Investeerders gespitst op crisis

Opkopen Private-equitybedrijven hebben nog veel geld liggen. Ze kopen daarom juist nu bedrijven op, en soms tegen een voordelige prijs.

Vakantiegangers op het park Cochem van Roompot. Vorig jaar zou de vraagprijs van Roompot 1 miljard euro zijn geweest. KKR heeft nu vermoedelijk minder betaald.
Vakantiegangers op het park Cochem van Roompot. Vorig jaar zou de vraagprijs van Roompot 1 miljard euro zijn geweest. KKR heeft nu vermoedelijk minder betaald. Foto Herbert Wiggerman / ANP

Terwijl het coronavirus eind februari in Europa al flink aan de poort rammelde, verkocht de Duitse industriegigant ThyssenKrupp haar liftdivisie. Ruim 17 miljard euro telden investeerders Advent en Cinven ervoor neer. De overname was de grootste in Europa in tien jaar tijd en werd beschouwd als misschien wel de laatste megadeal voor de toen opdoemende recessie.

Maar niets bleek minder waar. Hoewel Cinven onlangs moest toegeven zich te hebben verslikt in de aankoop, bleven met name Amerikaanse durfkapitalisten gewoon bedrijven opkopen.

Zo bleek donderdag dat de investeerders van het Amerikaanse KKR de Nederlandse uitbater van vakantieparken Roompot overnemen van het Franse PAI. Een aankoopprijs werd niet bekend gemaakt. KKR kocht afgelopen jaren ook de margarinedivisie van Unilever, softwarebedrijf Exact en uitbater van parkeergarages Q-Park.

Voor KKR is het niet de eerste deal die het de laatste maanden sluit. De private- equitypartij die voor 207 miljard dollar (184 miljard euro) aan investeringen heeft uitstaan, nam half mei al een meerderheidsaandeel in cosmeticabedrijf Coty, bekend van onder meer de Wella-producten. Deze week volgde een grote investering in een Vietnamees vastgoedconglomeraat.

De overnamezucht van KKR staat niet op zichzelf. Waar veel bedrijven door de coronacrisis vooral de bestaande inkomsten proberen veilig te stellen, vormt de coronacrisis voor private-equitypartijen juist een mogelijkheid om te groeien. Dat zijn investeringsfondsen die geld van institutionele beleggers gebruiken om bedrijven te kopen en daarna binnen enkele jaren met winst weer van de hand te doen.

De Financial Times berekende deze week dat sinds begin maart de tien meest actieve private-equitypartijen alleen al voor 40 miljard dollar aan investeringen hebben gedaan. KKR is koploper in dat lijstje met 26 investeringen - de overname van Roompot was toen nog niet bekend. Nummers twee en drie zijn Bain en Warburg Pincus, met allebei zeventien investeringen.

Dat deze partijen juist nu de markt opgaan, is niet gek. De coronacrisis heeft een deel van de bedrijven hard geraakt. Ze schreeuwen om investeringen en nieuw kapitaal. En juist bij de durfinvesteerders ligt momenteel geld. „Veel private equitypartijen hebben nog geld op de plank dat klaar staat om geïnvesteerd te worden”, zegt Peter Roosenboom, hoogleraar private equity van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Lees ook: Koos Konijn van Roompot slaat onder KKR nieuwe wegen in

Dataleverancier Preqin berekende dat er net voor de coronacrisis voor ruim 750 miljard dollar beschikbaar was voor overnames, een record. Dat geld komt onder meer van vermogensbeheerders en institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars. Door de langdurig lage rente moeten zij alternatieven vinden voor obligaties die niet meer het benodigde rendement bieden.

Overnameprooi

Bedrijven worden bovendien door de crisis eerder een gemakkelijke overnameprooi. De negatieve economische vooruitzichten zie je vervolgens vaak terug in de overnameprijs. Roosenboom: „Ze verkeren in onzekere tijden, hebben wat minder slagkracht en dat betekent dat verkoopprijzen ook wat lager kunnen uitvallen. En misschien heeft zo'n investeerder een bedrijf al even op het oog, maar het is nu gewoon te koop voor minder geld dan voorheen.”

Zo stond Roompot vorig jaar, volgens Het Financieele Dagblad, voor 1 miljard euro in de etalage. De vraag is echter of KKR ook een prijs rond die koers betaald heeft. Dat was in een tijd dat er overnamesommen hoger lagen waren dan ooit, zo bleek uit jaarlijks onderzoek van adviesbureau Bain & Company. Juist op die hoge prijsniveaus is het volgens Roosenboom lastiger een goed rendement te behalen, gezien de hoge aankoopprijs.

Kort voor de coronacrisis was er 750 miljard dollar beschikbaar bij durf- investeerders: een record

Bain berekende dat private-equitypartijen in 2019 gemiddeld 11,5 keer de brutowinst (ebitda) betaalden voor overnames van Amerikaanse bedrijven. In Europa was dat gemiddeld 10,9 keer. Een belangrijk deel van die koopsommen wordt betaald met geleend geld. Die schuld wordt op de balans gezet van het overgenomen bedrijf.

Lees ook: HEMA in handen van schuldeisers, schuld omlaag

Dat dit een probleem kan zijn, bewees HEMA recent nog. Dat dreigde ten onder te gaan aan een enorme schuldenlast uit de tijd dat de Britse private-equityfirma Lion Capital eigenaar was. De winkelketen werd begin deze week gered doordat de schuldeisers een fors deel van hun schuld wegstreepten.

Kenners wijzen erop dat dit soort overnames, waarbij met veel geleend geld wordt gekocht en een bedrijf binnen vijf jaar van de hand worden gedaan, momenteel juist weinig voorkomen. „Een koper zegt dan: we zien de komende drie jaar te weinig groei, terwijl een verkoper zegt: ja maar over een maand gaat het echt beter. Op dat gebied zie ik wel een mismatch”, zegt een private equity-adviseur die liever niet met naam genoemd wordt.

Volgens hoogleraar Roosenboom kijken durfinvesteerders vooral naar bedrijven waar ze „brood in zien en voldoende waarde kunnen toevoegen". „Ze hebben hun huiswerk gedaan en hebben vaak al een plan over wat ze na overname willen doen. KKR stapt niet in Roompot als ze geen kansen zien om wat toe te voegen op lange termijn en uiteindelijk met goed rendement te verkopen.”