Necrologie

Vera Lynn: stem van Britse standvastigheid

Vera Lynn (1917-2020), zangeres Vera Lynn werd wereldberoemd met ‘We’ll Meet Again’, dat onlosmakelijk met de Tweede Wereldoorlog verbonden was. Ook na de oorlog bleef ze de ongekroonde koningin van de vocale vaderlandsliefde.

Dame Vera Lynn met Cliff Richard tijdens een concert in Londen in 1995, bij de 50ste viering van het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Dame Vera Lynn met Cliff Richard tijdens een concert in Londen in 1995, bij de 50ste viering van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Foto Kieran Doherty/Reuters

Nog maar 11 jaar geleden, toen ze al 92 was, kwam Vera Lynn in het nieuws met een opmerkelijk record. Haar compilatie-cd We’ll Meet Again, the very best of Vera Lynn was in één week doorgedrongen tot de eerste plaats in de Britse album-topvijftig, waarmee ze de oudste nog levende artiest werd die ooit zo hoog in de hitlijst stond. Ze vierde het succes met een glas champagne en zei dat ze haar fans innig dankbaar was – met dezelfde gratie als tijdens de vele huldigingen die haar in de voorgaande decennia al ten deel waren gevallen.

Maar zingen deed ze niet meer; haar laatste openbare optreden vond plaats in 1995, toen bij Buckingham Palace in Londen het vijftigjarig jubileum van het einde van de Tweede Wereldoorlog werd gevierd. Zij was The Forces’ Sweetheart, voor eeuwig verbonden aan de oorlog.

‘We’ll Meet Again’ was het nummer dat Vera Lynn wereldberoemd maakte. Het dateerde uit 1939 en appelleerde aan de vele Engelse soldaten, die toen huis en haard moesten verlaten om op het Europese vasteland de nazi’s te bevechten. De hele oorlog door bleef het een teken van hoop en een diepgeworteld vertrouwen in de goede afloop: „We’ll meet again, don’t know where, don’t know when, but I know we’ll meet again, some sunny day…” Het ging met geen woord over de oorlog, alleen over een afscheid dat maar tijdelijk zou zijn – waarmee het precies de gevoelens vertolkte van hen die vertrokken en van hen die achterbleven.

Vera Lynn is donderdag op 103-jarige leeftijd overleden, na een carrière die al halverwege de jaren dertig was begonnen. Als zangeres bij diverse dansorkesten, die wekelijks voor de BBC-radio optraden, zong ze, net als vele andere zangeressen, de hits van die dagen. Toen ze in 1938 met het orkest van Bert Ambrose een tournee door Nederland maakte, schreef het Nieuwsblad van het Noorden dat ze „met haar elegante witte japon de harten van allen bij haar eerste optreden reeds stal”.

Toen ze een paar jaar later ‘We’ll Meet Again’ op de plaat zette, veranderde haar stijl. Meer dan met de vlotte liefdesliedjes die destijds in de mode waren, bleek ze uit te blinken in songs met de allure van een hymne. Zoals ook The White Cliffs of Dover, dat haar tweede grote oorlogshit werd.

Zo werd ze de lieveling van de Britse troepen, met een wekelijks radioprogramma voor de soldaten (Sincerely yours) en fronttournees door Egypte, India en Birma. En na de oorlog behield ze die status, als een ongekroonde koningin van de vocale vaderlandsliefde, die ook bij verschillende Europese vorstenhuizen een graag geziene gast was – mede door haar volstrekt schandaalloze reputatie.

Ook in Nederland trad ze nadien herhaaldelijk op, vooral als ook het Nederlandse koningshuis present was. Haar grootste Nederlandse succes was ‘Land of Hope and Glory’, het tweede Engelse volkslied, bij voorkeur samen met het mannenzangkoor De Mastreechter Staar. Naast de Engelse eerbewijzen (ze was Dame Vera) werd ze hier benoemd tot commandeur in de orde van Oranje-Nassau.

In maart van dit jaar kwam Vera Lynn voor de laatste keer in het nieuws, toen de Britse koningin Elizabeth haar onderdanen moed insprak om de coronacrisis te doorstaan. Ze beëindigde die toespraak met de klassieke woorden „We’ll meet again.”
Vera Lynn zal ook na haar dood nog menigmaal te horen zijn. Zij blijft de stem die als geen ander de Britse standvastigheid vertolkte.