Reportage

Tijdens de lockdown een hele canyon voor jezelf

Reizen Door de lockdown zat Bernice Notenboom vast in de VS. Ze besloot te kamperen in Desolation Canyon in Utah. Normaal een toeristische trekpleister, nu bijna verlaten.

Lighthouse Rock.
Lighthouse Rock. Foto Bernice Notenboom

De ranger schraapt zijn keel een paar keer voordat hij begint te praten. „Sorry, ik heb al een week niemand meer gesproken. Ik ben het praten een beetje verleerd.”

Voor de ranger on duty moet het een lange, eenzame week geweest zijn. We zijn net aangekomen in Desolation Canyon, bij de Green River in Utah, een van de populairste rivieren van het zuidwesten van de VS. Maar nu even niet. „Vorige week heb ik nog een familie van vier ingecheckt, jullie zijn de tweede. Wie hierna komt: geen idee. Mensen komen gewoon niet meer.”

Zouden we de rivier voor onszelf hebben? Dat had ik al gehoopt. Ik blader door het register en zie dat we pas het vierde gezelschap zijn dit seizoen. Normaal zouden honderden ons al zijn voorgegaan.

Dat ik hier überhaupt ben is een klein wonder. Een maand geleden was ik nog thuis, in Canada. Tijdens een kort tripje naar de VS ging opeens de grens dicht en zat ik vast. Met een tasje kleren en mijn laptop vertrok ik naar Moab in Utah: daar was nog geen corona geconstateerd. Ooit woonde ik in Moab. Toen wisten mensen nog niet hoe je het moet spellen, nu komen er jaarlijks drie miljoen toeristen. Om die te weren, ging de stad vroegtijdig in lockdown.

Voor mij was het hemels: dit was het gebied zoals ik het kende uit de jaren tachtig. In de winkels was het stil, mountainbikeroutes waren verlaten, nationale parken en campings gesloten. Behalve Desolation Canyon, misschien omdat zijn naam al genoeg afschrikt.

Ik belde mijn vriend Cully, voormalig kayakinstructeur en woonachtig in Moab met de vraag: zullen we gaan raften?

De ranger checkt onze spullen zorgvuldig zonder ze aan te raken: composttoilet, EHBO-kist, reparatiespullen voor de rafts, roeispanen, een pomp. „Geniet van de eenzaamheid”, roept hij ons na. „Dit zal je zo nooit meer ervaren.”

We hebben voor onze veiligheid twee rafts. Het water is acht graden en als een van ons omkiepert en gewond raakt, duurt het dagen voordat we hulp kunnen inroepen. De enige optie is om de trip af te maken.

Verlate wildernis

De Green River loopt als een ader door het woestijnlandschap, de 1.175 kilometer lange rivier is de belangrijkste zijtak van de Colorado River. De bruine kleur van het water verraadt de enorme ladingen zand en klei die ze meedraagt terwijl ze haar weg zoekt door lagen van miljoenen jaar oud zandsteen. Vandaag dreigt een inktzwarte lucht te ontploffen in een zware onweersbui. De wind trekt aan en we roeien met alle kracht, maar we komen nauwelijks vooruit. Het kan alle kanten op met het vroege voorjaar: vanmorgen sneeuw, nu harde wind en onweer.

Als het iets opklaart zie ik aan de kant een beer in een katoenboom klimmen, een waarschuwing voor wat ons te wachten zou kunnen staan in deze verlaten wildernis. Pas tegen acht uur ’s avonds komen we aan bij onze kampeerplek. Doodmoe en zonder te eten duiken we onze tent in. De wind keert terug: harde, bijna horizontale regen klettert op het tentdoek.

Om half zes begint het getoeter, het galmt vanaf alle muren in de kloof. Verder slapen heeft geen zin, ik sta op om koffie te maken. Een stel Canadese ganzen is op ‘onze’ zandbank geland, waarschijnlijk verontwaardigd dat ze deze plek met ons moeten delen – net nu zij de rivier hebben geclaimd. Het water is kalm en de lucht helder. Ik zoek naar condensstrepen van vliegtuigen: niets te zien. We pakken ons boeltje bijeen in de rafts en roeien weg, de ganzen nemen ons plekje onmiddellijk in.

Een strandje langs Chandlers Flat in de Desolation Canyon. Foto Bernice Notenboom

Nu maakt de rivier een aantal lange bochten, toepasselijk goosenecks genoemd. Na één zo’n bocht komt een hoge, zandstenen toren in zicht. „Lighthouse Rock”, zegt Cully enthousiast en wijst naar het imposante silhouet tegen de hemel. Zo genoemd door John Wesley Powell, de eerste explorer die in 1869 de Green River en de Colorado River afging. Met negen man, vier houten boten en een voorraad voor een jaar werd hij erop uitgestuurd. Hij noemde Lighthouse Rock zo omdat de toren als een baken over de rivier waakt. De naam Desolation Canyon is ook van hem. „After dinner we pass through a region of the wildest desolation. The walls are almost without vegetation”, schreef hij. „We are minded to call this the Canyon of Desolation.”

De rivier begint sneller te stromen, de gradiënt wordt steiler, in de verte horen we het gebulder van water. Het is onmogelijk om voor iedere stroomversnelling te stoppen (het zijn er zestig), maar voor een paar maken we een uitzondering om de route te overzien. We zetten onze boten vast en lopen over de gladde keien naar een punt waar we overzicht hebben.

„Steer Canyon is een valse”, zegt Cully, terwijl hij wijst naar het schuimende water, „met veel obstakels en gevaarlijke golven”. Steer Canyon Rapid heeft een scherpe, steile S-bocht, waarbij de hele stroming tegen de rotsmuur aanduwt. En dan zijn er nog de kuilen, plotselinge dieptes die worden veroorzaakt door enorme rotsblokken onder water. Zaak is om in deze chaos je boot recht te houden.

Lees ook: Nú een vakantie boeken – hoe verstandig is dat?

Door het smelten van de sneeuw in de bergen is er nu vijf keer zoveel water als in de zomermaanden. Mijn strategie is om snel uit de gevarenzone te komen door in het midden van de stroming te blijven en dan van de muur weg te roeien. Vorig jaar is hier nog iemand verdronken, dus ik neem geen enkel risico. Drie meter hoge golven gutsen over mijn raft, ik word heen en weer geslingerd, het is een hele kunst om de boot recht te houden en bij de muur weg te blijven. Ik roei uit alle macht, maar het water is veel sterker en gooit me terug. Er zit niets anders op dan de boot recht te sturen en er het beste van te hopen.

Na een minuut is het voorbij. De stress glijdt van mijn schouders en ik zou wel een blikje bier willen. Maar de volgende rapid kondigt zich al aan.

Rock Creek Canyon

Uiteindelijk komen we in rustiger water en zoeken we een strandje voor de nacht. In Rock Creek Canyon mag je normaal niet kamperen, vanwege de drukte. Cully heeft hier zo’n veertig trips gemaakt, maar op deze plek heeft hij nog nooit gekampeerd. Met haar vlinders en weelderige vegetatie is deze oase ook een plek waar je vers bronwater kunt bijtanken, om het inmiddels aangebakken laagje klei van je huid te spoelen.

Het is laat in de middag en na drie dagen hebben we nog geen levende ziel gezien. Zijn we echt alleen? Ik zet het composttoilet op een plekje met uitzicht op de rivier, maar kijk toch eerst om me heen: zeker weten dat er niet stiekem iemand komt aanroeien.

Ik kies een playlist en de muziek galmt door de canyon. We wassen ons met een emmertje schoon water, mijn handen voelen als karton, daarna gaan we naakt op het strand liggen. „Dit is het paradijs”, zeg ik tevreden, genietend van de totale eenzaamheid, ondenkbaar in pre-coronatijden.

Uitzicht op de Range Creek Rapid met de Roan Cliffs. Foto Bernice Notenboom

Rock Creek Canyon is ook een populaire stop om de tekeningen te bekijken van de Fremonts, de Native Americans die hier leefden van ongeveer 500 tot 1200. Nog voor zonsopgang trek ik eropuit, want het is een paar uur flink doorstappen. De tekeningen zijn gekerfd in een zandstenen muur, onder een overhang die ze al honderden jaren beschermt tegen erosie. Wat de tekeningen precies betekenen weet niemand, maar ik zie figuren met hoofddeksels van dieren, een regenboog, een cirkel en heel veel stippen op een rij: een optelsom van iets? Na 1250 ontbreekt elk spoor van de Fremonts. Zo mysterieus als hun komst was, was ook hun vertrek.

Pure eenzaamheid

Later die dag zien we een groepje wilde paarden drinken. Paarden zijn hier sinds de 18de eeuw, toen immigranten uit Scandinavië zich hier vestigden. Jim McPherson kwam in 1890 met zijn familie uit Zweden, bouwde een huis, had koeien en paarden, hooivelden en fruitbomen. De nieuwkomers waren eigenheimers en wilden met rust gelaten worden. Alleen Butch Cassidy and The Wild Bunch konden altijd bij McPherson terecht. Het verhaal wil dat hij deze boeven niet alleen aan het werk zette maar ook veel meer op hun gezelschap was gesteld dan op dat van zijn buren.

Lees ook: Zal dit virus de vakantie voorgoed veranderen?

We zijn bijna bij onze eindbestemming en zien mensen aan de kant uitbundig naar ons zwaaien. Bij het eindpunt staan campers en tenten, kinderen spelen in de rivier. Op de radio horen we dat de lockdown in de staat is opgeheven, terwijl de piek nog niet eens is bereikt. Het argument is puur economisch, toerisme is hier industrie nummer één. We stoppen bij een benzinestation waar auto’s met mountainbikes achterop staan te tanken.

Ik denk aan de afgelopen week, hoe Desolation Canyon ons dit cadeau heeft gegeven. Het was niet het raften of het slapen onder de sterren. Het was de pure eenzaamheid, zoals alleen John Wesley Powell die ooit heeft ervaren.