Opinie

Europa wil niet langer de sukkel op de wereldmarkt zijn

De EU wil zich wapenen tegen Chinese bedrijven die staatssteun krijgen, las Michel Kerres. Een nieuwe stap in de complexe relatie met een wereldmacht.

Michel Kerres

De Europese Commissie van Ursula von der Leyen wil zich graag zelfbewust en wereldwijs opstellen. Ze wil ‘geopolitiek’ opereren en ‘minder naïef’ zijn. Deze week werd ze concreet. Ze presenteerde een plan om oneerlijke concurrentie door niet-EU-bedrijven op de Europese markt aan te pakken. Het staat er niet, maar iedereen weet: de EU ontwikkelt een nieuw wapen tegen China.

In de EU is staatssteun voor bedrijven in beginsel verboden. In een groot aantal niet-EU-landen is staatssteun juist een aanvaard en essentieel onderdeel van de economische ordening. Op de Europese markt hebben die gesubsidieerde bedrijven vrij spel. Om aantrekkelijke Europese bedrijven op te kopen. Of om niet-gesteunde Europese bedrijven af te troeven bij aantrekkelijke overheidsopdrachten. Tegen die oneerlijke concurrentie wil de EU zich nu weren; ze wil niet langer de sukkel op het schoolplein zijn.

De Commissie noemt geen landen. Maar denk aan bedrijven uit Rusland, India, uit Saoedi-Arabië. En denk vooral: China. Het nieuwe wapen is een onderdeel van de vorig jaar gepubliceerde Europese China-strategie, een pittige manoeuvre in de complexe verhouding met een nieuwe grootmacht.

Over vuurkracht en bereik van het nieuwe instrument wordt nog nagedacht; Brussel legde een aantal opties voor. Een brede aanpak die streng toezicht belooft op alle oneerlijke voordelen die niet-EU-bedrijven incasseren. En een smalle aanpak die voorziet in toezicht op overnames of deelnemingen in grote bedrijven. Wordt oneerlijke concurrentie vastgesteld, dan volgt straf. In het uiterste geval kan een overname verboden worden.

Bedrijven screenen, overnames verbieden: panache kun je de Commissie niet ontzeggen. Als je assertief wil opereren in een wereld waarin macht vooral wordt afgedwongen met economische wapens, is dit een serieuze stap. De boodschap is streng en zelfbewust: als je in de EU zaken wil doen – een markt van 500 miljoen welvarende consumenten – moet je je aan dezelfde regels houden die voor EU-bedrijven gelden. Je vraagt je af: waarom heeft de EU dit niet eerder bedacht?

De nieuwe economische assertiviteit heeft vele vaders. Duitsland en Frankrijk. Maar óók het liberale handelsland Nederland. Deze assertiviteit begon niet met Von der Leyen in 2020, maar in 2017 in een Nederlands regeerakkoord. Eind vorig jaar leidde Nederlands onderzoek tot een voorstel aan de Commissie.

Je ziet meteen talloze problemen opdoemen. Want hoe kom je erachter of een niet-EU bedrijf staatssteun krijgt? En wat te doen als de Chinese ondernemer ontkent? En hoeveel invloed hebben lidstaten? Stel een Nederlands bedrijf dreigt ten onder te gaan en een Chinees bedrijf staat klaar met kapitaal om banen te reden. En dan zou Brussel zeggen: mag niet?

Om niet te verdrinken in het werk wil de Commissie alleen deelnemingen in bedrijven met een omzet van 100 miljoen euro of meer tegen het licht houden. Maar wat doe je dan met start-ups, vroeg een diplomaat zich deze week af?

Het duurt nog wel even voordat het kaliber van dit wapen vaststaat. Is het instrument te bescheiden, dan hebben Europese bedrijven er niet veel aan. Is het te krachtig, dan levert het voortdurend spanningen op met belangrijke handelspartners. Want dat is de keerzijde van stoerheid: je kunt ook klappen terug krijgen.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.