Geluk

is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 40: Een gevonden hengel
Dagboek van een visser

Aan alles komt een begin: bij mij was het een glimp in m’n ooghoek. Voor een schrijfretraite logeerde ik jaren geleden in een prachtig huis van een vriendin in de bossen van Zweden. Op een vroege ochtend maakten we een lange fietstocht. Eindeloze, met eeuwige zonneschijn gemengde wouden vol dennen en sparren, dartele vlindertjes en libellen boven het klare water, uit sterren spruitende bosbessen en wilde aardbeien; je hoeft geen Humboldt of Lovelock te zijn om het volmaakt serene evenwicht tot diep in je poriën te voelen. We fietsten en fietsten, geen sterveling ontmoet, de dauwgroene geuren golfden traag door m’n hoofd, ik raakte al licht in trance toen plotseling iets geks m’n blik verstoorde. Wat was dat? Ik remde en liep terug. Een lange tak met lijn, dobber en haak stond tegen een berk aangeleund. Ach! Tien/elf moest ik zijn geweest, dat slootje uit mijn jeugd naast het kerkhof, die visjes, daarna nóóit meer een hengel aangeraakt.

Iemand had deze hengeltak hier achtergelaten voor de eerlijke vinder. Een verrukkelijk Zweeds principe: Allemmansrätten. De natuur is van iedereen. Alle vruchten, noten, bessen mag je plukken, overal mag je wandelen, kamperen, barbecuen, zwemmen nergens verbodsbordjes, nergens beknotting. Pure vrijheid. Één voorwaarde: alles netjes achterlaten.

Ik nam de hengeltak mee en even later zat ik tussen het hoge gras aan de waterkant deegbolletjes te draaien. Het ene ruisvoorntje na ’t andere, wat een pracht, wat een lol! Het tienjarige kind ontwaakte, voelde zich herboren, ik wist van geen ophouden, tot de avond viel en ik geen moer meer zag. Bij het eerste ochtendlicht zat ik er weer met m’n witbrood, de dag erop opnieuw, zo heb ik bijna mijn hele schrijfvakantie achter visjes aan gezeten.

Terug in Nederland ging het snel, van kwaad tot erger. M’n hengeltuig werd zwaarder, duurder, machtiger, m’n geest almaar gestoorder, m’n reizen megalomaner. Ik ben op onstuimige zeeën geweest, van rotspartijen weggespoeld door metershoge golven, hondszeeziek blauw geworden op de Indische Oceaan, in ’t water getrokken toen ik een helse vlinderrog omhoog takelde, beduveld door onverschrokken Pietermannen, vanaf pieren en woeste brandingen heb ik lijnen uitgeworpen, tegen mahi-mahi’s gestreden, met een opblaaskajak de Atlantische baren getemd … en het einde is nog lang niet in zicht.

Maar het begon allemaal aan dat vredige, Zweedse slootje vol snoezige voorntjes, daar werd de kiem gelegd, kort na die flits op de fiets. Was m’n gezicht een fractie naar links gedraaid, had ik de glimp gemist, en dus die hengeltak. Ze zeggen altijd: ongeluk zit in een klein hoekje. Ik zeg: geluk ook.

Mohammed Benzakour hervat na enige tijd deze serie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.