Brieven

Noodwet

Overmacht laat zich per definitie niet regelen

Foto David van Dam

„Nood breekt wet”, citeert Gerard Spong een bij de coronawetgeving toepasselijk gezegde (NRC, 13/6). Reeds in het Romeinse recht stond ‘overmacht’ bekend als rechtsbeginsel: „Wat onwettig is kan uit noodzaak wettig worden.” Hoe? Wanneer wel en wanneer niet? Kenmerk van overmacht is juist dat zich dat niet bij voorbaat laat vastleggen in wetsteksten.

De coronacrisis betekende een plotselinge noodzaak dwingende overheidsmaatregelen te nemen die een vergaande inbreuk op grondwettelijke vrijheden onontkoombaar maakten. Dit gebeurde zonder wettelijke basis. In tegenstelling tot advocaat Spong benadrukt staatsrechtgeleerde Voermans dat die er wel moet komen. Te volgen is ook zijn oproep van de nieuwe wet niet een met de noodverordeningen vergelijkbaar product te maken maar die in een grondwettelijk kader te plaatsen. Dat kan ook, maar overmacht laat zich per definitie niet regelen. Het zal een Noodwet moeten blijven die zich beperkt tot het scheppen van een grondwetgetrouw kader. De wet als kunstwerk met de Grondwet als basis. In dat fundament van democratie en rechtsstaat zijn niet alleen de grondrechten maar ook de zorgplichten vastgelegd die vergaande noodmaatregelen kunnen dragen.

Zo’n wet voor het bestuur in een maatschappelijke noodtoestand zal natuurlijk ook de positie van de Staten-Generaal moeten garanderen. Al met al ligt hier een lastige uitdaging. Door het karakter van een kaderwet als richtlijn te houden, kan worden voorkomen dat dit wetgevingsproces gaat verzanden in eindeloze detailkwesties.


Grondwetcampagne 2023