Recensie

Recensie Boeken

Dit boek, over een rouwende, middelmatige man, is er eentje om langzaam te lezen

Denis Johnson Zijn achteloos mooi vertelde novelle handelt over de rouw van een middelbare man uit de middenklasse in het Midwesten van Amerika. (●●●●)

Casino in Deadwood, South Dakota.
Casino in Deadwood, South Dakota. Foto Marka/Getty Images

Michael Reed, de hoofdpersoon van de mooie novelle De naam van de wereld van Denis Johnson (1949-2017), rouwt. Vier jaar voor de tijd waarin het meeste van dit boek zich afspeelt, zijn zijn vrouw en dochter bij een auto-ongeluk omgekomen en het verdriet hangt nog steeds als een hardnekkige mist boven zijn bestaan.

Veel van Denis Johnsons werk speelt zich in opwindende omgevingen af – denk: oorlog, zelfkant – daarom is het opmerkelijk dat hij van Reed een ogenschijnlijk weinig inspirerende docent heeft gemaakt aan een universiteit in het Amerikaanse Midwesten, waar hij, naar eigen zeggen, niets uitvoert. ‘Dat zou een glorieuze toekomst aldaar allerminst in de weg hebben gestaan, ware het niet dat ik me evenmin bekommerde om de andere kant van de zaak, de vergaderingen en de memo’s en dergelijke.’

Ook over zijn vroegere banen – als leraar maatschappijleer en speechschrijver van een senator uit Oklahoma – vertelt Reed alsof het werk hem hoofdzakelijk onverschillig heeft gelaten, zelfs het feit dat de senator om redenen van ethiek onder vuur is komen te liggen. Reed zwemt in deze periode van uitgestelde rouw zo’n beetje door het leven heen en zelfs als zijn vaste aanstelling beëindigd zal worden, lijkt hem dat nauwelijks te deren. Als hij benaderd wordt voor een andere, schimmige universitaire functie, zegt hij resoluut nee. En toch beschouwt hij de beschreven periode niet alleen als de saaiste, maar ook als ‘de meest vastomlijnde’ van zijn leven.

Roodharige celliste

Dat heeft veel te maken met het meest opvallende personage dat zijn pad kruist, de mooie roodharige celliste Flower Cannon, nog niet half Reeds leeftijd, die zijn aandacht trekt wanneer zij in het kader van een ‘Cannon Performance’, voor een aandachtig publiek haar vagina zit te scheren. Ze is het boeiendste personage in dit boek; behalve performance artist en celliste is ze ook beeldend kunstenaar, en wanneer Reed haar op een dag in een impuls achtervolgt raakt hij verzeild in een bijeenkomst van een sektarische beweging van Friese herkomst. Hun dialogen zijn grillig op een soms fascinerende manier. Reed geeft toe dat hij een ‘lichte maar onmogelijke liefde’ voor haar ontwikkelt, en even lijkt het tot een romance te komen. Maar bijna niets in deze vertelling loopt zoals de lezer zou verwachten, en ook hier wint Reeds neiging tot afstand houden en impulsbeslissingen het van een neiging tot overgave.

Johnsons manier van vertellen is van een bijna achteloze schoonheid. Er zijn geen climaxen, er is geen tergend geklaag, de stijl onderstreept de gelijkmatigheid waarmee Reed zich door de dagelijkse gebeurtenissen beweegt. Hoe toevallig ook de meeste ontmoetingen hier tot stand komen, Johnson verrast telkens weer in het typeren van passanten; de dialoog tussen de man door wie Reed zijn schoenen laat poetsen en diens hulpje is daar een mooi voorbeeld van, van een Pinteriaanse allure.

Maar er zit ook een behoorlijk sarcastische kant aan Reeds wereldbeeld, getuige bijvoorbeeld zijn beschrijving van de mensen om hem heen wanneer hij, ook weer als bij toeval, in een casino verzeild is geraakt: ‘Allemaal mannen. Middelbare leeftijd, middeninkomen, uit het Midwesten. Golfers. In dit schemerlicht bestonden ze meer in de verbeelding dan dat je hen zag, maar ik voelde me omringd door beoefenaars van een heilig soort middelmatigheid, een elegant soort middelmatigheid dat onbereikbare kwellingen omsloot […] Mensen, mannen, trots op hun clichés maar vol hulpeloze poëzie.’

Langzaam lezen

Denis Johnson maakte vooral naam met zijn Vietnam-roman Een zuil van rook, waarvoor hij de National Book Award kreeg. En met Treindromen (totaal thematisch verschillend van het onderhavige boek maar opvallend genoeg ook in het teken van het verlies van vrouw en dochtertje) haalde hij de shortlist van de Pulitzer Prize. De naam van de wereld dateert van twintig jaar geleden en is nu voor het eerst vertaald.

Mijn enige bezwaar is het slot, wanneer Reed, na een catharsisachtige confrontatie met een aantal jongens (hij was ‘bijna bewust op zoek naar rottigheid’), zich opeens in een ander werelddeel blijkt te bevinden. Die cesuur doet iets te willekeurig aan, maar ook dat valt wel te rechtvaardigen als zijnde in lijn met de (soms) schijnbare willekeur die zijn leven ervoor kenmerkte.

Langzaam lezen, dit boekje. En daarna herlezen om te savoureren wat je in eerste instantie wellicht ontgaan is.