Recensie

Recensie Muziek

Venezolaanse belofte om in de gaten te houden

De tijd ligt ver achter ons dat countertenors klonken als mannen in te strakke onderbroeken. Hun stem werkte zich in Engeland – dankzij de Deller-broers – zo’n zeventig jaar geleden vanuit de anonimiteit van het koor op tot een nieuw ras van bewonderde solisten. Lang klonk hun hoogte geforceerd, ze persten de noten naar buiten, leek het, maar nu vloeit de muziek uit hun mond: zoals olie, zou Mozart zeggen.

Mooi voorbeeld van die ontwikkeling is de jeugdige Venezolaan Samuel Mariño (1993), wiens stembanden zelfs de sopraanhoogte beheersen. Zijn debuutalbum Care pupille bevat aria’s van Händel en Gluck, de oude meester en de dertig jaar jongere hervormer van de opera die elkaar troffen in Londen in 1746. Op het oor moeiteloos kwinkeleert Mariño zich door snelle passages, maar hij is niet enkel een virtuoos, maar weet ook reliëf en diepte te geven aan de trage klaagzangen van verlaten geliefden. Een belofte om in de gaten te houden.