Recensie

Recensie Uit eten

Avontuurlijke kok opent brasserie met allure in Schiedam

Uit eten Rotterdam Wim de Jong recenseert elke twee weken een restaurant in of rond Rotterdam.

Foto Walter Herfst

Marnix Benschop is in deze rubriek veruit de vaakst besproken chef van al zijn Rotterdamse vakgenoten. Hij wisselde sinds 2013 bij wijze van spreken dan ook vaker van keuken dan van ondergoed. Hij kookte onder andere in Ivy, De Matroos en het Meisje, in Ayla, The Suicide Club, Biergarten, de Markthal en Dumbo. Waarbij we elke keer wel weer goede redenen hadden om hem in zijn voetsporen te volgen. Met een handjevol andere koks verkende Benschop per slot van rekening steeds weer nieuwe wegen, met vaak eigenzinnige gerechten en grensverleggende culinaire concepten als resultaat.

Maar wat wil het geval nu: verhuisde de chef al in 2018 met vrouw en kinderrijk gezin naar Schiedam, sinds kort moeten we ook zelf daarheen om bij ‘m te kunnen eten. Midden in de coronacrisis opende Benschop er in het oude centrum zijn Brasserie De Eenling. De ruimbemeten zaak kwam er in de plaats van een verlopen, bruine feestkroeg en heeft een complete gedaanteverwisseling ondergaan. Onder weggetrokken tapijten en spaanplaten kwamen gedecoreerde, gietijzeren pilaren en antiek parket vandaan.

De Schiedammers die in De Eenling ondertussen al over de drempel stapten, repten van een ambiance van Antwerpse, Brusselse, ja zelfs Parijse allure, vertelt Marnix Benschop niet zonder trots. Rondkijkend door zijn eerste eigen restaurant ziet hij, als je het hem vraagt, wel gelijkenissen met een eethuis annex club en danszaal in Havana. Hoe dan ook: iets dergelijks was er nooit eerder in het stadje. Veel liefhebbers van bijvoorbeeld goede wijnen en oesters hebben hun kansen in de brasserie dan ook al waargenomen. Benschop: „Het verhaal wil dat Schiedammers eigenlijk niks van oesters moeten hebben. Nou, daarvan gaan er hier al gemakkelijk zo’n 200 exemplaren per week doorheen.”

Het driegangenmenu van 26 euro in De Eenling wisselt per week. A la carte is er keuze uit steeds drie verschillende voor-, hoofd- en nagerechten. Vaste prik op die kaart zijn de kazen van Marijke Booij uit Streefkerk, bij wie Benschops echtgenote op de boerderij werkt. Plus in het seizoen de al genoemde oesters („vingerbieters”) van Terschelling, waar Benschop werd geboren. We bestellen de geitenroomkaas met doperwten en tuinbonen (12 euro) en de gerookte zeeduivel met oestervinaigrette en rauwe koolrabi (14) vooraf, gevolgd door de tarbot met schaaldiertjes (32) en krokante reepjes van het Franse scharrelvarken, boontjes en gebakken aardappeltjes (28). Erna laten we ook de tartelette van aardbeien en het kaasbordje van Booij (9) doorkomen.

Elk moment dat hij niet in zijn keuken hoeft te zijn, schuift Benschop op zijn terras een stoel aan om gasten bij te praten over zijn bijgestuurde kookfilosofie en de gebruikte ingrediënten. Nadrukkelijker dan in zijn Rotterdamse jaren hecht de chef aan eenvoud: Franse brasserie- en bistroschotels die zich door de decennia heen wel hebben bewezen, bereid met de technieken en de beste producten van nu. „Zie mij tegenwoordig maar als een soort conservator. Voor wat er op het bord komt, maak ik de selectie. Maar het zijn de goede producten zelf die je moeten verleiden en overtuigen.”

In geen tijden hebben we hem zo relaxed en tegelijk zo breedvoerig aan het woord gehoord. En het halve terras deelt mee in zijn bespiegelingen over wat er in zijn nieuwe hoedanigheid als Schiedammer nog allemaal mogelijk is. Vingerbieters lusten ze al van ‘m, en wie weet zitten ze er straks ook nog eens massaal aan de natuurwijn en aan de gespierde biertjes van de Rotterdamse Kaapse Brouwers. Naar goed lokaal gebruik heeft iedere aanwezige daar een weerbarstige mening over, zodat we tot diep in de avond in de discussies mee moeten. Maar over één ding zijn ze het uiteindelijk eens: het is er met de komst van De Eenling ter plaatse mooi wel een stuk ‘wereldser’ op geworden.

Wim de Jong is culinair recensent.