Opinie

Ironie

Dagboek Coronavirus

Mijn zusje in Nederland zei mij over de telefoon dat ze de ironie miste in mijn stukjes. Ze had gelijk. Paulien Loerts, de directrice van het uitgeefconcern, had mij maanden geleden hetzelfde gezegd. Omdat zij begin maart voor het eerst iets van mij las wat niet ironisch was, heeft zij de ernst ingezien en haar concern gewapend tegen de crisis.

Maar ik wil mijn zusje niet teleurstellen en ik zou graag luchtig kunnen doen over een opgeklopte hype. Maar het probleem hierbij is, zoals bij zoveel dingen, de werkelijkheid. Als ik eerlijk ben, kan ik niet ironisch zijn.

Een ander probleem met de werkelijkheid is dat zij in compositorisch opzicht tekortschiet. De structuur van dit verslag zou vereisen dat alle ellende geconcentreerd was in de vorige fase en dat ik nu met de komst van de langverwachte zomer in Italië vanaf een heropend en als vanouds zoemend terras langzaam naar een happy end toe werk.

Valentina belde. Zij is een vriendin en oud-studiegenote van Stella, die nu als restauratrice werkt bij de Monumentenzorg op Via Balbi. Een paar maanden geleden, vlak voor de epidemie, had zij eindelijk een plek in een verzorgingstehuis gevonden voor haar opa en oma. Zij heeft hen nooit kunnen opzoeken, want het virus kwam, er werd een besmetting geconstateerd in het tehuis en bezoek werd geweerd. Haar opa werd begin mei ziek en stierf twee weken later. Ook haar oma raakte besmet. Zij is gisteren overleden, precies een maand na haar echtgenoot.

Stella vertelde dit verhaal aan Massimo. Hij knikte. „Een vriend van mij”, zei hij, „heeft vorige week binnen drie dagen zijn beide ouders verloren”.

Iedereen in deze stad heeft doden te betreuren. Als men werkelijk aandringt, kan ik dit ook ironisch verwoorden, natuurlijk kan ik dat, maar spontaan komt het niet.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.