Opnieuw overname in mosselland

Visserij Twee grote spelers uit mosselhoofdstad Yerseke gaan fuseren. De mosselbranche staat onder druk. „Het is een competitieve markt.”

Foto iStock

Het begint voor een mosselkweker met mosselzaad: kleine mossellarfjes die door het water zweven, worden geoogst en vervolgens elders op de percelen van de kweker in de Oosterschelde of Waddenzee uitgezet. Ze hechten zich op de bodem, voeden zich met algen en groeien tot ze worden geoogst. „We bewerken onze akkers, maar de natuur moet het werk doen”, zegt commercieel directeur Werner Postma van mosselbedrijf Roem van Yerseke. „Daarom noemen wij ons de boeren van de zee.”

Twee van deze ‘boerenbedrijven’ uit mosselhoofdstad Yerseke maakten woensdag bekend te fuseren. Roem van Yerseke (omzet 45 miljoen euro in 2019) en Koninklijke Prins & Dingemanse (recente omzet onbekend) gaan samen verder onder de naam Roem van Yerseke. Dat duidt op een overname, maar Postma spreekt liever van „een samenwerking”.

Welk bedrag ermee gemoeid is, willen de bedrijven niet zeggen, maar volgens de twee ontstaat de grootste mosselkweker van Nederland: een met mosselpercelen in de Zeeuwse wateren en de Nederlandse en Duitse Waddenzee. De bedrijven kweken niet alleen, maar verwerken en verhandelen de mosselen ook en verkopen andere zeeproducten zoals oesters.

In de mosselsector is een consolidatiegolf gaande. Vorig jaar sloegen een Duitse en Zeeuwse mosselfamilie de handen ineen en vormden het bedrijf Aquamossel. Vorige maand fuseerde Aquamossel met Triton-Yerseke.

De consolidatiegolf is logisch, legt visserij-econoom Hans van Oostenbrugge van Wageningen Economic Research uit. „Het gaat de laatste jaren economisch minder in de mosselsector.” In 2016 werd de giftige stof tetrodotoxine aangetroffen in de Oosterschelde, naast de Waddenzee het belangrijkste Nederlandse kweekgebied. Verschillende zware stormen sloegen de afgelopen jaren veel mosselbanken weg en daardoor blijft de groei in de Nederlandse wateren achter terwijl de kosten zijn gestegen. „Dat heeft eraan bijgedragen dat de economische positie van veel mosselbedrijven de afgelopen vijf jaar veel slechter is geworden. En dat zie je terug. Bedrijven die het niet rond krijgen, worden overgenomen door andere die dat wel kunnen.”

Afgelopen seizoen - een mosselseizoen loopt van juli tot mei - was slecht. Terwijl in 2018/2019 nog 50 miljoen kilo mosselen in Nederlandse wateren werden geoogst, was dat vorig seizoen maar 33 miljoen kilo, blijkt uit cijfers van de Nederlandse Mosselveiling.

Duitse mossel wint van Nederlandse

Ook hebben mosselbedrijven last van buitenlandse concurrentie, zegt Van Oostenbrugge. Net als in Duitsland en Ierland groeit in Nederland de ‘blauwe’ mossel. Deze mossel is in Noord-Europa veel populairder (want dikker), dan zijn Franse en Spaanse ‘mediterrane’ neef. Maar de laatste jaren steken Duitse mosselen, de Nederlandse qua dikte naar de kroon. En daarvan ondervinden Nederlandse bedrijven, die zo’n 70 procent van hun mossels exporteren, last op hun belangrijkste afzetmarkt: België.

Postma van Roem van Yerseke spreekt van „een competitieve markt”. „Het aantal mosseleters neemt niet toe.” En dat vindt hij opmerkelijk; mensen gaan tegenwoordig bewuster met voeding om en mosselen bevatten veel voedingstoffen. „Mosselen zijn erg gezond. Wij noemen ze wel eens het nieuwe vlees.”