Interview

President Internationaal Strafhof over sancties VS: 'Dit is een aanval op slachtoffers'

Sancties VS De lidstaten moeten tegengas bieden aan Amerikaanse ondermijning van hof, vindt de president. „Dit is aanval op slachtoffers.”

Na jaren van verbale aanvallen en dreigementen voegde de regering-Trump vorige week de daad bij het woord. Per executive order vaardigde de Amerikaanse president sancties uit tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Aanleiding is het besluit van de rechtbank, in maart dit jaar, om een strafrechtelijk onderzoek te beginnen naar oorlogsmisdaden in Afghanistan.

Voor het eerst komen er hierdoor Amerikanen in het vizier van de Strafhofaanklager. Zij vermoedt dat Amerikaanse militairen en CIA-agenten zich in 2003 en 2004 schuldig hebben gemaakt aan marteling, mishandeling en verkrachting van gedetineerden in geheime gevangenissen.

Voor Trump is het ondenkbaar dat Amerikanen in de Haagse beklaagdenbank terechtkomen. Daarom besloot hij dat Strafhofmedewerkers die aan het onderzoek werken geen toegang meer krijgen tot de VS en dat hun bezittingen daar worden bevroren. Ook burgers, organisaties en bedrijven die het onderzoek faciliteren kunnen in de problemen komen.

Volgens de president van het Strafhof, de 57-jarige Nigeriaan Chile Eboe-Osuji, is alleen al het gebruik van het woord ‘sancties’ volstrekt buiten de orde. „We mogen niet normaliseren wat hier gebeurd is”, zegt hij op strijdlustige toon in een gesprek per videoverbinding.

Hoe treffen de sancties het Afghanistan-onderzoek?

„Wij gebruiken het woord sancties niet voor dit besluit. Sancties zijn er om af te dwingen dat iemand zich aan het internationaal recht houdt. Daarom hebben de Verenigde Naties destijds sancties opgelegd aan het Apartheidsregime van Zuid-Afrika, of het regime van Gaddafi, dat betrokken was bij de Lockerbie-aanslag. Wat de Amerikaanse regering nu doet is dwang. Als je een dwangmaatregel oplegt aan een rechtbank hinder je de rechtspraak. Dat is in alle landen strafbaar.

„Het woord sancties is een belediging en bedoeld om dit gedrag te rechtvaardigen. Aan onze vastberadenheid verandert het niets. Het hof zal doorgaan met het streven naar gerechtigheid voor slachtoffers van de grootste gruweldaden. Onze zorg is dat externe partijen van wie wij afhankelijk zijn bang worden en besluiten niet met het hof samen te werken.”

Hoe verschilt de Amerikaanse maatregel van bijvoorbeeld Soedan en Kenia? Ook die overheden weigerden medewerking aan onderzoeken in hun land.

„Het is precies hetzelfde principe. Het verschil zit hem in de macht die landen hebben om hun dwangmaatregelen daadwerkelijk uit te voeren. Het is dan ook bijzonder teleurstellend dat juist een land dat bekendstaat als bastion van onafhankelijke rechtspraak dit doet. Juist de Amerikanen hebben na de Tweede Wereldoorlog de basis gelegd voor het systeem van internationaal strafrecht zoals we het nu kennen.”

„Als partijen van buiten het hof te bang worden om ons te helpen hebben we een probleem, vergis je niet. Het zou goed zijn als overheden, burgers en bedrijven zich nu realiseren dat dit hof is opgericht om de wereld veiliger te maken.

Onze zorg is dat externe partijen bang worden en besluiten om niet met ons samen te werken

„Bedrijven worden zich er steeds meer van bewust dat ze mensenrechten beter moeten beschermen, dat ze beter zaken kunnen doen als er geen oorlog is. Als zij de waarde van ons werk inzien, is het aan hen om te besluiten niet bang te zijn en ons wél te helpen.

„De Nederlandse regering heeft stevig stelling genomen en ook de Europese Unie geeft ons veel steun. Maar na de veroordelingen die zij hebben uitgesproken moet er actie komen om aan iedereen duidelijk te maken dat dit onacceptabel is. Het is een aanval op de belangen van slachtoffers van de ergste misdrijven en verraad aan de slachtoffers van toekomstige misdrijven.”

Wat kunnen staten doen?

„Ze kunnen bijvoorbeeld tegen bedrijven die aan de Amerikaanse dwangmaatregel willen meewerken zeggen: als je bereid bent om het werk van het hof te frustreren omdat je zaken wilt blijven doen in de VS, mag je geen zaken meer doen in ons land, of in onze regio. Voor de EU kan het moeilijk zijn om hierover consensus te bereiken onder alle lidstaten, maar individuele lidstaten kunnen beginnen met dit voor zichzelf te besluiten. Dat zal het makkelijker maken voor anderen om niet op hun rug te gaan liggen en te zeggen: ‘sorry, dit is een machtig land, we kunnen er niets aan doen’.”

Hoe reageren staten op dit verzoek?

„We zijn met ze in gesprek. Het is inspirerend om te zien wat een stortvloed van steunbetuigingen we de afgelopen dagen hebben gekregen. Die steun kwam niet alleen van staten, maar ook van ngo’s, religieuze organisaties en ordes van advocaten. Ze hebben zich op luide toon uitgesproken. Wat we nu nodig hebben is dat ook anderen dit doen, onder wie de commentatoren van uw krant.

„Mensen zien dit als een strijd tussen het Strafhof en de VS. Maar het Strafhof vertegenwoordigt de wereldgemeenschap. Dit is niet de strijd van het Strafhof, wij voeren alleen de taak uit die mensen ons hebben gegeven.”

Lees ook: Het Strafhof, echt niet de schrik van despoten

Het Strafhof kan ook wel wat nieuw momentum gebruiken, er is veel kritiek op de effectiviteit. Verwacht u dat de voor dit jaar geplande externe evaluatie dat gaan brengen?

„Vanaf de oprichting in 1998 is er gemopperd dat het beter kan en dat gemopper heeft in de loop van de tijd een sneeuwbaleffect gehad. Toen ik [in 2018] president werd lag al die kritiek er nog, en er kwam nieuwe bij. Ik steun een externe evaluatie volledig, omdat we dit niet zo kunnen laten voortbestaan. Recentelijk hebben de rechters bijvoorbeeld besloten dat ze binnen een maximumtermijn tot een uitspraak moeten komen. En we kijken verder.”

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Blok was in december fel toen hij in een opinieartikel schreeft dat het hof „het beter moet doen”. Had hij gelijk?

„Minister Blok en ik delen de eigenschap dat we de dingen zeggen zoals we ze zien. We zijn het verplicht om te bekijken hoe we ons kunnen verbeteren. Op zijn belangrijkste punt, dat er te weinig significante veroordelingen zijn geweest, had Blok gelijk. Maar we hebben inmiddels een lange lijst van arrestatiebevelen uitgevaardigd. Alleen de staten kunnen die uitvoeren en de verdachten hierheen brengen zodat wij processen kunnen voeren. Wij hebben onze tekortkomingen en de staten de hunne. Nu is er een nieuwe taak voor hen bijgekomen: de regelrechte aanval afwenden die wordt uitgevoerd op het instituut dat zij hebben opgericht.”