Kabinet wil IS-vrouw toch in Nederland berechten

Syriëganger Voor Ilhan B. staat sinds 2016 een repatriëringsverzoek uit. Het kabinet krijgt nu nog zes maanden de tijd haar op te halen.
Het kamp Ain-Issa in Noordoost-Syrië, waar Ilham B. momenteel verblijft.
Het kamp Ain-Issa in Noordoost-Syrië, waar Ilham B. momenteel verblijft. Foto EPA

Het kabinet wil een IS-vrouw die nu in Noordoost-Syrië verblijft toch in Nederland berechten. De rechtbank heeft daarvoor zes maanden extra de tijd gegeven, meldt de rechtbank in Rotterdam donderdag. Het kabinet zegt al actie te hebben ondernomen om de vrouw in Nederland te berechten, maar te maken te hebben met moeilijke omstandigheden.

Lees ook wat NRC eerder over de zaak Ilham B. schreef: Ilham B. en andere IS’ers dreigen straf te ontlopen

Voor Ilham B. uit Gouda, die momenteel in het kamp Ain-Issa verblijft, geldt sinds maart 2016 een internationaal aanhoudingsbevel omdat ze naar gebied in handen van Islamitische Staat reisde en zich aansloot bij de terreurorganisatie. Volgens het kabinet is het te gevaarlijk B. op te halen. Eerder had de rechter gedreigd de strafzaak stop te zetten omdat het kabinet geen concrete stappen nam. Als de zaak wordt geseponeerd, kan dit gevolgen hebben voor zeker 29 andere jihadisten voor wie een repatriëringsverzoek uitstaat.

‘Nieuw standpunt’

De rechtbank komt nu tot haar oordeel vanwege een brief die minister Ferd Grapperhaus (Veiligheid en Justitie, CDA) vorige maand aan het OM stuurde. Grapperhaus schrijft B. in Nederland te willen vervolgen. „Dit is een nieuw standpunt, dat betekenis kan hebben voor het daadwerkelijk doorgang vinden van de strafrechtelijke vervolging in Nederland en door de rechtbank niet licht ter zijde kan worden geschoven”, aldus de rechter.

Bovendien zegt Grapperhaus contact te hebben met onder meer hulporganisaties, de Iraakse autoriteiten, de Verenigde Staten en meerdere Europese landen over het terughalen van Syriëgangers. Volgens de rechtbank schrijft de minister dat er sprake is van „tijdelijke onmogelijkheid” en niet van „onwil”.