Kaviaar was vroeger heel gewoon in de trein

Treinen Ruim een eeuw geleden hadden treinen luxe eetzalen aan boord. Een nieuwe tentoonstelling in het Spoorwegmuseum in Utrecht toont hoe dat teruggebracht werd tot een railcateraar met een rugzak.

Het pronkstuk van NS in de jaren 50: restauratie- en bagagerijtuig Plan D, gebouwd in 1951.
Het pronkstuk van NS in de jaren 50: restauratie- en bagagerijtuig Plan D, gebouwd in 1951. Foto Spoorwegmuseum

Een voorverpakt broodje ei, een stroopwafel of een papieren beker matige koffie. Dat is wat NS in de trein nog aan eten en drinken aanbiedt, en dat alleen op de acht intercitytrajecten waar stewards vanuit hun rugzak en buikbak ‘railcatering’ verzorgen. Daarmee is NS bijna weer terug bij de begindagen van de spoorwegen, toen het station de enige plek was waar je onderweg een versnapering kon kopen.

De tentoonstelling Tosti’s truffels treinen, Eten en drinken op het spoor, die deze zaterdag opent in het Spoorwegmuseum in Utrecht, maakt duidelijk hoe anders de voorzieningen ooit waren. Vanaf eind negentiende eeuw konden welgestelde reizigers hun honger en dorst stillen in restauratierijtuigen. Dat waren sfeervolle eetzalen op wielen, met serviezen en echt bestek, waar kelners in witte uniformen de copieuze maaltijden uitserveerden die een kok op een kolenfornuis had bereid. Het kon destijds niet op: op het menu stonden delicatessen als kreeft en met kaviaar en truffel bereide gerechten.

De democratisering van het reizen en de daarmee gepaard gaande efficiencyoperaties hebben in de trein langzaam maar zeker tot kaalslag op culinair gebied geleid, zegt conservator Tuur Verdonck, samensteller van de expositie. Hij wijst op het houten, in 1911 gebouwde restauratierijtuig voor de Oriënt-Express (Parijs-Istanbul), de oudste en meest chique van de negen rijdende cateringwagons in de tentoonstelling. „Om welgestelden te verleiden de trein te nemen, boden spoorwegmaatschappijen die kostbare luxe. Zulke superrijken reizen nu met een privéjet.”

Mintgroene bekleding

Restauratierijtuigen kwamen in de eerste helft van de twintigste eeuw ook binnen het bereik van de middenklasse. Neem Plan D, het gecombineerde restauratie- en bagagerijtuig dat NS in 1951 liet bouwen en dat speciaal voor de expositie is opgeknapt. Het heeft een opnieuw hip ogend interieur met een gedecoreerde mahoniehouten lambrisering en zitjes met mintgroene leren bekleding. Staande aan de bar kon de reiziger een borrel bestellen. Om te onderstrepen hoe optimistisch modern dit naoorlogse rijtuig wilde zijn: achter de bar is een cel voor de draadloze treintelefoon (die er overigens nooit is gekomen).

De Vlaamse schilder Constant Cap schilderde in 1885 een stel op huwelijksreis. Foto Spoorwegmuseum

Zwart-witfoto’s laten zien dat tot en met de jaren zestig in Nederlandse sneltreinen goed kon worden gegeten. Maar deze dienstverlening kostte NS geld, zegt Verdonck. De consequentie: de treinkelner met zijn dienblad vol drankjes maakte in de jaren zeventig plaats voor een cateringmedewerker die met een trolley met dranken en snacks door het gangpad rammelde.

Grappig is de voorloper van deze minibar, een provisorische vinding van twee kelners waarvan een replica in de tentoonstelling is opgenomen. Om zoveel mogelijk klanten te kunnen bedienen, hadden de kelners op het onderstel van een oude kinderwagen houten kratjes met daarbovenop hun koffieketel gemonteerd. Die kar trokken ze met touw achter zich aan door de trein. De vinding was zo’n commercieel succes, dat er al snel officiële koffiekarretjes kwamen. Toen het drukker en drukker werd in de trein, verdwenen de minibars in 2004.

Op Amsterdam Centraal wordt in 1952 een trein bevoorraad met bier en fris. Foto Spoorwegmuseum

Als kelner, kok of koffieverkoper opereren, het lijkt misschien weinig aantrekkelijk: lange dagen en werken in een kleine, bewegende en soms bloedhete ruimte. Maar de drie oud-medewerkers in door RTV Utrecht opgenomen gesprekken kijken in de tentoonstelling vol weemoed en trots terug. Als je van reizen houdt en avontuurlijk bent ingesteld, is het een prachtbaan, zegt een oud-treinkelner. „Geen dag was hetzelfde, het was de mooiste tijd van mijn leven.”

Schnitzels

Aandacht is er ook voor het eten en drinken op het station. In de trein mag de dienstverlening bijna zijn verdwenen, naast de rails is die enorm uitgebreid. De perronkelners die langs de trein liepen met hapjes en dranken uit hun houten karren hebben plaatsgemaakt voor koffietentjes waar snel een espresso, americano of latte macchiato to go kan worden besteld. En was de hongerige reiziger nog niet zo lang geleden aangewezen op een broodje ham of kaas van een stationsbuffet, dan wel een uitsmijter of schnitzel in de stationsrestauratie, nu is de keuze oneindig veel groter.

Tot in de jaren 60 had je treinkelners. Deze foto stamt uit 1956. Foto Spoorwegmuseum

Op het station, zegt Verdonck, heeft zich het afgelopen decennium een culinaire revolutie voltrokken. „Een patatje joppiesaus, een Aziatisch wokgerecht, iets Mexicaans, of gewoon een appel of banaan, het aanbod is overweldigend.”

Vrolijkmakend is een bruikleen van de Belgische spoorwegen: een grijsgeschilderde bar-discowagon. Al sinds de jaren zeventig hebben de Belgen barrijtuigen waarin gedanst kan worden. De bar-disco in de expositie is van later datum; een omgebouwd intercityrijtuig dat nu vooral wordt ingezet in treinen voor bezoekers aan popfestivals.

In Nederland hadden we vroeger de Zonexpress, voegt Verdonck daaraan toe. Die trein reed vanaf 1953 van Amsterdam naar Zuid-Frankrijk, ook met een barrijtuig met dansvloer. Verdonck: „Aan boord was het altijd feest, in de trein begon de vakantie al.”

Tosti’s truffels treinen, Eten en drinken op het spoor. T/m 15 nov. in het Spoorwegmuseum in Utrecht. Zie : spoorwegmuseum.nl