Analyse

Vooral VVD’ers halen opgelucht adem om Wopke Hoekstra

Lijsttrekkers Wopke Hoekstra, de minister van Financiën, wordt geen CDA-lijsttrekker. De VVD ziet een concurrent voor het premierschap afhaken.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën is niet langer in de race als CDA-lijsttrekker. VVD’ers bezien die stap met opluchting.
Minister Wopke Hoekstra van Financiën is niet langer in de race als CDA-lijsttrekker. VVD’ers bezien die stap met opluchting. Foto ANP/Sem van der Wal

En dat is twee. Wéér een potentiële kandidaat-lijsttrekker die afhaakt. Drie weken geleden maakte Kajsa Ollongren, vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken, bekend dat zij niet de ambitie heeft om D66 te gaan leiden. Woensdagochtend was het Wopke Hoekstra, de minister van Financiën, die via De Telegraaf bekendmaakte dat hij niet de nieuwe CDA-leider wordt. Na jaren van speculaties kwam zo een einde aan zijn bestaan als kroonprins.

Bij maar liefst drie van de vier regeringspartijen staat nog niet vast met welke lijsttrekker zij de verkiezingen van maart 2021 ingaan. Alleen van de ChristenUnie is bekend dat de huidige partijleider, Gert-Jan Segers, doorgaat. Bij VVD, CDA en D66 ligt alles nog open.

Genieten van de schijnwerpers

Na Hoekstra’s afmelding is het afwachten wat zijn gedoodverfde concurrent Hugo de Jonge doet. De vicepremier en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geniet nu zichtbaar van zijn rol in de schijnwerpers. Maar ook hij laat – net als Hoekstra tot deze week deed – in het midden of hij lijsttrekker van het CDA wil worden.

En dan is er nog Mona Keijzer. In 2012 eindigde zij als wethouder in Purmerend als verrassende tweede bij de lijsttrekkersverkiezing, die door Sybrand Buma werd gewonnen. In 2017 werd zij de nummer twee op de kandidatenlijst van het CDA. Nu, in het kabinet-Rutte III, is ze staatssecretaris van Economische Zaken. Ze zegt hardop dat ze het vervelend vindt dat het alleen maar over „kroonprinsen” gaat en niet over „kroonprinsessen”. Aan ambities geen gebrek, zo lijkt het.

Snakken naar vrouwelijke premier

Hoewel bijna iedereen in Den Haag ervan uitgaat dat premier Mark Rutte door wil als VVD-lijsttrekker, moet hij dat formeel nog bekendmaken. Dat doet hij vermoedelijk na de zomer. De VVD heeft er belang bij om dit moment zo lang mogelijk uit te stellen. In de peilingen torenen de liberalen hoog boven hun concurrenten uit en Ruttes populariteit is door de coronacrisis alleen maar toegenomen. Dit najaar is hij tien jaar premier en hij lijkt er nog altijd veel lol in te hebben.

Als Rutte nog twijfelt, zal hij willen weten tegen wie hij het in de campagne moet opnemen. En dus kan hij rustig afwachten met welke lijsttrekkers CDA en D66 komen. Bij beide partijen laat de ontknoping niet meer lang op zich wachten. Bij het CDA is op 26 juni duidelijk of het partijbestuur één kandidaat naar voren schuift, of meerdere kandidaten. De leden kiezen vervolgens, tussen 6 en 9 juli, digitaal hun lijsttrekker.

Bij D66 gaat het tussen Sigrid Kaag, de minister voor Ontwikkelingssamenwerking, en fractievoorzitter Rob Jetten. Ook bij deze partij wordt voor het einde van deze maand meer duidelijkheid verwacht. Als Kaag het ziet zitten om lijsttrekker te worden, dan zijn het vooral de progressieve linkse partijen (GroenLinks, PvdA) die zich zorgen moeten maken, juist daar wordt gesnakt naar een vrouwelijke premier.

Binnen de VVD wordt vooral nauwlettend gekeken naar wat er bij het CDA gebeurt. Ze zullen woensdag opgelucht hebben ademgehaald, want de liberalen waren doodsbenauwd voor Wopke Hoekstra als CDA-voorman. De oud-consultant van McKinsey wordt daar gezien als een jongere, frissere versie van Rutte, een rechts-conservatief met de uitstraling van een premier, die de VVD veel stemmen had kunnen kosten. Van Hugo de Jonge of Mona Keijzer heeft de partij een stuk minder te vrezen, zeggen VVD’ers achter de schermen.

Lees ook deze analyse van de strijd tussen Hoekstra en De Jonge om het CDA-leiderschap