Minister González Laya begin juni in het Spaanse parlement: „Gelukkig heeft Hoekstra toegegeven dat hij fout zat.”

Foto Fernando Villar/EPA

Interview

‘Solidariteit met Spanje is in jullie belang’, zegt de Spaanse minister

Arancha González Laya Pal voor de eerste EU-crisistop zegt de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken: „Als elk land zijn nationaal belang voorop stelt, verliezen we als Europa allemaal.”

‘Weet je wát de boodschap van jullie premier zou moeten zijn? Rutte zou de Nederlanders moeten uitleggen hoeveel voordeel jullie hebben van de Europese Unie. Dat elke euro die Nederland in Europa investeert, jullie twee tot drie keer zoveel oplevert als de euro van een Spanjaard.” Arancha González Laya (51), Spanjes minister van Buitenlandse Zaken, zegt het ongevraagd en fel . „En dat is echt niet omdat de Nederlanders zulke goede boekhouders zijn en de Spanjaarden geen verantwoordelijkheid nemen.”

González Laya ontvangt haar bezoek in het eeuwenoude Palacio de Santa Cruz, dat het ministerie van Buitenlandse Zaken huisvest. De sociaal-democraat is één van de belangrijkste gezichten in de linkse regering van PSOE en Podemos. González Laya presenteert zich als een uitgesproken ‘Europeaan’, die gelooft dat de 27 lidstaten aan kracht winnen als ze bij het oplossen van de coronacrisis solidair zijn. „Als elk land zijn nationaal belang voorop stelt, verliezen we als Europa allemaal.”

Pal voor de eerste Europese crisistop deze vrijdag zijn de woorden van González Laya indirect gericht aan Wopke Hoekstra. Bij het debat over de verdeling van het Europese herstelfonds staat zij recht tegenover de Nederlandse minister van Financiën. Eind maart kwam het tot een eerste botsing, toen Hoekstra zich openlijk afvroeg waarom bepaalde landen weinig „buffers” hadden aangelegd. Nu voert hij als gezicht van de ‘zuinige vier’ (Nederland, Oostenrijk, Denemarken en Zweden) strijd om ‘giften’ aan zuidelijke landen te beperken. González Laya: „Het klinkt flink om te zeggen: ‘Spanje, zoek het lekker zelf uit’. Maar als de interne markt zich niet herstelt, zal Nederland daarvan zelf de pijn voelen.”

Geen mondkapje

De Baskische gaat in gedachten naar het begin van de coronacrisis. „Ik denk dat iedereen zich heeft laten verrassen. Ik ook”, legt ze uit aan een tafel in een grote, statige kamer. Ze draagt geen mondkapje. „In mijn tijd bij de WTO en de VN heb ik ziektes als sars en ebola in China en Liberia van heel dichtbij meegemaakt. Daarbij ging het om gelimiteerde aantallen in een bepaald gebied. Ik had nooit verwacht dat Covid-19 zich zo snel en zo agressief zou verspreiden.”

González Laya verandert iets van toon als ze vertelt hoe dicht het virus bij haar persoonlijk kwam. Niet alleen raakte een aantal ministers besmet, ook zag ze „verschillende naasten” heel ziek worden. Een familielid is overleden. „Ik heb met eigen ogen gezien hoe groot het gevaar is.” Ze gaat even verzitten en zegt: „De grootste fout die we nu kunnen maken is het virus onderschatten. De crisis is pas voorbij als er een vaccin is.”

Covid-19 eiste in Spanje ruim 27.000 dodelijke slachtoffers. De lockdown behoorde er tot de strengste in Europa en legde de economie lam. Dat Spanje en Italië zo zwaar getroffen werden, is pure pech, benadrukt de minister. „Er zijn enkele aanwijsbare redenen voor de enorme uitbraak in Spanje. De toptien van landen die het meest bezocht worden, vormt ook de toptien van Covid-19. Grote steden met veel beweging als Madrid en Barcelona zijn kwetsbaar gebleken. En in landen met een oude bevolking zoals Spanje en Italië zijn meer dodelijke slachtoffers gevallen.”

Lees ook over:Chaos in Spaanse ziekenhuizen

Juist op het moment dat het aantal zieken en doden Spanje boven het hoofd steeg, zette Hoekstra vraagtekens bij het financiële beleid van de afgelopen jaren; tegen het zere been van González Laya. „Het ging me niet om zijn directe toon. Daarmee beledigt hij me niet. Wel met de inhoud van zijn boodschap. Gelukkig heeft Hoekstra toegegeven dat hij fout zat. Het is nu zaak dat we binnen Europa zo snel mogelijk consensus zoeken. Alleen dan kunnen we tegenwicht bieden aan de Verenigde Staten, Rusland en China.”

Populisme

González Laya wil op zoek naar oplossingen waarbij voor populisme geen plaats is. „We zijn in Europa al te vaak in de val van extreem rechts getrapt. Het anti-Europese discours van xenofoben en nationalisten moet je juist niet beantwoorden door zelf ook Europa in twijfel te gaan trekken. Nee, je moet wijzen op het belang van een goede samenwerking. Nederland is voor 6 procent van het bbp afhankelijk van de haven in Rotterdam. Duitsland verkoopt de helft van al zijn auto’s in Europa. Ons welzijn hangt af van het welzijn van de andere lidstaten.”

Dat de groep van vier ‘zuinige landen’ beter zicht wil hebben op de omvang van de crisis en garanties eist over de besteding van de uitgaven uit het noodfonds, is volgens González Laya geen reden om Spanje niet extra te steunen. „We kampen nog met de naweeën van de zware crisis van 2009. Spanje heeft verschillende hervormingen doorgevoerd en alles wees in de goede richting. Maar we hebben nu eenmaal niet de financiële buffers van Duitsland. Er is geld nodig om de economie in heel Europa weer op gang te krijgen. Daarnaast moeten we structurele problemen bespreken, bijvoorbeeld het belastingklimaat voor het bedrijfsleven. Dát is ook belangrijk!”

Zo deelt González Laya een niet mis te verstane sneer uit aan ‘belastingparadijs Nederland’. Zoals er de voorbije weken meer steken onder water werden uitgedeeld. Het Nederlandse weekblad Elsevier maakte een cover waarop een hard werkende noordeling boven een luierende Zuid-Europeaan werd afgebeeld. In Spaanse media werd met een verwijzing naar het euthanasie-beleid verondersteld dat Nederland zijn ouderen sneller laat sterven. En een filmpje waarop Rutte door een Nederlandse vrachtwagenchauffeur wordt aangespoord geen geld aan Italië en Spanje te schenken, haalde het Spaanse journaal.

Lachen

González Laya kan er wel om lachen. „Rutte had natuurlijk moeten zeggen: ‘Nee, man. We moeten ons geld juist delen met die landen, want daar worden wij ook beter van’.”

Ze blijft erop terugkomen: voor González Laya zijn ‘solidariteit’ en ‘samenwerking’ onontbeerlijk voor de toekomst van Europa. Ze is dan ook zeer verbolgen over een nieuw initiatief van Duitsland, Frankrijk, Italië en eerder ook Nederland om honderden miljoenen euro’s in te zetten op een vaccin dat door de universiteit van Oxford en medicijnenfabrikant AstraZeneca wordt ontwikkeld.

Zuchtend: „Dat baart me grote zorgen. Wij wisten nergens van. Wij hebben om opheldering gevraagd, maar krijgen geen antwoord. Europa moet dit probleem gezamenlijk oplossen. Het maakt niet uit wie het vaccin uitvindt. Als het maar voor iedereen beschikbaar is. Dát is de solidariteit die Europa nodig heeft.”