Een avondje naar de gokhal? Dat komt straks in een database

Kansspelen Ook bij een bezoekje aan een speelautomatenhal worden straks je persoonsgegevens geregistreerd. Overdreven, vinden critici.

Een avondje naar de gokhal? Naam, geboortedatum en burgerservicenummer, alstublieft.

Wie zich vanaf volgend jaar wil wagen aan de speelautomaten, gaat bij ieder bezoek in een database. Het bijhouden van de bezoekfrequentie helpt volgens het kabinet om gokverslaving te signaleren. Tot verbijstering van de gokhallen, die de maatregel buitensporig vinden.

De registratieplicht is het gevolg van de nieuwe Wet kansspelen op afstand, waarmee de Eerste Kamer begin vorig jaar instemde en die afgelopen maart verder is uitgewerkt. Met deze wet legaliseert Nederland als een van de laatste landen in de Europese Unie online gokken. De wet is bovendien een modernisering van het Nederlandse kansspelbeleid dat dateert van 1964. Het is de bedoeling dat de nieuwe wet volgend jaar van kracht wordt – zes jaar later dan beoogd.

Aanbieders van kansspelen hebben de maatschappelijke zorgplicht om spelers te informeren over de risico’s van gokken en hen in de gaten te houden. Over de noodzaak daartoe bestaat geen twijfel bij de gokhallen, zegt Sanne Muijser, algemeen secretaris van brancheorganisatie VAN Kansspelen. Maar bijhouden hoe vaak iemand naar de speelhal komt vindt de brancheorganisatie disproportioneel.

Centraal register

Gokhallen moeten aan de deur twee extra handelingen uitvoeren zodra de nieuwe wet van kracht is. In de eerste plaats moeten ze de bezoekfrequentie bijhouden, door registratie van naam, geboortedatum en burgerservicenummer. Die gegevens delen de hallen niet met de Kansspelautoriteit (Ksa). Daarnaast moeten de hallen controleren of een bezoeker geregistreerd staat in het nog op te tuigen ‘centraal uitsluitingsregister’, dat de Ksa gaat beheren. Deze database moet ervoor zorgen dat gokverslaafden aan geen enkel fysiek of online kansspel kunnen deelnemen.

Om te controleren of een bezoeker in dit register is opgenomen, moeten de gokhallen naam, geslacht, geboortedatum, geboorteplaats en burgerservicenummer doorgeven aan de Ksa. Problematisch is dat die gegevens daarbij worden omgezet in een unieke code, zegt privacy-advocaat Hester de Vries, die de brancheorganisatie bijstaat. Deze code moeten de speelhallen opnemen in hun eigen administratie, zodat bij een volgend bezoek alleen nog deze code hoeft te worden doorgegeven aan de Ksa, in plaats van alle persoonsgegevens. Daarmee is volgens De Vries sprake van „een centrale verwerking van persoonsgegevens van alle bezoekers” door de Ksa, en dus ook die van de meer dan 95 procent aan bezoekers zonder gokverslaving.

De Ksa laat in een reactie aan NRC weten dat de gegevens die bij deze controle worden meegestuurd niet worden opgeslagen. Het register met uitgesloten spelers zal daarnaast „nooit informatie bevatten van spelers die niet zijn uitgesloten”.

Lees ook deze reportage: In het casino vraag je niet: ‘Hoe gaat het?’

Vrijstelling

In eerste instantie waren speelautomatenhallen vrijgesteld om te turven hoe vaak spelers hun vestiging bezochten. Reden daarvoor waren de administratieve lasten waarmee de gokhallen zouden worden opgezadeld, schreef minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) vorige maand aan de Tweede Kamer.

Dat was al anders voor casino’s, die alleen mogen worden geëxploiteerd door staatsdeelneming Holland Casino. Hier wordt al gebruik gemaakt van een dergelijk systeem. Door de „risico’s” op kansspelverslaving is ook het onmogelijk maken van anonieme bezoeken aan de gokhal volgens Dekker „wenselijk”. Een hoog of toenemend aantal bezoeken zijn belangrijke indicatoren voor problematisch speelgedrag, aldus de minister.

De brancheorganisatie vraagt zich af of het bijhouden hiervan wel echt nodig is. Volgens Muijser volstaan de huidige maatregelen, waarmee het in zijn ogen lage aantal probleemspelers „al jaren” stabiel blijft. Waarom zou die vaste bezoeker die al tien jaar zonder problemen een gokje waagt, ook moeten worden geregistreerd?

Zwaarwegend belang

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) bracht eind vorig jaar al een advies uit waarin onder meer de bezoekersregistratie ter sprake kwam. Voorkomen en bestrijden van gokverslaving is volgens de toezichthouder „een zwaarwegend algemeen belang”, licht een woordvoerder toe. De registratie van het aantal bezoeken en buitensporig speelgedrag is „relevant om te kunnen zien of iemand gokverslaafd is en hulp nodig heeft”, aldus de AP, die in dit advies geen oordeel velde over de uitvoering van het centraal uitsluitingsregister.

„Frequentie van bezoek als zodanig zegt nog niets over het ontwikkelen van een verslaving”, zegt advocaat De Vries. „Het gaat om onderkennen van onmatig speelgedrag.” Daarbij spelen ook factoren mee als spelduur, inzet, irritatie en frustratie. Dat kan alleen met fysiek toezicht worden gesignaleerd.

Lees ook: Met één verboden klik sta je al in de digitale gokhal

De brancheorganisatie wijst ook op de grote hoeveelheid persoonsgegevens die de circa 270 aanbieders plots moeten bewaken en de mogelijke datalekken die dit met zich meebrengt. En hoe zit het met bezoekers die geen persoonsgegevens willen afgeven? Er zijn genoeg illegale aanbieders voorhanden, zegt Muijser, waarmee de maatregelen juist averechts zouden kunnen werken. Die zorg wordt niet gedeeld door de Kansspelautoriteit, die erop wijst dat een dergelijke registratie „niet nieuw” is omdat dit al gebeurt bij Holland Casino.

Helemaal gerustgesteld is de AP overigens niet. De toezichthouder heeft namelijk wel twijfels bij de meer uitgebreide registratie van online aanbieders. Zij moeten bijvoorbeeld ook de duur, inzetten en speluitkomsten bijhouden. De AP adviseert daarom om over drie jaar „goed te kijken” of deze registraties, zowel die van fysieke als online kansspelen, wel écht noodzakelijk zijn gebleken.