Het enige contact met de buitenwereld bestond uit twee telefoontjes per dag

Over sterfte Wie zijn de mensen die overleden aan het coronavirus? In deze aflevering: Betsie Schoonderbeek (93).

Betsie en Edo afgelopen januari. Vlak voor de coronacrisis overleed Betsie Schoonderbeek’s man, Edo. Daarna volgden 11 weken eenzaamheid, waaraan ze volgens haar nabestaanden overleed.
Betsie en Edo afgelopen januari. Vlak voor de coronacrisis overleed Betsie Schoonderbeek’s man, Edo. Daarna volgden 11 weken eenzaamheid, waaraan ze volgens haar nabestaanden overleed. Foto privé-collectie

‘Alle coronaperikelen overleefd, maar het opgesloten zijn en de eenzaamheid niet.” Dat staat boven de rouwadvertentie die Hans en Jolanda de Boer in dagblad Tubantia plaatsten na het overlijden van hun moeder Betsie. De kennisgeving leverde meer dan duizend steunbetuigingen op, voornamelijk van onbekenden. „En die kwamen allemaal op hetzelfde neer”, vertelt schoonzoon Hans de Boer (71) een week later: „Zoals het nú ging in de verpleeghuizen mag het niet nog eens gaan.”

Het geruisloos verlopen, overwegend gelukkige, leven van Betsie Schoonderbeek uit Oldenzaal eindigde zodoende met een luide aanklacht van haar nabestaanden. „Niet per se richting de mensen van het verpleeghuis, maar richting degenen in Den Haag die de regels maken”, benadrukt De Boer. „Díe moeten van haar verhaal leren.”

Betsie overleed op 6 juni 2020 op 93-jarige leeftijd in het verpleeghuis waar ze negen jaar eerder naartoe verhuisde. Wie was zij?

Terwijl ze zoekt naar foto’s voor bij dit artikel, valt het Hans’ vrouw Jolanda, Schoonderbeeks enige dochter, ineens op: er zijn haast geen foto’s waar ze alleen op staat. Dat gegeven typeert haar, vertelt Hans over de telefoon: „Zorgzaamheid. Altijd met anderen bezig zijn. En daar nooit over klagen. Zo was ze.” Tijdens hun werkende leven betekende die zorgzaamheid dat Betsie thuisbleef als huisvrouw, terwijl haar man Edo aan het werk was bij de marechaussee. „En dat bleef zo tot het einde, al gingen ze na zijn pensioen wel steeds vaker op vakantie naar Spanje en Portugal.”

Een mooie liefdesgeschiedenis

Toen haar man in november vorig jaar vanuit het verpleeghuis naar het hospice ging voor zijn laatste levensfase, wilde Betsie hem achterna. De Boer: „Ze zouden samen stoppen met eten en drinken. Maar ze kón het gewoon niet. Ze móest wel sterk blijven om voor hem te zorgen, zoals ze al die jaren gedaan had.”

In een artikel in Tubantia werd vorige week de ‘mooie liefdesgeschiedenis’ van Edo en Betsie uit de doeken gedaan. Want toen de twee elkaar in de jaren na de bevrijding tegen het lijf liepen tijdens het eeuwfeest van Oldenzaal leek hun liefde te worden verboden. Hans: „Betsie is van katholieke huize, Edo komt uit een protestants nest. De pastoor en de dominee doen er veel aan om de liefde te smoren. Maar Betsie en Edo laten zich niet de wet voorschrijven en krijgen gelukkig ook de zegen mee van hun ouders.”

Zo mooi en onwaarschijnlijk als de liefdesgeschiedenis begon, zo droevig is die geëindigd. Want toen het coronavirus toesloeg moest Betsie de dood van haar man alleen verwerken. Een leven lang samen eindigde in ‘een poel van eenzaamheid, moedeloosheid en depressie’, waarin zij volgens haar nabestaanden verdronk.

Slechthorend en bijna blind als ze was, was videobellen voor Betsie geen optie. Haar enige contact met de buitenwereld bestond al die weken uit twee telefoontjes per dag met haar dochter. „En één bezoek, waarbij we via de intercom met haar moesten praten”, vertelt Hans. „Dat was ook niks.”

Pas op de dag voor haar moeder overleed, wist Jolanda tot de kamer van haar moeder door te dringen. „Eén uurtje mocht ze langskomen”, vertelt Hans, „nadat ze hun strak had toegesproken dat ze erop stond. Maar aan dat uurtje heeft ze zich niet gehouden. Ze is gewoon gebleven zolang ze wilde.”

De menselijke maat

Wat het stel het méést heeft gemist de afgelopen maanden is de menselijke maat. „Het is vreemd”, zegt Hans de Boer, „bij het opvolgen van de coronaregels zijn wij Nederlanders veel minder gedisciplineerd als de Duitsers, hier net over de grens. Maar precies op de plek waar je wél enige buigzaamheid verwacht, in het verpleeghuis bij een rouwende vrouw, was er ineens niets mogelijk. We hebben gesmeekt en gedreigd, maar het mocht allemaal niet baten.” In het laatste gesprek dat hij met zijn schoonmoeder voerde, zei ze tegen hem: „Als het zo moet, dan loop ik maar de vijver in.”

Als ze minister De Jonge (Volksgezondheid, CDA) mogen adviseren, zou hun pleidooi dan ook zijn dat het personeel in verpleeghuizen betere bescherming krijgt én grotere vrijheden om van geval tot geval te bekijken wat juist is. „Die kille, rationele benadering, daar gaan mensen aan kapot. Toen onze moeder was weggebracht moesten we het huis wél in zeven dagen leeg hebben. Alles moest zoals altijd.”

Naar de precieze doodsoorzaak is het ook voor de familie nog gissen. ‘Als je geestelijk niet meer wil, dan kan je lichaam dat overnemen’, vertelden dokters daar over. „Onze moeder is niet aan corona zélf overleden. Maar we weten zéker dat ze nog geleefd had als we samen om het verlies van haar man hadden kunnen rouwen. Er hadden kunnen zijn.”