Zeer weinig diversiteit bij hoger museumpersoneel

Musea Slechts 2,6 procent van het bepalende personeel van musea heeft een migratie-achtergrond. „Verkleuring gaat inderdaad langzaam.”

Slechts zes van de 231 kunstinhoudelijke stafmedewerkers die in de 21 grootste kunstmusea van Nederland werken hebben een niet-westerse migratieachtergrond. Dat is 2,6 procent van het personeel.

Lees ook: Nederlandse kunstmusea: diversiteit is beleid, maar de directeur is altijd wit

Dit blijkt uit onderzoek van NRC naar de mate waarin Nederlandse kunstmusea ‘gekleurd’ zijn of raken. Voor het onderzoek sprak de krant met directeuren van de negen grootste musea, en ploos ze jaarverslagen en beleidsrapporten uit. Ook onderzocht de krant de personele structuur van 21 kunstmusea in Nederland en telde ze hoeveel mensen van kleur daar in kunstinhoudelijke stafposities te vinden zijn.

Kunstinhoudelijke banen geven richting aan musea. Niet alleen wat betreft de keuze van tentoonstellingen, het publiek waar het museum zich op richt, het verzamelbeleid en de visie op de collectie, maar zij leveren ook het kaartenbakje waaruit het museum zijn contacten kiest.

2,6 procent mensen met een migratieachtergrond op stafposities is niet representatief voor de Nederlandse bevolking. Volgens een telling van het Centraal Bureau voor de Statistiek in mei 2020 heeft 14 procent van de Nederlanders een niet-westerse achtergrond. In de grote steden, waar ook de grootste kunstmusea zijn gevestigd, is gemiddeld een op de drie inwoners van niet-westerse komaf.

„Ik heb geen idee of de mensen met wie ik werk wit zijn, ik heb het ze niet gevraagd”, antwoordt Ralph Keuning van De Fundatie in Zwolle, op de vraag hoe divers zijn personeel is. Stijn Huijts, directeur van het Bonnefanten in Maastricht, spreekt de wens uit dat personeel met een migratie-achtergrond zich meldt. „Het Bonnefanten is de witste organisatie waar ik ooit heb gewerkt”, zegt Huijts. „Ik zou dolgraag zien dat mensen van kleur aan de deur van het museum staan te rammelen. Maar weet je wat? Dat doen ze niet.”

Charles Esche, directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven, moest eerst zijn eigen hoofd ‘dekolonialiseren’, zegt hij. „Dat wil zeggen dat je beseft dat de koloniale geschiedenis nog steeds niet is afgerond en dat die geschiedenis zaken kleurt die nog steeds ongelijk en onrechtvaardig zijn. Op een cursus kwam ik er bijvoorbeeld achter dat ik tijdens een sollicitatiegesprek altijd op zoek ga naar iemand die dezelfde triggers heeft als ik.”

Esche nam in januari een eerste conservator in vaste dienst met een niet-westerse achtergrond. „Verkleuring gaat inderdaad langzaam”, erkent hij. „Vergelijk het met een tentoonstelling maken over water: die staat er over twee jaar. Maar als ik de hele waterleiding wil vervangen, ben ik twintig jaar bezig.”

Culturele diversiteit staat al lang hoog op de politieke agenda. Toenmalig staatssecretaris Rick van der Ploeg (Cultuur, PvdA) eiste in de jaren negentig van de vorige eeuw al dat de culturele sector representatiever zou worden voor de multiculturele samenleving. Maar personeel, zo blijkt bij de meeste musea, is het taaiste onderdeel om te veranderen.

Musea en diversiteit pagina C4-9