Bonen brengen geluk

Janneke kookt We gaan linguine met tuinbonen maken..

Foto Merlijn Doomernik

Er is iets ontegenzeggelijk gelukbrengends aan het doppen van tuinbonen. Je zit aan de keuken-, eet- of misschien wel tuintafel met een berg frisgroene peulen voor je neus. Een voor een pak je de peulen op, knakt het steeltje, trekt eraan zodat de stugge draad langs de zijkant meekomt. Met de nagel van je duim rits je een peul open, om daarna in één vloeiende beweging van diezelfde duim de bonen uit de witfluwelen bekleding te rissen. Plop, plop, plop in de pan.

Peulen zijn net juwelenkistjes. Drie, vier, vijf of zes bonen, het is altijd weer een verrassing hoeveel zachtgroene edelstenen er tevoorschijn zullen komen. Vaak kun je dat helemaal niet zien aan de buitenkant. In een dikke vette peul zitten soms maar drie of vier miezerige boontjes, terwijl je in een scharminkelig exemplaar ook weleens vijf kloeke joekels kunt aantreffen.

Je moet wel heel grofbesnaard zijn om op zo’n moment geen klein geluksgevoel te ervaren, toch? Als het hem niet in die verrassing zit, dan toch minstens in het zintuiglijke genot van dat rissen en wippen. Van het geluid dat een beetje plompe boon maakt wanneer hij in de pan valt. Van het aanzicht van die groeiende stapel lege hulzen. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het anticiperend genieten. Het wéten hoe heerlijk je straks gaat eten.

En heerlijk gaat het worden met dit recept. Italiaanse pasta met Japanse miso klinkt misschien als een onwaarschijnlijke combinatie, maar miso is een soort kameleon. Een smaakmaker die zich aanpast aan zijn omgeving. Kies er wel een gladde, lichte miso voor uit, zoals een shiro miso op basis van sojabonen en rijst. Miso is te koop bij Aziatische winkels, bij natuurvoedingswinkels en online.

Nog iets over die subtiliteit: ik schrijf in mijn recepten graag handjes, greepjes, snufjes en sliertjes voor. Omdat ik zelf zo kook én omdat ik het u gun om ook zo te koken. Losjes en op gevoel. Maar in dit gerecht worden een paar behoorlijk stevige smaken door elkaar gehusseld en dat werkt alleen als er niets overheerst. Meet en weeg de hoeveelheid miso, citroensap, parmezaan en dille in dit geval dus netjes af.

En vergeet niet te genieten van het doppen.

Linguine met tuinbonen, miso en citroen (2 personen)

250 g linguine; 1 kilo tuinbonen, gedopt;
50 g boter;
2 teentjes knoflook, fijngesneden;
50 ml citroensap;
40 g gladde, lichte miso;
40 g geraspte parmezaan;
1 el dille, fijngesneden
.

Breng een royale pan met water en een goeie snuf zout aan de kook. Voeg de bonen toe en laat ze 4 à 7 minuten koken – 4 voor kleine boontjes, 7 voor heel grote. Schep ze met een schuimspaan uit de pan in een vergiet of schaal en laat even uitdampen.

Laat tussen duim en wijsvinger het binnenste felgroene boontje uit het buitenste grijsgoene velletje floepen. (Soms moet je ze een beetje helpen door een sneetje te maken met een scherpe nagel of een mesje.) Dit heet dubbeldoppen. Schrik niet als u slechts 150 – 200 gram dubbelgedopte boontjes overhoudt; dat hoort zo.

Kook de linguine beetgaar in het kookwater van de bonen. Laat intussen in een steelpan op matig vuur de boter smelten. Voeg de knoflook toe en laat deze zachtjes een paar minuten garen, zonder te kleuren. Voeg de miso en het citroensap toe en roer tot een gladde saus.

Giet de pasta af en vang daarbij 100 ml van het kookvocht op. Doe de pasta terug in de pan en schenk er 50 ml kookvocht bij. Zet de pan op laag vuur en voeg de miso-citroenboter, de boontjes, parmezaan, dille en flink wat versgemalen peper toe. Verwarm al omscheppend nog 30 – 60 seconden. Voeg zo nodig wat extra kookvocht toe; de pasta mag lekker smeuïg worden. Serveer meteen.