veel meer dan enkel een standbeeld claimen. Naast het claimen van een standbeeld is het geluid vanuit die hoek ook veelal dat zij ‘onze’ tradities en geschiedenis beschermen en de ander dat simpelweg zou moeten accepteren. Daarmee claimen ze niet enkel een beeld, maar ook het beeld dat zij de dominante cultuur zijn. De realiteit is echter dat de dominante cultuur in Rotterdam allang niet meer dominant is onder haar burgers. De stad is een meerderheid van minderheden, die niet wordt weerspiegeld in de gemeenteraad, in de cultuursector, in de top van diverse besturen, etc.

En de mensen die nu protesteren uiten zich daarom ook niet via die weg, omdat die instellingen geen afspiegeling zijn van de stad, haar diversiteit en haar geluid. Als dat wel zo zou zijn, dan zouden met name politici meer rekening houden met burgers die aanstoot nemen aan dergelijke beelden, straatnamen en andere vormen die hen herinneren aan een tijdperk dat voor hen geen goud tintje had. We eren immers ook geen generaal, soldaat of burger die de Nazi’s heeft geholpen in hun strijd, maar die daarnaast wellicht ook wat goede dingen zou hebben gedaan.

Het zou dus logisch moeten zijn dat we mensen die hebben bijgedragen aan het leegroven van landen en/ of hebben bijgedragen aan de slavenhandel ook niet eren door ze letterlijk op een voetstuk te plaatsen. Dus vergeet de beeldenstorm, verbeeld de storm die nu gaande is en vervang oude beelden van mensen die mensenrechten hebben geschonden met die van mensen die opkomen voor gelijkheid en gelijkwaardigheid.

Halil Karaaslan is programma- manager diversiteit en inclusie in de sociale sector. Hij schrijft de komende periode een wisselcolumn met Mirjam de Winter.